Openbare zitting
DE GEMEENTERAAD:
MOTIVERING
Juridische gronden
● artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet
● decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
● decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen
● omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit;
● wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en in het bijzonder artikel 18 en volgende
● gemeentelijk reglement algemene bestuurlijke politieverordeningen van 7 juli 1983 – toevoeging artikel 33bis – sluitingsuur van nachtwinkels van 5 juli 2007
● gemeentelijk reglement betreffende de voorafgaande vergunning voor nachtwinkels van 5 juli 2007
● besluit van de gemeenteraad van 27 maart 2014 "gemeentebelasting op nachtwinkels - goedkeuring"
● gemeentelijk reglement betreffende de nachtwinkels van 30 april 2015
● GAS-reglement van 12 december 2019
Feiten en context
Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op nachtwinkels vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.
Argumentatie
Op het grondgebied van de gemeente bevinden zich een aantal nachtwinkels.
De activiteiten van genoemde zaken verschillen fundamenteel van een gewone kleinhandel. De openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden.
Deze situatie veroorzaakt maatschappelijke overlast op het grondgebied en brengt daardoor aanzienlijke kosten mee voor de gemeente onder andere wat de nachtelijke prestaties van lokale politie betreft voor handhaving van de openbare rust en veiligheid en van de diensten die instaan voor de openbare reinheid.
Het is billijk hiervoor een specifieke belasting te heffen. Deze belasting verlicht de financiële behoefte van de gemeente. De ontvangsten die voortvloeien uit deze belasting dragen bij in de kosten voor het bestrijden van de overlast en geeft de mogelijkheid een doordacht lokaal economisch beleid te voeren in de gemeente.
Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.
Financiële gevolgen
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
BESLUIT
eenparig aangenomen.
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op nachtwinkels met ingang van 1 januari 2026 goed.
Artikel 2:
Er wordt met ingang vanaf 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente een belasting gevestigd op nachtwinkels die gelegen zijn op het grondgebied Heusden-Zolder.
Voor de toepassing van dit reglement wordt beschouwd als "nachtwinkel", elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is, zoals bedoeld in de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
Artikel 3:
De belasting is hoofdelijk en ondeelbaar verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die zaakvoerder of uitbater van de nachtwinkel is.
Artikel 4:
De openingsbelasting wordt vastgesteld op € 7.410,00 en is een éénmalige belasting die verschuldigd is bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel, zoals gedefinieerd in artikel 3 van dit reglement.
Deze is verschuldigd in het aanslagjaar waarin de opening plaatsvindt.
Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit, waarbij de openingsbelasting opnieuw verschuldigd is.
De jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op € 1.860,00 per nachtwinkel.
Deze is voor het eerst verschuldigd in het aanslagjaar volgend op het aanslagjaar waarin de openingsbelasting verschuldigd is en elk volgend jaar waarin de uitbating wordt voortgezet.
De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.
Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtige(n) of de hoofdelijk aansprakelijke(n) onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
Er wordt geen enkele korting toegepast of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook, met uitzondering van de situatie waarbij een aanvrager de openingsbelasting al betaald heeft, maar het college van burgemeester en schepenen beslist heeft om geen uitbatingsvergunning te verlenen.
Artikel 5:
De basisbedragen zoals bepaald in artikel 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.
Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :
Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index
basisindex
De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.
De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.
Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.
Artikel 6:
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: De invordering
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 9:
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.