Het registratiesysteem is geïntegreerd in het softwarepakket ‘meetingburger.net’ en zorgt ervoor dat u bij de raadpleging van een bekendmaking in dit pakket de datum waarop de beslissing is genomen en de publicatiedatum kan verifiëren met de desbetreffende gepubliceerde notulen of besluitenlijst van het bevoegde orgaan.

Openbare zitting

 

 

 

DE GEMEENTERAAD:

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, inclusief latere wijzigingen, in bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad Vlaamse Codex Wonen van 2021.

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikels 2.9 tot en met artikel 2.14.

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.2 die de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.9 waarin de mogelijkheid wordt geboden aan de gemeenten om een register van leegstaande woningen en gebouwen bij te houden en dat een gemeentelijke verordening nadere materiële en procedurele regelen kan bepalen.

         Het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.14 dat gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband oplegt om leegstaande woningen en gebouwen op te sporen, te registreren en aan te pakken.

         Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 2019 tot goedkeuring van het inhoudelijk projectplan voor de intergemeentelijke samenwerking van het project  “IGSW Woonfocus 2.0” voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025.

         Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid, in het bijzonder de invoering van een nieuw subsidiekader voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten rond woonbeleid.

         Het besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2019 waarin deze besliste om samen met de gemeenten Houthalen-Helchteren en Maasmechelen deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid en om het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door het IGSW “Woonfocus 2.0” goed te keuren.De herziening van dit projectplan werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 juni 2022 en goedgekeurd door de minister op 13 december 2022.

         Het besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 waarin deze besliste om het inhoudelijk projectplan voor de intergemeentelijke samenwerking IGSW “Woonfocus 2.0” tussen de gemeenten Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren en Maasmechelen, en projectuitvoerder Stebo, voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed te keuren.

 

Feiten en context

In uitvoering van haar regierol inzake lokaal woonbeleid houdt de gemeente een register bij van leegstaande woningen en gebouwen en heft zij een gemeentelijke belasting op langdurige leegstand.

 

Naar aanleiding van een evaluatie van de toepassing het huidige reglement met betrekking tot de inventarisatie van leegstaande gebouwen en woningen en het afzonderlijke belastingreglement wordt voorgesteld deze regelgeving te actualiseren, te vereenvoudigen en juridisch te optimaliseren.

 

De gemeente wenst daarom het reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen en het belastingreglement samen te voegen in één geïntegreerd reglement:

het reglement op de inventarisatie van leegstaande gebouwen en woningen en de gemeentelijke belasting op leegstand voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

 

In dit nieuwe reglement worden de procedurele bepalingen inzake opname in het leegstandsregister en de fiscale bepalingen inzake de belasting op leegstand gebundeld in één coherent geheel.

 

Daarnaast wordt uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid tot ambtshalve schrapping uit het leegstandsregister van woningen en gebouwen die inmiddels werden afgebroken.

 

Het nieuwe reglement treedt in werking op 1 april 2026.

 

Argumentatie

Door het inventarisatiereglement en het belastingreglement samen te voegen in één geïntegreerd reglement wordt de regelgeving overzichtelijker, transparanter en eenvoudiger toepasbaar voor zowel de administratie als de burger.

 

De evaluatie van het voorgaande reglement heeft geleid tot gerichte bijsturingen om de rechtszekerheid te verhogen en de administratieve opvolging efficiënter te maken. De toevoeging van een expliciete bepaling inzake ambtshalve schrapping van gesloopte panden zorgt voor een correct en actueel leegstandsregister.

 

Met de opheffing van de bestaande reglementen en de invoering van één vernieuwd en geïntegreerd reglement beoogt de gemeente een consistent, efficiënt en rechtszeker beleid inzake leegstand, in overeenstemming met haar opdracht als lokale woonregisseur.

 

Financiële gevolgen

Deontvangstisvoorzieninhetmeerjarenplan2026-2031.

 

BESLUIT

 

eenparig aangenomen.
 

Artikel 1:

Het reglement op leegstand van gebouwen en woningen van 18 december 2025 wordt opgeheven met ingang van 1 april 2026.

Artikel 2:

Het belastingreglement op leegstand van gebouwen en woningen van 18 december 2025 wordt opgeheven met ingang van 1 april 2026.

Artikel 3:

Het reglement op de inventarisatie van leegstaande gebouwen en woningen en de gemeentelijke belasting op leegstand wordt goedgekeurd.

Artikel 4:

Het nieuwe geïntegreerde reglement treedt in werking op 1 april 2026.

Artikel 5

Inwerkingtreding - overgangsbepaling

§ 1. Het reglement betreffende de opmaak van het leegstandsregister van 18 december 2025 en het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen van 18 december 2025 worden per 1 april 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.

 

§ 2. Er wordt met ingang vanaf 1 april 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

Voor het aanslagjaar 2025, voor zover er nog een inkohiering zou moeten gebeuren voor 30 juni 2026, blijven de bepalingen van het belastingreglement vastgesteld door de gemeenteraad op 15 december 2022 gelden.

