Gemeente Heusden-Zolder

 

Notulen gemeenteraad

26 maart 2026 19:02

 

AANWEZIG:

 

Voorzitter:  Mario Borremans

Schepenen:  Mario Carremans, Britt Custers, Petra Tielens, Annette Palmers, Marten Frederix, Steven Goris

Raadsleden:  Lode Schops, Jan Jans, Tony Lespoix, Funda Oru, Swa Vanderaerden, Tonny Vanhamel, Arif Birinci, Yasin Gül, Peter Gybels, Tim Lekens, Elise Vanhoudt, Chantale Labie, Hans Roose, Bea Baranska, Claudia Rugiero, Yves Kenens, Claudia Ruts, Halit Topal, Yeliz Cengiz, Tuur Lemmens, Lauren Leyssens, Elif Can, An Vanvuchelen

Algemeen directeur:  Rony Herlitska

VERONTSCHULDIGD:

 

Schepen:  Isabelle Thielemans

Raadsleden:  Katrien Cox, Victor Peeraer

 

Claudia Rugiero, raadslid, is terug aanwezig vanaf punt OZ.2.

Claudia Ruts, raadslid, is terug aanwezig vanaf punt OZ.2.

Halit Topal, raadslid, is terug aanwezig vanaf punt OZ.2.

 

Overzicht punten

OZ.1.

Secretariaat en juridische zaken - notulen gemeenteraad - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 32, 277 en 278 van het decreet lokaal bestuur.

 

Feiten en context

De algemeen directeur legt de notulen van de vorige vergadering van de gemeenteraad voor ter goedkeuring.

 

Elk gemeenteraadslid heeft het recht opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.

 

Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige vergadering worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de notulen, zoals voorgelegd door de algemeen directeur, goed te keuren.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de notulen van de vorige vergadering goed.

 

Bijlagen

Bijlage 1: notulen van de vorige vergadering van de gemeenteraad.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

Claudia Rugiero, raadslid, is terug aanwezig

Claudia Ruts, raadslid, is terug aanwezig

Halit Topal, raadslid, is terug aanwezig

 

OZ.2.

Secretariaat en juridische zaken - mededelingen

 

De gemeenteraad neemt kennis van:

         het verslag van RBC Zuid-West van 9 december 2025

         de uitnodiging voor de algemene vergadering van Bosgroep Limburg van 26 maart 2026

         het verslag van de raad van bestuur van Fluvius Limburg van 9 december 2025

         het verslag van de raad van bestuur van Limburg.net van 28 januari 2026

         de uitnodiging voor het CASS van 17 maart 2026

         de uitnodiging voor de Vervoerregioraad van 2 maart 2026

         de agenda van de vergadering van ILV Beringen van 2 maart 2026

         het verslag van de raad van bestuur van Limburg.net van 11 februari 2026

         de uitnodiging voor de buitengewone algemene vergadering van het VVSG op 23 maart 2026

         de uitnodiging voor het OCSG van 24 maart 2026

         de uitnodiging voor de ILV van Academie Beringen van 8 juni 2026

         het verslag van de Vervoerregioraad Limburg van 2 maart 2026

        vervoerregioraad besluit mbt besparingen de Lijn van 2 maart 2026

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.3.

Ruimtelijk beheer en woonbeleid - opheffing reglementen leegstand en goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, inclusief latere wijzigingen, in bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad Vlaamse Codex Wonen van 2021.

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikels 2.9 tot en met artikel 2.14.

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.2 die de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.9 waarin de mogelijkheid wordt geboden aan de gemeenten om een register van leegstaande woningen en gebouwen bij te houden en dat een gemeentelijke verordening nadere materiële en procedurele regelen kan bepalen.

         Het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.14 dat gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband oplegt om leegstaande woningen en gebouwen op te sporen, te registreren en aan te pakken.

         Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 2019 tot goedkeuring van het inhoudelijk projectplan voor de intergemeentelijke samenwerking van het project  “IGSW Woonfocus 2.0” voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025.

         Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid, in het bijzonder de invoering van een nieuw subsidiekader voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten rond woonbeleid.

         Het besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2019 waarin deze besliste om samen met de gemeenten Houthalen-Helchteren en Maasmechelen deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid en om het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door het IGSW “Woonfocus 2.0” goed te keuren.De herziening van dit projectplan werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 juni 2022 en goedgekeurd door de minister op 13 december 2022.

         Het besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 waarin deze besliste om het inhoudelijk projectplan voor de intergemeentelijke samenwerking IGSW “Woonfocus 2.0” tussen de gemeenten Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren en Maasmechelen, en projectuitvoerder Stebo, voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed te keuren.

 

Feiten en context

In uitvoering van haar regierol inzake lokaal woonbeleid houdt de gemeente een register bij van leegstaande woningen en gebouwen en heft zij een gemeentelijke belasting op langdurige leegstand.

 

Naar aanleiding van een evaluatie van de toepassing het huidige reglement met betrekking tot de inventarisatie van leegstaande gebouwen en woningen en het afzonderlijke belastingreglement wordt voorgesteld deze regelgeving te actualiseren, te vereenvoudigen en juridisch te optimaliseren.

 

De gemeente wenst daarom het reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen en het belastingreglement samen te voegen in één geïntegreerd reglement:

het reglement op de inventarisatie van leegstaande gebouwen en woningen en de gemeentelijke belasting op leegstand voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

 

In dit nieuwe reglement worden de procedurele bepalingen inzake opname in het leegstandsregister en de fiscale bepalingen inzake de belasting op leegstand gebundeld in één coherent geheel.

 

Daarnaast wordt uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid tot ambtshalve schrapping uit het leegstandsregister van woningen en gebouwen die inmiddels werden afgebroken.

 

Het nieuwe reglement treedt in werking op 1 april 2026.

 

Argumentatie

Door het inventarisatiereglement en het belastingreglement samen te voegen in één geïntegreerd reglement wordt de regelgeving overzichtelijker, transparanter en eenvoudiger toepasbaar voor zowel de administratie als de burger.

 

De evaluatie van het voorgaande reglement heeft geleid tot gerichte bijsturingen om de rechtszekerheid te verhogen en de administratieve opvolging efficiënter te maken. De toevoeging van een expliciete bepaling inzake ambtshalve schrapping van gesloopte panden zorgt voor een correct en actueel leegstandsregister.

 

Met de opheffing van de bestaande reglementen en de invoering van één vernieuwd en geïntegreerd reglement beoogt de gemeente een consistent, efficiënt en rechtszeker beleid inzake leegstand, in overeenstemming met haar opdracht als lokale woonregisseur.

 

Financiële gevolgen

Deontvangstisvoorzieninhetmeerjarenplan2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het reglement op leegstand van gebouwen en woningen van 18 december 2025 wordt opgeheven met ingang van 1 april 2026.

Artikel 2:

Het belastingreglement op leegstand van gebouwen en woningen van 18 december 2025 wordt opgeheven met ingang van 1 april 2026.

Artikel 3:

Het reglement op de inventarisatie van leegstaande gebouwen en woningen en de gemeentelijke belasting op leegstand wordt goedgekeurd.

Artikel 4:

Het nieuwe geïntegreerde reglement treedt in werking op 1 april 2026.

Artikel 5

Inwerkingtreding - overgangsbepaling

§ 1. Het reglement betreffende de opmaak van het leegstandsregister van 18 december 2025 en het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen van 18 december 2025 worden per 1 april 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.

