Openbare zitting
DE GEMEENTERAAD:
MOTIVERING
Juridische gronden
● artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet
● decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen
● decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
● omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
● besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 “belasting op tweede verblijven - aanslagjaren 2020 t.e.m. 2025 - goedkeuring"
Feiten en context
Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op tweede verblijven vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.
Argumentatie
De eigenaar/huurder/bewoner van een tweede verblijf geniet mee van de inspanningen die de gemeente voorziet inzake onderhoud van het openbaar domein in het algemeen, maar dragen niet bij in de algemene financiering van deze kosten. Er ontstaat voor de gemeente namelijk bijkomende kosten op het vlak van administratie, veiligheid, infrastructuur en afvalbeheersing. Om voormelde redenen is het verantwoord om met de invoering van dit belastingreglement een deel van deze kosten te financieren. De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.
Financiële gevolgen
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
BESLUIT
eenparig aangenomen.
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op tweede verblijven met ingang van 1 januari 2026 goed.
Artikel 2:
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.
Artikel 3:
Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder of de gebruiker, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn: landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde wooncaravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger. Een tweede verblijf kan, maar hoeft niet uitgerust te zijn met sanitaire voorzieningen, nutsvoorzieningen, verwarming of meubilair. Indien deze zaken niet aanwezig zijn, maar de constructie is wel water- en winddicht, dan is dit voldoende om een tijdelijk verblijf mogelijk te maken en wordt de constructie toch beschouwd als tweede verblijf.
Artikel 4:
Vallen niet onder de toepassing van dit reglement:
● lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van beroepsactiviteiten
● tenten
● verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij ze ten minste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven.
Artikel 5:
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
● Wooncaravans: caravans of woon(aanhang)wagens die, door hun constructie, chassis, afmetingen of technische staat, niet meer bedoeld zijn om regelmatig verplaatst te worden, en die feitelijk duurzaam op één plaats zijn opgesteld, al dan niet aangesloten op nutsvoorzieningen.
● Verplaatsbare caravans of woonaanhangwagens: voertuigen met woonfunctie die technisch geschikt zijn om aan het verkeer deel te nemen, waarvan een geldig keuringsbewijs (conform de regelgeving op periodieke technische controle) kan worden voorgelegd en die niet duurzaam opgesteld zijn op één plaats.
Artikel 6:
Het bedrag wordt forfaitair vastgesteld op € 620,00 per jaar en per tweede verblijf en is ondeelbaar voor het hele jaar verschuldigd.
Artikel 7:
De basisbedragen zoals bepaald in artikel 6 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1januari van elk daaropvolgend jaar.
Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :
Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index
basisindex
De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.
De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.
Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.
Artikel 8:
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf dat gelegen is op het grondgebied van Heusden-Zolder. De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt eveneens op datum van 1 januari van het aanslagjaar beoordeeld. Indien er meerdere eigenaars zijn, zijn zij allen hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 9:
De belastingplichtige moet jaarlijks aangifte doen tegen uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar door middel van het aangifteformulier dat hem door het lokaal bestuur toegestuurd wordt.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient de aangifte spontaan in te dienen tegen uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar.
Het aangifteformulier is eveneens beschikbaar op de website van het gemeentebestuur van Heusden-Zolder.
Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Als de aangifte verzonden wordt via post, geldt de postdatum als bewijs.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
Artikel 10:
Bij gebrek aan aangifte voor de voormelde aangiftedatum of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de aanslag van ambtswege gevestigd op grond van de beschikbare gegevens en op de wijze bepaald in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10 %. Beide bedragen worden gezamenlijk ingekohierd.
Artikel 11:
Het gebrek aan aangifte of de onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt vastgesteld door daartoe speciaal door het college van burgemeester en schepenen aangewezen personeelsleden. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 12:
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 13:
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 14:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 15:
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.