Het registratiesysteem is geïntegreerd in het softwarepakket ‘meetingburger.net’ en zorgt ervoor dat u bij de raadpleging van een bekendmaking in dit pakket de datum waarop de beslissing is genomen en de publicatiedatum kan verifiëren met de desbetreffende gepubliceerde notulen of besluitenlijst van het bevoegde orgaan.

Openbare zitting

 

 

 

DE GEMEENTERAAD:

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en latere wijzigingen

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, alsook het uitvoeringsbesluit

         besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en latere wijzigingen

         besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 " Gemeentebelasting op de vergunningsplichtige voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten"

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op ingedeelde inrichtingen vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.  

 

Argumentatie

De exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten (zoals bepaald in VLAREM II) kunnen

een impact hebben op het leefmilieu, de veiligheid en de ruimtelijke ordening binnen het gemeentelijk grondgebied.

De gemeente draagt kosten voor de behandeling van deze aanvragen, voor de controle op de naleving en voor de opvolging van hinderbeperkende maatregelen. Het is gerechtvaardigd een belasting te heffen die bijdraagt aan de financiering van deze gemeentelijke taken.

Deze belasting beoogt op een evenwichtige en proportionele wijze bij te dragen, rekening houdend met de aard en de mogelijke milieubelasting van de betrokken inrichting of activiteit.

De tariefdifferentiatie is gerechtvaardigd op basis van de indelingscriteria in VLAREM II, waarbij klasse 1-inrichtingen doorgaans een grotere milieubelasting veroorzaken en aanleiding geven tot zwaardere vergunnings- en controleverplichtingen voor de gemeente. De hogere belasting voor deze categorie weerspiegelt de verhoogde bestuurlijke tussenkomst en is in verhouding tot de impact van de activiteit.

Bepaalde inrichtingen of activiteiten dragen door hun maatschappelijke functie, beperkte impact of tijdelijk karakter niet op gelijke wijze verantwoord bij aan de kosten die aanleiding geven tot deze belasting.

Vennootschappen met taken van algemeen belang, zoals rioolwaterzuivering en openbare drinkwatervoorziening, bieden essentiële nutsvoorzieningen aan ten voordele van het algemeen belang, en worden daarom vrijgesteld.

Beschutte werkplaatsen vervullen een sociale tewerkstellingsopdracht zodat een vrijstelling gerechtvaardigd is in het licht van het sociaal beleid van de gemeente.

Tijdelijke inrichtingen of activiteiten, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, 11° van het decreet van 5 april 1995 (DABM), zijn van voorbijgaande aard en veroorzaken doorgaans geen duurzame milieudruk, wat een belasting onredelijk zou maken.

Inrichtingen van klasse 2 die worden geëxploiteerd door verenigingen zonder winstoogmerk, vertonen doorgaans beperkte economische activiteit en streven een maatschappelijk doel na, wat een afwijkende fiscale behandeling verantwoordt.

De vrijstelling voor klasse 2-inrichtingen in het kader van rationeel energiegebruik en hernieuwbare energie kadert in het beleidsdoel om milieuvriendelijke investeringen aan te moedigen, en een belasting daarop zou contraproductief zijn.

 

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

 

eenparig aangenomen.
 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op de vergunningsplicht voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse belasting gevestigd op de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning vereist is overeenkomstig het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, en waarvan de lijst en indeling zijn opgenomen in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II).

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de exploitant van de inrichting of activiteit op 1 januari van het aanslagjaar. De eigenaar van de inrichting of het perceel waarop de activiteit wordt uitgeoefend op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Artikel 4:

De belasting bedraagt volgende basisbedragen:

€ 435,00 voor de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 1

€ 205,00 voor de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 2

€ 205,00 voor de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 3 en waarop

         rubriek 15.5. “ standaardgarages en –carrosseriebedrijven “ of rubriek 15.2

         rubriek 19.8. “ standaardhoutbewerkingsbedrijven “ of rubriek 19.3.1

van toepassing is.

De belasting is ondeelbaar voor het hele jaar verschuldigd.

Artikel 5:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de  consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

         basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

Hiervoor wordt de consumptieprijsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

Artikel 6:

Zijn van de belasting vrijgesteld :

- vennootschappen met taken van algemeen belang inzonderheid rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en waterwinningen voor de openbare drinkwatervoorziening

- de inrichtingen of activiteiten geëxploiteerd door beschutte werkplaatsen

- een project dat uitsluitend tijdelijke inrichtingen of activiteiten omvat als vermeld in artikel 5.1.1, 11° van het DABM

- de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 2 geëxploiteerd door een vereniging zonder winstoogmerk

- de inrichtingen of activiteiten in het kader van het stimuleringbeleid rond rationeel energieverbruik en hernieuwbare energie, voor zover ze ingedeeld zijn in klasse 2 (VLAREM II), nl.

1. “ Installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie ”, als bedoeld in rubriek 20.1.6 van VLAREM.

2. “ Boren van grondwaterwinningputten en grondwaterwinning die gebruikt wordt voor koude-warmtepompen ”, als bedoeld in rubriek 53.6 van VLAREM.

3. “ Verticale boringen ten behoeve van de aanleg van peilputten en voor andere doeleinden, andere dan deze bedoeld in de rubrieken 53, 54 en 55.2 ”, als bedoeld in rubriek 55.1 van VLAREM wanneer deze gebruikt worden voor warmtepompen.

4. “ Transformatoren ” als bedoeld in rubriek 12.2 wanneer deze gebruikt worden bij elektriciteitsproductie op basis van zonne-energie.

Artikel 7:

Voor de toepassing van artikel 6 dient de belastingschuldige binnen de drie maanden na verzending van het aanslagbiljet de nodige bewijsstukken binnen te brengen, samen met een verzoek om zijn belastingaanslag te herzien. Aan laattijdige aanvragen kan geen gevolg gegeven worden.

Artikel 8:

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 10:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.