 

§ 2. Er wordt met ingang vanaf 1 april 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

Voor het aanslagjaar 2025, voor zover er nog een inkohiering zou moeten gebeuren voor 30 juni 2026, blijven de bepalingen van het belastingreglement vastgesteld door de gemeenteraad op 15 december 2022 gelden.

 

§ 3. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, dit wil zeggen 12 maanden na datum van de administratieve akte.

 

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

§ 4. Woningen, gebouwen en kamers die reeds eerder werden opgenomen in het leegstandsregister, blijven opgenomen in het register met hun oorspronkelijke opnamedatum. Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglement(en), blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum. Na afloop van deze vrijstelling gelden de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 6

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van de artikels 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het lokaal bestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die worden aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.
  2. Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
  3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    a) een aangetekend schrijven;
    b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.
    c) een elektronische aangetekende zending
  4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  5. Kamer: een woning zoals vermeld in de Vlaamse Codex Wonen, artikel 1.3, 25° (een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt);
  6. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen, artikel 1.3, 66° (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
  7. Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

  1. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:

1° hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;

2° hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

 

  1. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
  2. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  3. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum.
  4. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
  5. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1. de volle eigendom;
    2. het recht van opstal of van erfpacht;
    3. het vruchtgebruik.
  1. Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van Burgemeester en Schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
    1. een overzicht van de voorgenomen werken
    2. een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 24 maanden de woning bewoonbaar wordt gemaakt
    3. offertes en/of facturen ten bedrage van minimaal € 10.000,00 met betrekking tot de voorgenomen werken waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. De werken moeten van die aard zijn, dat de woning niet bewoond kan worden. Deze offertes en/of facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar.
    4. fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

 

Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie

 

Artikel 7

Leegstandsregister

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

1° een lijst “leegstaande gebouwen”;

2° een lijst “leegstaande woningen”.

 

Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

Een woning die geïnventariseerd is als een verwaarloosde woning op het gemeentelijk verwaarlozingsregister, kan ook opgenomen worden in het leegstandsregister.

Om beter aan te sluiten bij diverse maatschappelijke woon- en zorgvormen worden volgende gebruiksvormen van een woning gelijkgesteld aan effectief wonen en worden niet opgenomen in het leegstandregister:

         dagopvang voor specifieke doelgroepen, zoals ouderen, personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking,

         personen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of een psychische aandoening,

         kinderen en jongeren met een bijzondere zorgbehoefte.

 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

 

1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);

4° het nummer en de datum van de administratieve akte,

5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

 

Artikel 8

Registratie van leegstand

§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een beschrijvend verslag met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum.

 

§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van twee of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

         het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

         het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning;

         het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

         het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

         een volle brievenbus;

         een verwaarloosde tuin (lang gras, onverzorgd, ….);

         rolluiken die neergelaten zijn;

         het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

         de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;

         een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

         de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

         aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

         getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;

         andere relevante indicaties van leegstand.

 

Artikel 9

Kennisgeving van registratie

De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

         de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag;

         informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;

         informatie met betrekking tot de bezwaarprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;

         informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister. 

 

Artikel 10

Bezwaar tegen registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de bezwaarinstantie bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het bezwaar wordt per beveiligde zending betekend, afgegeven tegen ontvangstbewijs of ingediend via het gemeentelijk e-loket. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

         de identiteit en het adres van de indiener;

         de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;

         de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Als datum van het bezwaarschrift wordt de datum van de beveiligde zending, van de afgifte tegen ontvangstbewijs of van de indiening via het gemeentelijk e-loket gehanteerd.

 

Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

 

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§4. Het bezwaarschrift is alleen onontvankelijk:

         als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;

         als het bezwaarschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, of;

         als het bezwaarschrift niet is ondertekend.

 

§5. Als het bezwaarschrift onontvankelijk is, deelt de bezwaarinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. 

Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van §1 niet verstreken is.

 

§6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het bezwaar wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het bezwaarschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.  De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum.

 

Artikel 11

Schrapping uit het leegstandsregister

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maandenaangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1, 8°.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Een (handels)huurovereenkomst en/of een inschrijving in het KBO kan echter nooit als bewijs gelden voor de beëindiging van de leegstand van een gebouw, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van het gebouw volgens de vergunning en de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 7°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

§2. Een gebouw of woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning gesloopt werd.

 

De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag waarop door de administratie kan worden vastgesteld dat het gebouw of de woning werd gesloopt of de functiewijziging werd uitgevoerd.

 

§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
  3. de bewijsstukken overeenkomstig paragrafen 1 en 2 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

 van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

 

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

 

§3. De administratieve eenheid kan woningen of gebouwen ambtshalve schrappen indien ze reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat er voldaan is aan de voorwaarden voor schrapping vermeld in artikel 6 § 1 of § 2. De zakelijk gerechtigde(n) worden hiervan op de hoogte gebracht met een beveiligde zending.

 

Hoofdstuk 2: De belasting

 

Artikel 12

Belastingplichtige

§ 1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§ 2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens:

 naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel

 datum van de akte, naam en standplaats van de notaris

 nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 13

Tarief van de belasting

Debasisbedragen bedragen:

 

Voorheteerstejaarnaopnameinhetleegstandsregister:

  1. 1.730,00vooreengebouwof woning
  2. 125,00vooreenkamer

 

Vanafhettweedejaar naopnameinhet leegstandsregister:

  1. 2.970,00vooreengebouwof woning
  2. 250,00vooreenkamer

 

De basisbedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

 

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing. De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieprijsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Vrijstellingen schorten de termijn niet op. De vrijstelling van de belasting heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het register: de anciënniteit van opname in het register blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling, wat betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling kom weg te vallen, de belasting zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het register.

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning. Dit houdt in dat het tarief van de belasting na het verkrijgen van het zakelijk recht op de verjaardag van de opname in het leegstandsregister het tarief van de eerste verjaardag bedraagt.

 

Artikel 14

Vrijstellingen

§ 1. De zakelijk gerechtigde kan beroep doen op de hieronder in § 2 en § 3 vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten elk aanslagjaar opnieuw voor de verjaardag van de opnamedatum worden aangevraagd.

 

Een vrijstelling wordt toegekend voor één aanslagjaar. Als een belastingplichtige zich volgens de hiernavolgende bepalingen gedurende meerdere jaren op dezelfde vrijstellingsgrond kan beroepen, dient de belastingplichtige jaarlijks een nieuwe vraag tot vrijstelling in te dienen voor de verjaardag van de opnamedatum in het gemeentelijk leegstandsregister.

De belastingplichtige wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling.

 

§ 2. Deze personen/organisaties zijn vrijgesteld van de leegstandsbelasting:

 

1° De zakelijke gerechtigde van de woning die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of in een zorgwoning, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling, een melding van zorgwoning of ingeschreven zijn als bewoner van een zorgwoning of een attest van de huisdokter moet worden voorgelegd. Deze vrijstelling loopt totdat deze situatie zich opheft.

 

2° De zakelijke gerechtigde van de woning of het gebouw waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt tot zolang de situatie zich opheft. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd.

 

3° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van de woning of het gebouw met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerstvolgende heffing die verschuldigd wordt na het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door de belastingplichtige door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.

Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:

 vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap

 

§ 3. Een vrijstelling wordt verleend als:

 

1° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

 wanneer het gaat over handelingen die om een omgevingsvergunning vragen: er kan een niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een maximum termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning én dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

 wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er kan een renovatienota worden voorgelegd met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een maximum termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring van de renovatienota door het college van burgemeester en schepenen en dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

 

Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar.

 

2° de woning die gebruikt wordt voor een aan het wonen aanverwante functie, waarbij er geen structurele wijzigingen gebeurd zijn aan de woning met het oog op deze functie.