 

§ 3. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, dit wil zeggen 12 maanden na datum van de administratieve akte.

 

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

§ 4. Woningen, gebouwen en kamers die reeds eerder werden opgenomen in het leegstandsregister, blijven opgenomen in het register met hun oorspronkelijke opnamedatum. Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglement(en), blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum. Na afloop van deze vrijstelling gelden de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 6

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van de artikels 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het lokaal bestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die worden aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.
  2. Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
  3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    a) een aangetekend schrijven;
    b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.
    c) een elektronische aangetekende zending
  4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  5. Kamer: een woning zoals vermeld in de Vlaamse Codex Wonen, artikel 1.3, 25° (een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt);
  6. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen, artikel 1.3, 66° (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
  7. Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

  1. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:

1° hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;

2° hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

 

  1. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
  2. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  3. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum.
  4. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
  5. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1. de volle eigendom;
    2. het recht van opstal of van erfpacht;
    3. het vruchtgebruik.
  1. Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van Burgemeester en Schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
    1. een overzicht van de voorgenomen werken
    2. een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 24 maanden de woning bewoonbaar wordt gemaakt
    3. offertes en/of facturen ten bedrage van minimaal € 10.000,00 met betrekking tot de voorgenomen werken waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. De werken moeten van die aard zijn, dat de woning niet bewoond kan worden. Deze offertes en/of facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar.
    4. fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

 

Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie

 

Artikel 7

Leegstandsregister

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

1° een lijst “leegstaande gebouwen”;

2° een lijst “leegstaande woningen”.

 

Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

Een woning die geïnventariseerd is als een verwaarloosde woning op het gemeentelijk verwaarlozingsregister, kan ook opgenomen worden in het leegstandsregister.

Om beter aan te sluiten bij diverse maatschappelijke woon- en zorgvormen worden volgende gebruiksvormen van een woning gelijkgesteld aan effectief wonen en worden niet opgenomen in het leegstandregister:

         dagopvang voor specifieke doelgroepen, zoals ouderen, personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking,

         personen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of een psychische aandoening,

         kinderen en jongeren met een bijzondere zorgbehoefte.

 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

 

1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);

4° het nummer en de datum van de administratieve akte,

5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

 

Artikel 8

Registratie van leegstand

§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een beschrijvend verslag met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum.

 

§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van twee of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

         het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

         het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning;

         het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

         het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

         een volle brievenbus;

         een verwaarloosde tuin (lang gras, onverzorgd, ….);

         rolluiken die neergelaten zijn;

         het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

         de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;

         een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

         de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

         aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

         getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;

         andere relevante indicaties van leegstand.

 

Artikel 9

Kennisgeving van registratie

De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

         de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag;

         informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;

         informatie met betrekking tot de bezwaarprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;

         informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister. 

 

Artikel 10

Bezwaar tegen registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de bezwaarinstantie bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het bezwaar wordt per beveiligde zending betekend, afgegeven tegen ontvangstbewijs of ingediend via het gemeentelijk e-loket. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

         de identiteit en het adres van de indiener;

         de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;

         de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Als datum van het bezwaarschrift wordt de datum van de beveiligde zending, van de afgifte tegen ontvangstbewijs of van de indiening via het gemeentelijk e-loket gehanteerd.

 

Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

 

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§4. Het bezwaarschrift is alleen onontvankelijk:

         als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;

         als het bezwaarschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, of;

         als het bezwaarschrift niet is ondertekend.

 

§5. Als het bezwaarschrift onontvankelijk is, deelt de bezwaarinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. 

Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van §1 niet verstreken is.

 

§6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het bezwaar wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het bezwaarschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.  De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum.

 

Artikel 11

Schrapping uit het leegstandsregister

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maandenaangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1, 8°.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Een (handels)huurovereenkomst en/of een inschrijving in het KBO kan echter nooit als bewijs gelden voor de beëindiging van de leegstand van een gebouw, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van het gebouw volgens de vergunning en de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 7°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

§2. Een gebouw of woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning gesloopt werd.

 

De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag waarop door de administratie kan worden vastgesteld dat het gebouw of de woning werd gesloopt of de functiewijziging werd uitgevoerd.

 

§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
  3. de bewijsstukken overeenkomstig paragrafen 1 en 2 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

 van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

 

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

 

§3. De administratieve eenheid kan woningen of gebouwen ambtshalve schrappen indien ze reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat er voldaan is aan de voorwaarden voor schrapping vermeld in artikel 6 § 1 of § 2. De zakelijk gerechtigde(n) worden hiervan op de hoogte gebracht met een beveiligde zending.

 

Hoofdstuk 2: De belasting

 

Artikel 12

Belastingplichtige

§ 1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§ 2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens:

 naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel

 datum van de akte, naam en standplaats van de notaris

 nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 13

Tarief van de belasting

Debasisbedragen bedragen:

 

Voorheteerstejaarnaopnameinhetleegstandsregister:

  1. 1.730,00vooreengebouwof woning
  2. 125,00vooreenkamer

 

Vanafhettweedejaar naopnameinhet leegstandsregister:

  1. 2.970,00vooreengebouwof woning
  2. 250,00vooreenkamer

 

De basisbedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

 

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing. De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieprijsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Vrijstellingen schorten de termijn niet op. De vrijstelling van de belasting heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het register: de anciënniteit van opname in het register blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling, wat betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling kom weg te vallen, de belasting zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het register.

