Openbare zitting

 

 

 

DE GEMEENTERAAD:

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet van 24 februari 2017 tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 over de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

         artikelen 40 en 41, decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         wet van 25 juni 1993 over de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

         koninklijk Besluit van 24 september 2006 over de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten, zoals gewijzigd

         besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 houdende de wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2006 over de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 “ Retributiereglement op ambulante handel: markten, kermissen en circussen – opheffing beslissing van de gemeenteraad van 23 oktober 2014 en vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 januari 2020 - goedkeuring "

         gemeentelijk marktreglement van 29 maart 2018;

         besluit van het college van burgemeester en schepenen van 14 juli 2021 " vrijstelling retributie op standgeld kermissen 2021 - principiële beslissing "

 

Feiten en context

Het voorstel is om een aantal wijzigingen in het reglement op te nemen:

         opheffing vorig retributiereglement en vaststelling nieuw retributiereglement, beide vanaf 1 september 2021

         aanpassing tarief kermissen met terugwerkende kracht voor de periode van 25 juni 2021 tot en met 31 december 2021 ingevolge de coronamaatregelen

         instelling delegatie voor het aanpassen van tarieven en wijze van inning naar het college van burgemeester en schepenen

 

Argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen besliste op 9 juni 2021 om de kermissen vanaf 26 juni 2021 opnieuw te organiseren in Heusden-Zolder onder de geldende maatregelen tegen de bestrijding van COVID-19.

Om een positief antwoord te bieden op de vraag van de foorkramers voor een financiële

tegemoetkoming, wordt er voorgesteld om een uitzondering te maken op het bestaande

retributiereglement op ambulante handel. Het college van burgemeester en schepenen heeft op 14 juli 2021 principieel voorgesteld om geen retributie te innen voor het standgeld van de kermissen in het jaar 2021.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om, gezien de bijzondere omstandigheden waarin de kermissen in gevolge de coronamaatregelen moeten worden georganiseerd vanaf juni 2021, het hogervermelde voorstel, namelijk om geen retributie te innen, met terugwerkende kracht vanaf juni 2021 goed te keuren.

 

Verder wordt voorgesteld om een delegatie aan het college van burgemeester en schepenen te verlenen voor het vaststellen van het tarief en de bepaling van de wijze van inning voor alle retributies voorzien in dit reglement.  

 

BESLUIT

 

 

  • 24 stemmen voor: Mario Borremans, Marleen Hoydonckx, Engin Ozdemir, Isabelle Thielemans, Dirk Schops, Lode Schops, Funda Oru, Yasin Gül, Jan Jans, Tony Lespoix, Nico Geeraerts, Annette Palmers, Kristof Was, Arif Birinci, Britt Custers, Petra Tielens, Mario Carremans, Janne Celis, Swa Vanderaerden, Tonny Vanhamel, Marten Frederix, Elif Sanli, Eddy Pools en Anny Jaspers
  • 4 stemmen tegen: Hans Zegers, Zihni Aktepe, Herwig Hermans en Steven Goris

 

Artikel 1:

Het retributiereglement op ambulante handel; markten, kermissen en circussen, vastgesteld door de gemeenteraad van 12 december 2019, wordt met ingang van 1 september 2021 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een retributie op ambulante handel: markten, kermissen en circussen met ingang van 1 september 2021 goed.

Artikel 3:

Er wordt ten behoeve van de gemeente een retributie gevorderd voor de standplaatsen van ambulante handel: markten, kermissen en circussen. De retributie is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen.

Artikel 4:

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

1. MARKTEN

         Plaatsrecht op de tweewekelijkse markt: € 3,00/lm/marktdag, met een minimum van € 12,00

         Zesmaandelijks abonnement op de tweewekelijkse markt: vermindering van 20% op het plaatsrecht én gratis plaatsrecht op eventuele seizoens- en jaarmarkten in de gemeente

         Plaatsrecht op de occasionele rommelmarkt: € 1,50/lm/marktdag

         Elektriciteitskasten op het Marktplein: € 2,50

         Verlies per afgeleverd uithangbord door de gemeente: € 10,00

2. KERMISSEN

         Plaatsrecht kermissen Heusden-centrum en Zolder-centrum: € 1,50/m², met een minimum van € 50,00

         Plaatsrecht andere kermissen: € 0,35/m², met een minimum van € 15,00

3. CIRCUSSEN

         Plaatsrecht: € 25,00/dag

         Waarborg: € 250,00/standplaats

Artikel 5:

Voor de periode vanaf 25 juni 2021 tot en met 31 december 2021 worden voor de bepaling van het  tarief over kermissen tijdelijk geschrapt.

Artikel 6:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op het factuur.

Voor de markthandelaars kan de betaling van het plaatsrecht eveneens gebeuren in handen van de aangestelde marktleider.

Voor de markthandelaars met een abonnement zal de retributie telkens voor 6 maanden gefactureerd worden en dient het factuur voorafgaandelijk aan de ingang van deze periode betaald te zijn.

Voor de markthandelaars die een abonnement aankopen, is de prijs ondeelbaar en dient deze in zijn geheel aanvaard te worden.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

Artikel 7:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Artikel 8:

De gemeenteraad delegeert aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid tot het vaststellen van de tarieven en van de wijze van inning.