 

Volgende functies komen voor deze vrijstelling in aanmerking:

                     een functie die wordt erkend door een van overheidswege vastgelegde toezichthouder. Deze toezichthouder houdt ook toezicht op de kwaliteit van deze functie:

                     een zorgverlenende functie

                     een vrij beroep

 

Het louter hebben van een inschrijving in Kruispuntbank Ondernemingen geeft geen recht op deze vrijstelling. Deze vrijstelling is niet van toepassing voor woningen of gebouwen die aangemeld zijn als toeristisch logies.

 

Na stopzetting van dit gebruik kan de woning terug bewoond of verhuurd worden zonder het uitvoeren van structurele ingrepen. Deze vrijstelling wordt toegekend voor de periode van één jaar en kan jaarlijks hernieuwd worden zolang de woning in gebruik is voor deze functie.

 

3° het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief goedgekeurd onteigeningsplan. De periode van vrijstelling duurt tot maximum twee jaar nadat het onteigeningsplan ongedaan gemaakt wordt of tot de onteigening effectief wordt.

 

4° het gebouw of de woning beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976, of opgenomen is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. De periode van vrijstelling geldt voor een periode van maximum drie jaar en vangt aan op datum van de aanvraag van de vrijstelling.

 

5° het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van maximum drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

 

6° het gebouw of de woning onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure, bijvoorbeeld bij de afhandeling van een verzekeringsonderzoek of geschil. De vrijstelling gaat in:

 

         vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot maximum twee jaar na het einde van de onmogelijkheid indien de zaak start na registratie in het leegstandsregister

         twee jaar vanaf de opnamedatum indien de procedure gestart is voor de registratie.

 

De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de  bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting.

 

7° het gebouw of de woning het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

8° de houder(s) van het zakelijk recht kunnen aantonen dat de leegstand het gevolg is van een beleidsmatig strategisch project.

 

9° wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht, dit wil zeggen te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand.

 

Enkel bovenstaande vrijstellingen geven recht op vrijstelling.

 

§ 4. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de aanvraag voor vrijstelling. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§ 5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het verzoek tot vrijstelling en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de aanvraag. Indien de aanvraag wordt ingewilligd, wordt de startdatum en de eventuele einddatum of termijn van de vrijstelling vermeld in dit schrijven.

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt de aanvraag tot vrijstelling geacht te zijn ingewilligd.

 

Artikel 15

Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 16

Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 17

Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en zoals gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024.

 

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Artikel 18

Bekendmaking en bestuurlijk toezicht

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

OZ.4.

Leefomgeving - participatie dierenasiel Genk - vervolgtraject - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet over dierenwelzijn dd. 17 mei 2024 (hierna: Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024)

         het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten

 

Feiten en context

Overeenkomstig artikel 15 Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024

heeft elke gemeente de plicht om zwervende, verloren of achtergelaten dieren op te vangen, te verzorgen en er een onderkomen voor te zoeken.

Met het oog op een gezamenlijke aanpak van deze problematiek, bestaat er sinds 1997 een provinciaal actieplan betreffende de opvang van rondzwervende dieren en overbrenging naar een dierenasiel. Binnen dit plan fungeert het dierenasiel te Genk als één van de erkende dierenasielen waar gemeenten die de provinciaal bepaalde vaste bijdrage betalen in de werkingskosten terecht kunnen voor deze noodopvang.

Heusden-Zolder is aangesloten bij het dierenasiel Genk.

Het noodasiel in Genk heeft momenteel echter een probleem van infrastructuur. Zo dient de site niet alleen verlaten te worden omwille van de herbestemming binnen het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening Regionaalstedelijk gebied Hasselt-Genk" maar is er ook een probleem van zeer sterk verouderde infrastructuur (o.a. energetisch ondermaats en functioneel onaangepast om de huidige populatie van vooral grote hondenrassen te laten samenleven) en beperking op uitbreiding.

Om te komen tot een duurzame oplossing op lange termijn werd dan ook gezocht naar een nieuwe locatie. Stad Genk heeft in de Hengelhoefstraat/-dreef (industriegebied Genk-Noord) een terrein ter beschikking om er een nieuwbouwproject te realiseren.

 

De gemeenteraad keurde op 24 april 2025 een overeenkomst goed met de Provincie Limburg en de verschillende deelnemende steden en gemeenten waarbij stad Genk aangeduid wordt als opdrachtgevend bestuur voor de bouw van een nieuw dierenasiel in Genk en waarbij de cofinanciering voor de realisatie van het project vastgelegd werd.

 

Voor het aanstellen van een ontwikkelaar werd een mededingingsprocedure met onderhandeling gepubliceerd waarbij 1 inschrijving reglementair werd ontvangen.

 

Na evaluatie door een jury werden aanpassingen gevraagd voor een onderhoudsvriendelijk, veilig en functioneel gebouw en werden besparingen doorgevoerd om de meerkost ten opzichte van de initiële raming te beperken.

Extra besparingen zijn onmogelijk zonder de werking van het dierenasiel in gevraag te brengen.

 

Eind november werd een best and final offer ontvangen van 3.992.371,60 euro incl. BTW en erelonen, een bedrag dat hoger ligt dan de oorspronkelijke raming

 

Argumentatie

Op een overleg met alle partijen werd toegelicht dat de inschrijving marktconform was en dat alle mogelijke besparingen werden uitgevoerd. Er werd afgesproken om de totale kost voor elke partner mee te delen via aangetekend schrijven en dat alle partijen middels collegebeslissing zich akkoord verklaren voor de gunning aan de ontwikkelaar.

 

Omdat de BAFO-offerte de oorspronkelijke raming uit 2023 opgenomen in het bestek als maximaal budget overschrijdt kan niet worden gegund en moet een nieuwe procedure doorlopen worden met in de publicatie een aangepast budget van 4.100.000 euro incl. BTW.

 

In de huidige samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat een mogelijke overschrijding van maximaal 10% extra budget moet worden voorzien voor mogelijk prijsindexering en onvoorziene meerwerken.

 

Door de nieuwe procedure wordt een gunning verwacht in het najaar van 2026 en zal het project effectief uitgevoerd worden in 2027.

 

Omdat de stad Genk optreedt als bouwheer wordt het engagement gevraagd dat de meerkost ten opzichte van de raming uit 2023 door elke gemeente/stad wordt meegedragen.

Als bijlage is een overzichtstabel met de kosten gevoegd.

Het voorstel is dat voor de effectieve gunning het bedrag zoals opgenomen in de reeds goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst wordt betaald aan stad Genk.

De meerkost ten opzichte van de eerste raming dient te worden betaald in 2027.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel: I25001 Cofinanciering Dierenasiel Genk - 664 470-00

Budgettair krediet: 171.274,00 euro

Beschikbaar: 171.274,00 euro

Geraamde uitgave: 262.659,82 euro

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad gaat akkoord met de verdere uitwerking van het dossier voor de realisatie van het nieuwbouw dierenasiel in Genk waarbij het max. bedrag van 171.274,00 euro voor de effectieve gunning in 2026 betaald wordt aan de stad Genk overeenkomstig de bepalingen uit de samenwerkingsovereenkomst, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 april 2025.

Artikel 2:

De meerkost van 91.385,82 euro dient via een interne kredietaanpassing verschoven te worden van de enveloppe Diverse IP naar de investeringssleutel GBB/0470-00/66400000/GEMEENTE/I25001.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.5.