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning. Dit houdt in dat het tarief van de belasting na het verkrijgen van het zakelijk recht op de verjaardag van de opname in het leegstandsregister het tarief van de eerste verjaardag bedraagt.

 

Artikel 14

Vrijstellingen

§ 1. De zakelijk gerechtigde kan beroep doen op de hieronder in § 2 en § 3 vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten elk aanslagjaar opnieuw voor de verjaardag van de opnamedatum worden aangevraagd.

 

Een vrijstelling wordt toegekend voor één aanslagjaar. Als een belastingplichtige zich volgens de hiernavolgende bepalingen gedurende meerdere jaren op dezelfde vrijstellingsgrond kan beroepen, dient de belastingplichtige jaarlijks een nieuwe vraag tot vrijstelling in te dienen voor de verjaardag van de opnamedatum in het gemeentelijk leegstandsregister.

De belastingplichtige wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling.

 

§ 2. Deze personen/organisaties zijn vrijgesteld van de leegstandsbelasting:

 

1° De zakelijke gerechtigde van de woning die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of in een zorgwoning, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling, een melding van zorgwoning of ingeschreven zijn als bewoner van een zorgwoning of een attest van de huisdokter moet worden voorgelegd. Deze vrijstelling loopt totdat deze situatie zich opheft.

 

2° De zakelijke gerechtigde van de woning of het gebouw waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt tot zolang de situatie zich opheft. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd.

 

3° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van de woning of het gebouw met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerstvolgende heffing die verschuldigd wordt na het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door de belastingplichtige door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.

Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:

 vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap

 

§ 3. Een vrijstelling wordt verleend als:

 

1° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

 wanneer het gaat over handelingen die om een omgevingsvergunning vragen: er kan een niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een maximum termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning én dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

 wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er kan een renovatienota worden voorgelegd met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een maximum termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring van de renovatienota door het college van burgemeester en schepenen en dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

 

Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar.

 

2° de woning die gebruikt wordt voor een aan het wonen aanverwante functie, waarbij er geen structurele wijzigingen gebeurd zijn aan de woning met het oog op deze functie.

 

Volgende functies komen voor deze vrijstelling in aanmerking:

                     een functie die wordt erkend door een van overheidswege vastgelegde toezichthouder. Deze toezichthouder houdt ook toezicht op de kwaliteit van deze functie:

                     een zorgverlenende functie

                     een vrij beroep

 

Het louter hebben van een inschrijving in Kruispuntbank Ondernemingen geeft geen recht op deze vrijstelling. Deze vrijstelling is niet van toepassing voor woningen of gebouwen die aangemeld zijn als toeristisch logies.

 

Na stopzetting van dit gebruik kan de woning terug bewoond of verhuurd worden zonder het uitvoeren van structurele ingrepen. Deze vrijstelling wordt toegekend voor de periode van één jaar en kan jaarlijks hernieuwd worden zolang de woning in gebruik is voor deze functie.

 

3° het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief goedgekeurd onteigeningsplan. De periode van vrijstelling duurt tot maximum twee jaar nadat het onteigeningsplan ongedaan gemaakt wordt of tot de onteigening effectief wordt.

 

4° het gebouw of de woning beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976, of opgenomen is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. De periode van vrijstelling geldt voor een periode van maximum drie jaar en vangt aan op datum van de aanvraag van de vrijstelling.

 

5° het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van maximum drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

 

6° het gebouw of de woning onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure, bijvoorbeeld bij de afhandeling van een verzekeringsonderzoek of geschil. De vrijstelling gaat in:

 

         vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot maximum twee jaar na het einde van de onmogelijkheid indien de zaak start na registratie in het leegstandsregister

         twee jaar vanaf de opnamedatum indien de procedure gestart is voor de registratie.

 

De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de  bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting.

 

7° het gebouw of de woning het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

8° de houder(s) van het zakelijk recht kunnen aantonen dat de leegstand het gevolg is van een beleidsmatig strategisch project.

 

9° wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht, dit wil zeggen te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand.

 

Enkel bovenstaande vrijstellingen geven recht op vrijstelling.

 

§ 4. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de aanvraag voor vrijstelling. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§ 5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het verzoek tot vrijstelling en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de aanvraag. Indien de aanvraag wordt ingewilligd, wordt de startdatum en de eventuele einddatum of termijn van de vrijstelling vermeld in dit schrijven.

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt de aanvraag tot vrijstelling geacht te zijn ingewilligd.

 

Artikel 15

Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 16

Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 17

Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en zoals gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024.

 

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Artikel 18

Bekendmaking en bestuurlijk toezicht

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.