Financiën - retributie leveren diensten en uitlenen materialen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, 170, §4 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3, 41, tweede lid, 14° van de decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 17 van het kieswetboek

         Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer

         Besluit van de gemeenteraad van 29 juni 2023 "Retributiereglement op het verwijderen van nesten van de eikenprocessierups op privédomein door de aannemer van de gemeente - goedkeuring"

         Besluit van de gemeenteraad van 25 november 2010 op het plaatsen van wegwijzers

         Besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2004 op de afgifte van bijkomende exemplaren van de kiezerslijst

         Besluit van de gemeenteraad van 26 juni 2025 "retributiereglement op het leveren van diensten en uitlenen van materialen - opheffing beslissing van de gemeenteraad van 30 januari 2025 en vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 juli 2025"

 

Feiten en context

Het voorstel is om volgende retributiereglementen op te heffen en toe te voegen aan het retributiereglement op het leveren van diensten en het uitlenen van materialen, beide met ingang vanaf 1 april 2026:

         het retributiereglement op bewegwijzering

         het retributiereglement op de afgifte van bijkomende exemplaren van de kiezerslijst

         het retributiereglement op het verwijderen van nesten van de eikenprocessierups op privédomein door de aannemer van de gemeente

 

Verder behelst dit retributiereglement een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven zodat deze in verhouding blijven tot de economische realiteit. Enkele artikelen worden geschrapt aangezien ze niet meer worden verkocht door onze diensten.

 

Het artikel "Gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties" wordt geschrapt uit dit reglement en zal deel uitmaken van een individueel reglement aangezien er door de gemeenteraad van 26 juni 2025 beslist is dat dit jaarlijks geïndexeerd zal worden. Een jaarlijkse indexering is voor dit reglement 'retributie leveren diensten en uitlenen materialen' niet van toepassing.

 

Argumentatie

Het leveren van allerlei diensten en het uitlenen van allerhande materialen brengt voor de gemeente kosten mee en het is logisch om deze kosten voor het verlenen van deze diensten te verhalen op de aanvrager.

Meerdere bedragen zijn reeds lange tijd niet meer aangepast en worden nu aangepast naar marktconforme prijzen.

3 individuele reglementen worden toegevoegd aan dit reglement aangezien ze in lijn liggen met dit reglement. Het is een administratieve toevoeging en heeft geen invloed op de retributie zelf.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement op het verwijderen van nesten van de eikenprocessierups op privédomein door de aannemer van de gemeente, vastgesteld door de gemeenteraad van 29 juni 2023, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven. 

Artikel 2:

Het retributiereglement op de afgifte van bijkomende exemplaren van de kiezerslijst, vastgesteld door de gemeenteraad van 30 maart 2004, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 3:

Het retributiereglement op het plaatsen van bewegwijzering vastgesteld door de gemeenteraad van 25 november 2010, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 4:

Het retributiereglement op het leveren van diensten en uitlenen van materialen, vastgesteld door de gemeenteraad van 26 juni 2025, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 5:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van de retributie op het leveren van diensten en uitlenen van materialen met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 6:

De retributie is verschuldigd door de verenigingen, organisaties, instellingen of particulieren, verder de "aanvrager" genoemd, die een aanvraag doen en hiervoor de toelating krijgen.

Artikel 7:

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt: 

 

1. UITLENEN VAN MATERIAAL

 

1.1.Nadar

Retributie: € 0,15/lm, voor maximum één week.

Beschadiging: effectieve kostprijs van de herstelling

Verlies:

€ 90,00 /nadarhek

€ 20,00 /nadarpoot

Nadar bestemd voor het afsluiten van openbare wegen, waarvoor een goedgekeurde politieverordening, houdende tijdelijke verkeersmaatregelen is afgeleverd, wordt gratis geleverd.

 

1.2. Vlaggen

Retributies:  € 1,50 per vlag, voor maximum één week.

Beschadiging of verlies: € 40,00 per vlag.

Vlaggen dient men zelf af te halen één dag voor de organisatie en terug te bezorgen de eerste werkdag na de organisatie op de Gemeentelijke werkplaats, Kapelstraat 75, tijdens de openingsuren.

 

1.3. Vlaggenmasten

Retributie: € 1,50 per mast, voor maximum één week.

Beschadiging of verlies: € 80,00 per mast.

De masten worden geleverd door de gemeente. Het oprichten gebeurt door de aanvrager. De vlaggenmasten worden na de organisatie klaar gelegd voor transport op de plaats waar ze werden geleverd.

 

1.4. Tentoonstellingspanelen

Retributie: € 1,50 per paneel, voor maximum één week.

Beschadiging effectieve kosten per paneel.

Verlies: € 130,00 per paneel.

De opbouw gebeurt door de aanvrager.

 

1.5. Noodverlichting met stekker

Retributie: € 1,50 per noodverlichting, voor maximum één week.

Beschadiging of verlies: € 65,00 per noodverlichting.

 

1.6. Stroomverdelers

Retributie: € 1,50 per stroomverdeler, voor maximum één week.

Beschadiging: effectieve kosten per stroomverdeler

Verlies: € 800,00 per stroomverdeler

 

1.7. Werfkasten

Retributie: € 1,50 per werfkast, voor maximum één week.

Beschadiging: effectieve kosten per werfkast

Verlies: € 1.500,00 per werfkast

 

1.8. Marktkasten op openbaar domein

Retributie: vaste forfait van € 130,00, samen met het stroomverbruik per activiteit.

Tenzij andersluidend bepaald in een specifiek verhuurreglement en met uitzondering van kermis- en marktkramers.

 

1.9. Receptietafels

Retributie: € 3,50 per tafel per dag.

Beschadiging: effectieve herstellingskost

Verlies: € 100,00 per receptietafel

 

1.10. Barkrukken

Retributie: € 1,00 per barkruk per dag

Beschadiging: effectieve herstellingskost

Verlies: € 50,00 per barkruk

 

1.11. Partytenten

Retributie: € 30,00 per tent per dag

Beschadiging: effectieve herstellingskost

Verlies of zware beschadiging: € 1.500,00 per tent

Onder zware beschadiging wordt verstaan: structurele of functionele schade die veilig gebruik verhindert of waarvan herstel economisch onredelijk is.

Formaat: 3x3 meter

Transportformaat: 35x35x160 cm

Gebruik en voorwaarden:

         De tenten worden opgehaald en teruggebracht via de gemeentelijke werkplaats op de vastgelegde dagen en uren. Laattijdige terugbrenging wordt aangerekend aan de geldende dagretributie per begonnen dag.

         Bij ophaling en terugbrengen gebeurt een controle door de werkplaatsmedewerkers. De gebruiker ondertekent een aftekenblad dat de staat van het materiaal bevestigt.

         Wanneer de tent niet via de werkplaats wordt teruggebracht of wanneer de controle niet kan plaatsvinden, wordt dit beschouwd als een vermoeden van schade. Eventuele kosten worden doorgerekend volgens de bepalingen in dit reglement.

 

1.12. Fuifbox

Retributie: € 25,00 per uitlening

Beschadiging of verlies van items: effectieve herstellings- of aankoopkost

 

 

2. INZETTEN VAN GEMEENTEPERSONEEL EN GEMEENTELIJK MATERIAAL

 

Tenzij anders omschreven, wordt elk begonnen uur als een uur beschouwd.

 

2.1. Werken uitgevoerd door gemeentepersoneel: € 45,00/uur/personeelslid.

 

2.2. Maaien van terreinen (enkel voor verenigingen)

(sportterreinen of speelpleinen)

In principe zullen alle terreinen gemaaid worden met een klepelmaaier. Enkel de hondenterreinen en het terrein openluchtzwembad mogen met de mini-tractor gemaaid worden.

Uitzonderlijk kan het schepencollege toelating verlenen voor het maaien van een voetbalterrein met de mini-tractor, bv. wanneer de eigen grasmachine van de vereniging buiten dienst is.

 

Al de aanvragen tot maaien dienen minstens drie weken op voorhand gericht te worden aan het schepencollege.

Kostprijs :

klepelmaaier: € 45,00/uur – zonder personeel

mini-tractor: € 90,00/uur – zonder personeel

Een rekening zal hiervoor opgemaakt worden de week na de maaibeurt.

Een volgende maaibeurt van het terrein van de vereniging zal niet worden uitgevoerd indien er nog een openstaande rekening is.

 

2.3. Graaf- en laadmachine Case: € 90,00/uur, personeelsleden niet inbegrepen

 

2.4. Borstelwagen/kolkenzuiger: € 100,00/uur, personeelsleden niet inbegrepen

 

2.5. Overige voertuigen: € 80,00/uur, personeelsleden niet inbegrepen

  

2.6. Verwijderen van nesten van de eikenprocessierups op privédomein

Tarief voor het verwijderen van nesten van de eikenprocessierups op privédomein door de aannemer van de gemeente: € 45,00 per boom.

De aanvrager heeft zelf verzocht voor deze opruiming en is niet verplicht geweest door een wet of reglement. De melding wordt vooraf gecontroleerd door een medewerker van team Leefomgeving. De bomen moeten bereikbaar zijn met een hoogtewerker om in aanmerking te komen voor de bestrijding.

 

2.7. Huwelijksvoltrekkingen

Tarief voor een huwelijksvoltrekking op een zaterdag, zon- of feestdag: € 150,00

De retributie moet voorafgaandelijk betaald worden door één van de aanvragers van het huwelijk.

Indien het huwelijk niet voltrokken wordt, zal de vergoeding integraal worden terugbetaald aan de aanvrager van het huwelijk die de vergoeding vooraf heeft betaald.

 

3. AFLEVEREN VAN FOTOKOPIEERWERKEN

 

Fotokopieerwerken tegen kostprijs voor:

A. Verenigingen aangesloten bij een erkende gemeentelijke adviesraad.

(Elke organisatie of manifestatie die verloopt in samenwerking met een bepaalde gemeentelijke dienst, waarvan de medewerking door het schepencollege werd goedgekeurd, valt onder deze regeling).

B. Erkende adviesraden.

C. Erkende wijk- en dorpsraden.

 

Kopie zwart-wit A4: € 0,10

Kopie zwart-wit A3: € 0,20

Kopie kleur A4: € 0,30

Kopie kleur A3: € 0,50

 

4. VERKOPEN VAN:

 

4.1. Toeristische producten:  

De dienst toerisme heeft de opdracht de verkoop van toeristische producten te organiseren waaronder onder andere: wandelkaarten, fietskaarten, autoroutes, boeken, gidsen, streekproducten, …

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om op voorstel van de dienst toerisme de aankopen goed te keuren en de verkoopprijs van de nieuwe producten vast te stellen.

Indien prijswijzigingen, opgelegd door externen zich voordoen, worden deze prijzen gehanteerd vanaf het moment dat dit door de externen wordt opgelegd en wordt dit aan het college ter kennisgeving voorgelegd.

De verkoopprijs dekt minstens de volledige aankoopkost eventueel verhoogd met een toeslag voor de indirecte kosten.

De ontvangsten uit de verkoop van toeristische producten worden geboekt op de daartoe voorziene artikels van het gemeentelijk budget.

 

4.2. Pak klei van 10 kg voor de leerlingen van de GABK: € 12,00.

 

4.3. Verkoop afgevoerde speelmaterialen spelotheek:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om op voorstel van de cluster Samenleving de verkoopprijs van de afgevoerde speelmaterialen vast te stellen met een maximum van 1/3 van de aankoopprijs.

 

4.4.  Afgevoerde boeken / cd's / dvd's van de bibliotheek: min. € 1,00/stuk en max. € 2,00/stuk

 

4.5. Afgevoerde tijdschriften van de bibliotheek: min. € 1,00/pakket en max. € 2,00/pakket

 

5. VERHUREN VAN LOKALEN CVO

Enkel verenigingen of vzw’s met sociale doeleinden en voor openbaar nut komen in aanmerking voor het huren van deze lokalen. De lokalen mogen niet verhuurd worden voor commerciële doeleinden. De directeur van de school regelt de reservaties.

* Huurprijs: € 25,00/uur.

* Technische ondersteuning, enkel indien nodig: € 25,00/uur.

 

6. UITLENINGEN BIBLIOTHEEK

 

6.1. Jaarlijkse Lidmaatschapsbijdrage

Lidmaatschap:

- personen jonger dan 18 jaar

- personen tussen 18 - 24 jaar

- personen vanaf 25 jaar

- personen vanaf 25 jaar met een verhoogde tegemoetkoming hebben recht op een kansentarief

 

gratis

€ 5,00

€ 10,00

€ 5,00

Lenen van materialen, van welke aard ook

gratis

 

6.2. Comfortdiensten

Reserveren van materialen (inclusief verwittigingsbericht)

€ 2,00 per materiaal

Lenen bij andere bibliotheken (IBL):

- bij een andere Belgische openbare bibliotheek

- bij een buitenlandse bibliotheek (ook kopieën)

 

€ 8,00

prijs aangerekend door de uitlenende instelling

Fotokopiëren en printen per bladzijde:

- zwart-wit A4

- zwart-wit A3

- kleur A4

- kleur A3

 

€ 0,10

€ 0,20

€ 0,30

€ 0,50

Raadpleging internet

gratis

 

6.3. Retributiegeld

Te laat terugbrengen van materialen:

vanaf de dag na het verstrijken van de leentermijn:

- per materiaal per dag

      - personen jonger dan 18 jaar

      - personen vanaf 18 jaar

- materiaalvergoedingsnota

 

 

 

gratis

€ 0,15

€ 6

Bij beschadiging, verlies, diefstal van het materiaal of bij het niet inleveren na ontvangst van de herinneringsnota

kostprijs materiaal

 

7. UITLENINGEN SPELOTHEEK

 

7.1. Lidgeld 

Leden wonende in Heusden-Zolder:

         personen jonger dan 18 jaar: gratis

         personen tussen 18 - 24 jaar: € 5,00/jaar per lid (maximum 3 spelletjes)

         personen vanaf 25 jaar: € 10,00/jaar per lid (maximum 3 spelletjes)

         personen vanaf 25 jaar met een verhoogde tegemoetkoming hebben recht op een kansentarief: € 5,00/jaar per lid (maximum 3 spelletjes)

 

Niet-inwoners van Heusden-Zolder kunnen geen lid worden.

 

Degene die het speelgoed uitleent is verantwoordelijk voor het materiaal en controleert het speelgoed voordat men het meeneemt.

Het speelgoed kan uitgeleend worden voor een periode van maximum 28 dagen. Voordat het teruggebracht wordt naar de spelotheek dien het speelgoed degelijk gecontroleerd en afgewassen te worden.

 

7.2. Retributiegeld

Te laat afleveren: € 0,15 / spel / uitleendag voor personen vanaf 18 jaar

Het speelgoed niet afgewassen: € 3,00/stuk

Er is een onderdeel verloren: kostprijs onderdelen staan op het ticket

Verlies of beschadiging van het spel: men betaalt de aankoopprijs

 

8. GEBRUIK VAN DE ZWERFWAGENPARKING MET SERVICEPUNT OP DE PARKING VAN HET DOMEIN BOVY

 

Gebruik van het servicepunt voor :

60 minuten elektriciteit: € 2,00

10 minuten drinkwater (wat afhankelijk van de waterdruk overeenkomt met circa 100 liter): € 2,00.

 

9. DEELNAME AAN TAALSTIMULERINGSACTIVITEITEN VOOR KINDEREN

 

Kinderen wonende te Heusden-Zolder die deelnemen aan de wekelijkse taalstimuleringsactiviteiten dienen zich hiervoor per schooljaar in te schrijven.

Kinderen met een verhoogde tegemoetkoming of gezinnen die cliënt zijn bij het Sociaal Huis betalen jaarlijks € 20,00 voor deelname aan de taalstimuleringsactiviteiten.

Kinderen zonder een verhoogde tegemoetkoming betalen jaarlijks € 40,00 voor deelname aan de taalstimuleringsactiviteiten.

 

10. DEELNAME AAN ACTIVITEITEN IN LDC DE ZANDLOPER

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om op voorstel van Team Welzijn de tarieven goed te keuren en vast te stellen voor de deelnemersbijdrage van verschillende activiteiten die worden georganiseerd in het lokaal dienstencentrum de Zandloper.

 

Diensten:

Gebruik douche: € 3,00

Gebruik droogkast of wasmachine: € 3,00

 

11. DEELNAME AAN ACTIVITEITEN TIJDENS SCHOOLVAKANTIE VAN AAP EN NEL

 

Deelnamebedragen voor verschillende activiteiten die worden georganiseerd tijdens de schoolvakanties in het kader van AAP & NEL worden bepaald op basis van een afsprakenkader goedgekeurd door het college van  burgemeester en schepenen.

 

 

12. AFGIFTE BIJKOMEND EXEMPLAAR KIEZERSLIJST

 

Dit kan worden opgevraagd door de personen die namens een politieke partij optreden of iedere persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht ingediend met het oog op de verkiezing. De retributie bedraagt € 35,00 en wordt overgemaakt via beveiligde e-mail.

 

13. BEWEGWIJZERING

 

Er wordt een retributie geheven voor het plaatsen van wegwijzers langs gemeentewegen voor een bedrag van € 105,00 per bord, het leveren van de paal inbegrepen.

 

Artikel 8:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op het factuur.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

Artikel 9:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.6.

Financiën - retributie gebruik gemeentelijke sportinfra - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, 170 §4 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017

 

Feiten en context

Het voorstel is om dit reglement afzonderlijk te behandelen. Het is momenteel een deel van het retributiereglement op het leveren van diensten en uitlenen van materialen maar gezien de materie is het beter om dit uit te splitsen. Het is dus geen nieuw reglement. Vanaf 1 april 2026 wordt de sporthal te Bolderberg niet meer verhuurd, dit wordt uit het reglement geschrapt.

 

Argumentatie

Het artikel "Gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties" wordt geschrapt uit het retributiereglement op het leveren van diensten en uitlenen van materialen en zal deel uitmaken van een individueel reglement aangezien er door de gemeenteraad van 26 juni 2025 beslist is dat het gebruik van de gemeentelijke sportaccommodaties jaarlijks geïndexeerd zal worden en het retributiereglement op het leveren van diensten en uitlenen van materialen niet.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement over het gebruik van gemeentelijke sportinfrastructuur met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 2:

De retributie is verschuldigd door de verenigingen, organisaties, instellingen of particulieren, verder de "aanvrager" genoemd, die een aanvraag doen en hiervoor de toelating krijgen.

Artikel 3:

Volgende voorwaarden zijn van toepassing bij het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur:

         Alle reservaties moeten geregistreerd worden via een account in Flowlab.

         Moev, die activiteiten organiseert voor onze scholen, betaalt het scholentarief.

         VTS, die opleidingen voor sportverenigingen organiseert, betaalt het tarief van de vereniging die samen met VTS de opleiding organiseert.

         Kleedkamers worden verhuurd aan € 10,00 per kleedkamer per uur.

         Gebruikers die uren afhuren maar ze niet gebruiken, krijgen bij de eerste vaststelling een verwittiging en bij de tweede vaststelling kunnen die uren afgenomen worden.

         Annuleringen dienen 24 uur vooraf te gebeuren in Flowlab tenzij overmacht in het spel is.

         Facturen worden maandelijks per mail verstuurd en moeten op tijd betaald zijn, anders kan de toegang tot de sportinfrastructuur geweigerd worden. Gebruikers die niet wensen op factuur te betalen, dienen vooraf aan de balie of online te betalen.

         Gymhal velodroom kan enkel afgehuurd worden na overleg met team sport, mits gediplomeerde begeleiding met kennis van gymnastiek en na opleiding voor het correct gebruik van de toestellen.

 

Artikel 4:

Volgende tarieven gelden voor de verhuring van de sportinfrastructuur:

 

 

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

 Categorie 4

 

euro/u

euro/u

euro/u

euro/u

euro/u

 

jeugduren

volwassenuren

 

 

 

Grote hallen:

- Berkenbos hal 1

- Heusden hal 1

- Gymhal Velodroom

2,7

8,1

10,8

16,2

36,0

 

 

 

 

 

 

Middelgrote hallen:

- Eversel

- Heusden hal 2

- Zolder

2,0

6,1

8,1

12,2

27,0

 

 

 

 

 

 

Kleine hallen:

- Berkenbos hal 2 dojo

- Berkenbos hal 2 sportvloer

- Heusden dojo

1,4

4,1

5,4

8,1

18,0

 

 

 

 

 

 

Voetbal- en rugbyvelden

2,7

8,1

25,0

30,0

36,0

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gebruikerscategorieën zijn gedefinieerd als volgt:

 

Categorie 1:

Basisscholen & Sportverenigingen met maatschappelijke zetel in Heusden-Zolder die voldoen aan alle onderstaande vereisten:

         Jeugdwerking = tot en met 18 jaar. Clubs die kunnen aantonen dat ze een jeugdwerking hebben, krijgen een jeugdtarief als ook een verlaagd volwassenentarief. Het G-tarief voor deze clubs wordt gelijkgesteld aan het jeugdtarief. Het jeugdtarief geldt indien er meer dan 50% van de deelnemers jeugd zijn.

         Aansluiting bij een erkende federatie door Sport Vlaanderen (zie lijst: Federaties)*

 

Categorie 2:

Vereniging met maatschappelijke zetel in Heusden-Zolder, zonder jeugdwerking en aangesloten bij een erkende federatie door Sport Vlaanderen (zie lijst: Federaties)*, middelbare scholen uit Heusden-Zolder en andere verenigingen uit Heusden-Zolder die G-sport uren aanbieden.

 

Categorie 3:

Verenigingen aangesloten bij een overkoepelende adviesraad (uitgezonderd van de sportraad) afkomstig uit Heusden-Zolder, scholen buiten Heusden-Zolder en sportverenigingen met maatschappelijke zetel in Heusden-Zolder die voor een volledig sportseizoen (wekelijks of tweewekelijks) huren.

 

Categorie 4:

Privéverhuur: alle reservaties die niet aan bovenstaande criteria voldoen.

 

Extra:

*Internationale federaties kunnen ook in aanmerking komen voor deze tarieven.

         MOEV, die activiteiten voor scholen organiseert, betaalt het scholentarief.

         VTS, die opleidingen voor sportverenigingen organiseert, betaalt het tarief dat de vereniging tijdens hun andere uren ook betaalt.

 

Artikel 5:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 juli 2026 en vervolgens op 1 juli van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

     basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand mei voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand mei van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Artikel 6:

Uitlening volkssporten

 

Team sport heeft de opdracht de uitlening van volkssporten te organiseren waaronder onder andere: sjoelbak, kegelen, hamertjesspel, Trou-madame, zaklopen, steltlopen, … .

 

Beschadiging of verloren materiaal :

         Bij herstelbare schade worden de herstellingskosten na vaststelling aangerekend via factuur.

         Bij verloren of onherstelbaar beschadigd materiaal wordt de nieuwwaarde ter vervanging aangerekend via factuur.

         Indien het uitgeleende materiaal nat is wanneer het wordt terug gebracht, worden de eventuele herstellingskosten, na vaststelling, aangerekend via factuur.

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om op voorstel van team sport de tarieven van de volkssporten goed te keuren en vast te stellen.

 

Artikel 7:

Deelname sportactiviteiten

 

Team sport heeft de opdracht om jaarlijks sportactiviteiten te organiseren. Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om op voorstel van team sport de agenda van de sportactiviteiten en een prijszetting goed te keuren en vast te stellen.

 

Artikel 8:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting, via het online platform of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op het factuur.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

Artikel 9:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.7.

Financiën - retributie zwervende dieren - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, Art. 170 §4 en 173 van de Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017

         Artikel 15 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 “ retributie op de opvang van verloren gelopen of achtergelaten dieren – opheffing van de beslissing van 15 december 2005 met ingang van 1 januari 2020“

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe retributiereglement vast te stellen met ingang vanaf 1 april 2026. Dit nieuwe reglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering en jaarlijkse indexatie van de tarieven zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

Argumentatie

De gemeente heeft de plicht om zwervende, verloren of achtergelaten dieren te vangen, te

vervoeren, op te vangen, te verzorgen en er een onderkomen voor te zoeken. Hiervoor bestaat een overeenkomst met vzw Dierenasiel Genk. Dit brengt uitgaven met zich mee voor de gemeente.

De vergoeding is verschuldigd door de rechtmatige eigenaar of houder van het betrokken dier, ongeacht het dier al dan niet wordt teruggeëist.

Door het heffen van een retributie wordt er een ontradend effect gecreëerd zodat eigenaars hun dier(en) beter bij zich houden. Dit is gunstig voor de algemene veiligheid.

De werking van deze retributie blijft hetzelfde.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement op de opvang van verloren gelopen of achtergelaten dieren, vastgesteld door de gemeenteraad van 12 december 2019, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een retributie op zwervende, verloren of achtergelaten dieren met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 3:

De retributie is verschuldigd door de rechtmatige eigenaar of houder van het betrokken dier, ongeacht het dier al dan niet wordt teruggeëist.

Artikel 4:

Onder zwervende, verloren of achtergelaten dieren wordt verstaan: dieren die zich hebben onttrokken aan de bewaking van de eigenaar of de houder ervan.

Artikel 5:

De retributie is vastgesteld op € 95,00 per prestatie. Een prestatie gaat in vanaf het moment dat het dierenasiel opgeroepen wordt.

Artikel 6:  (index)

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 5 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing. De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

Artikel 7:

Deze retributie staat los van de vergoeding die de eigenaar of houder van het dier verschuldigd is voor de eventuele kosten van opname, verzorging en oppas in het asiel. Deze kosten worden door het asiel gevorderd.

Artikel 8:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op de factuur.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

Indien de retributie wordt betwist zal deze burgerrechtelijk worden ingevorderd.

Artikel 9:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid

overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.8.

Financiën - retributie conformiteitsonderzoek - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, Art. 170 §4 en 173 van de Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3, 41, tweede lid, 14° van de decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 3.1/1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

         besluit van de gemeenteraad van 28 november 2024 “retributiereglement conformiteitsonderzoek - opheffing van de gemeenteraad van 28 november 2024 en vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 januari 2025 - goedkeuring”.

 

Feiten en context

Vanaf 1 juni 2024 kan de gemeente een vergoeding vragen voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.

Er kan een vergoeding gevraagd worden voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:

         In kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen

         In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een pand ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen

         In kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen

Om de volgende conformiteitsonderzoeken uit te voeren kan de gemeente geen vergoeding vragen:

         het conformiteitsonderzoek na een melding als vermeld in artikel 3.10, eerste lid van de Vlaamse Codex wonen;

         het conformiteitsonderzoek na een verzoek om een pand ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren met toepassing van artikel 3.13.

De vergoeding bedraagt maximaal € 200,00 per onderzochte entiteit en is in ieder geval beperkt tot de werkelijke kosten.

 

Het voorgaande retributiereglement werd geëvalueerd en bijgesteld om het zo correct mogelijk te kunnen toepassen. Zo wordt het begrip 'entiteit' of 'pand' gehanteerd in plaats van het begrip 'woning'.

 

Argumentatie

De gemeente hecht belang aan de kwaliteit van het woonpatrimonium. Daarom reageert de gemeente op meldingen en klachten over de woningkwaliteit en worden de beschikbare instrumenten gehanteerd om de woningkwaliteit te verzekeren.

De gemeente wenst een billijke vergoeding op te leggen voor conformiteitsonderzoeken die uitgevoerd worden.

 

Het maximale mogelijke bedrag van € 200,00 per conformiteitsonderzoek komt overeen met de werkelijke kostprijs, gelet op de geschatte personeelsinzet die hiervoor nodig is. De gemeente wenst dit bedrag niet te indexeren om mee te evolueren met de levensduurte.

De gemeente wenst deze vergoeding op te leggen voor houders van het zakelijk recht van het pand die door een besluit ongeschikt of onbewoonbaar verklaard werd, en die daarna een conformiteitsonderzoek aanvragen om dit besluit op te heffen. Deze houders van het zakelijk recht zijn verantwoordelijk voor het herstel van deze gebreken en dienen dan ook de kosten te dragen van elk conformiteitsonderzoek dat dit herstel kan bevestigen. Door voor elk onderzoek een bijdrage te vragen, worden houders van het zakelijk recht gestimuleerd om enkel een onderzoek aan te vragen indien er voldoende gebreken weggewerkt werden.

Houders van het zakelijk recht echter die, na een melding van een vermoeden van slechte woningkwaliteit, of na een verzoek om het pand ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, in de loop van de procedure en vóór een besluit, snel stappen ondernemen om het pand terug conform te maken, zullen geen vergoeding opgelegd krijgen.

Houders van het zakelijk recht, die los van een procedure woonkwaliteit, uit eigen beweging een conformiteitsonderzoek aanvragen, zullen geen vergoeding opgelegd krijgen.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement over de vaststelling van een retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek, vastgesteld door de gemeenteraad van 28 november 2024, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 3:

Vanaf 1 april 2026 wordt een vergoeding gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.
Er wordt een vergoeding gevraagd voor elk conformiteitsonderzoek dat uitgevoerd wordt :

         In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken die geleid hebben tot een besluit van de burgemeester tot ongeschiktheid of onbewoonbaarheid in de loop van een procedure om het pand ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen.

Deze vergoeding bedraagt € 200,00 per conformiteitsonderzoek en per onderzochte entiteit.

Artikel 4:

De retributie is verschuldigd door de houders van het zakelijk recht van de entiteit.

Onder houder van het zakelijk recht wordt verstaan:

         volle eigendom

         vruchtgebruik (recht om in het pand te wonen, maar geen eigenaar)

         erfpacht

         opstal

         recht van gebruik en/of bewoning

Artikel 5:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op de factuur.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van decreet over het lokaal bestuur.

Indien de retributie wordt betwist zal deze burgerrechtelijk worden ingevorderd.

Artikel 6:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid

overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.9.

Financiën - retributie bestuurlijke handhaving - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, Art. 170 §4 en 173 van de Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3, 41, tweede lid, 14° van de decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 133 t.e.m. 135 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988

         GAS-reglement zoals laatst gewijzigd door de gemeenteraad op 18 december 2025

         besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2024 " retributiereglement op bestuurlijke handhaving - vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 juli 2024 - goedkeuring

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe retributiereglement vast te stellen met ingang vanaf 1 april 2026. Dit nieuwe reglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering en jaarlijkse indexatie van de tarieven zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

Argumentatie

Een lokaal bestuur is gemachtigd tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen indien de openbare orde wordt verstoord. Deze bestuurlijke maatregelen hebben tot doel om de openbare orde te laten wederkeren. Echter is het opleggen van bestuurlijke maatregelen onderhevig aan kosten, zoals administratiekosten. Het lokaal bestuur en bij uitbreiding de bevolking van de gemeente moeten niet opdraaien voor zij die de openbare orde verstoren. Zodoende worden door middel van dit retributiereglement de kosten verhaald op degene die de openbare orde verstoort.

 

In dit retributiereglement zijn alle bestuurlijke maatregelen opgenomen waaraan een kost verbonden is. Naargelang de bestuurlijke maatregel wordt er een toelichting gegeven waaruit de kosten bestaan. Zodoende staan de kosten voor het lokaal bestuur steevast in verhouding met de retributie. Hieronder wordt een opsomming gegeven van de kosten:

 

a) Kosten voor bestuurlijke maatregelen met betrekking tot incidenten met dieren

Binnen de bestuurlijke maatregelen is het mogelijk dat de burgemeester een maatregel neemt met betrekking tot een dier of dieren en dit naar aanleiding van een incident met een derde. Zo kan het zijn dat na een ernstig bijtincident met een hond er verdere maatregelen moeten worden opgelegd om de openbare orde en veiligheid te vrijwaren. Enkele voorbeelden van dergelijke maatregel zijn: het aanstellen van een gedragstherapeut, de kosten voor een asielverblijf,… In het geval van zwervende, verloren of achtergelaten dieren dient geen bestuurlijke maatregel te worden genomen behoudens het geval zij een gevaar vormen voor de openbare orde. Voor de zwervende, verloren of achtergelaten dieren waarvoor geen bestuurlijke maatregel op grond van een incident met een derde moet genomen worden, blijft het retributiereglement op zwervende, verloren of achtergelaten dieren onverwijld van kracht.

De retributie in deze werd ook opgesteld vanuit de effectieve kost van de specifiek opgelegde maatregel of maatregelen en een bijkomende administratieve kost. Deze administratieve kost bevat onder andere het opstellen van de bestuurlijke verslagen, het organiseren van de hoorzitting en het versturen van de aangetekende zendingen.

De kosten zullen na afhandeling verhaald worden op de overtreder.

 

b) Kosten voor bestuurlijke maatregelen met betrekking tot onroerende goederen

Binnen de bestuurlijke maatregelen is het mogelijk dat de burgemeester een maatregel neemt met betrekking tot een onroerend goed en dit in het kader van de openbare orde en veiligheid. Enkele voorbeelden zijn: het aanstellen van een deskundige met betrekking tot de stabiliteit van een gebouw, het dichtmaken van panden, het verwijderen van gevaarlijke onderdelen, de sloop van het gebouw,...

Wanneer het dan vereist is in het kader van de openbare orde en veiligheid om hier zelf maatregelen te treffen, kunnen de kosten die hiervoor gemaakt worden aan de hand van dit retributiereglement verhaald worden op de desbetreffende eigenaar van het onroerend goed. De retributie in deze werd ook opgesteld vanuit de effectieve kost van de specifiek opgelegde maatregel(en) en een bijkomende administratieve kost. Deze administratieve kost bevat onder andere het opstellen van de bestuurlijke verslagen, het organiseren van de hoorzitting en het versturen van de aangetekende zendingen.

De kosten zullen na afhandeling verhaald worden op de overtreder.

 

c) Andere kosten in het kader van bestuurlijke handhaving

Dit hoofdstuk bevat de bestuurlijke maatregelen die niet kunnen verhaald worden binnen de

andere hoofdstukken. Dit hoofdstuk van het retributiereglement zal dus uitzonderlijk worden toegepast. Zonder limitatief te zijn en bij wijze van voorbeeld kunnen hiertoe maatregelen behoren die genomen worden in het kader van bestuurlijke inbeslagname van vuurwerk, feestgeschut, voetzoekers, thunderflashes, knal- en rookbussen, bolletjespistolen, -geweren en aanverwanten, alarmpistolen, kanonnen en soortgelijke,… De retributie in deze werd ook opgesteld vanuit de effectieve kost van de specifiek opgelegde maatregel(en) en een bijkomende administratieve kost. Deze administratieve kost bevat onder andere het opstellen van de bestuurlijke verslagen, het organiseren van de hoorzitting en het versturen van de aangetekende zendingen.

De kosten zullen na afhandeling verhaald worden op de overtreder.

 

Het is noodzakelijk om de tarieven te actualiseren en jaarlijkse te indexeren zodat het reglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

Deze wijzigingen dienen vastgesteld te worden door de gemeenteraad.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement op bestuurlijke handhaving, vastgesteld door de gemeenteraad van 27 juni 2024, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een retributie op bestuurlijke handhaving met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 3:

In dit reglement wordt verstaan onder:

         Retributie: de door de overtreder verschuldigde kosten ingevolge het opleggen van een bestuurlijke maatregel;

         Bestuurlijke maatregel: ingevolge artikel 133 tot en met 135 Nieuwe gemeentewet is de burgemeester bevoegd tot het nemen van een bestuurlijke maatregel ter vrijwaring van de openbare orde.

Artikel 4:

Met ingang van 1 april 2026 wordt een retributie geheven op prestaties geleverd naar aanleiding van opgelegde bestuurlijke maatregelen.

Artikel 5:

Indien voor een noodzakelijke tussenkomst een externe firma werd ingeschakeld, zullen de aan het lokaal bestuur Heusden-Zolder aangerekende kosten, verhoogd met de kosten die conform dit reglement worden aangerekend, integraal worden doorgerekend aan de overtreder.

 

Hoofdstuk 1. Bestuurlijke maatregelen met betrekking tot incidenten met dieren

Artikel 6:

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het dier of de dieren waarop de bestuurlijke maatregel van toepassing is.

Artikel 7:

De retributie bedraagt:

         de werkelijke kosten gemaakt naar aanleiding van de genomen bestuurlijke maatregel(en)

         een administratieve kost voor het opstarten en afhandelen van de procedure naar aanleiding van de genomen bestuurlijke maatregel: € 95,00.

 

Hoofdstuk 2. Bestuurlijke maatregelen met betrekking tot onroerende goederen

Artikel 8:

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon van wie is vastgesteld de eigenaar van het desbetreffende onroerend goed te zijn.

Artikel 9:

De retributie bedraagt:

         de werkelijke kosten gemaakt naar aanleiding van de genomen bestuurlijke maatregel(en)

         een administratieve kost voor het opstarten en afhandelen van de procedure naar aanleiding van de genomen bestuurlijke maatregel: € 95,00.

 

Hoofdstuk 3. Andere bestuurlijke maatregelen.

Artikel 10:

Een retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon naar aanleiding van de kosten gemaakt in het kader van andere bestuurlijke maatregelen dan degene vernoemd in bovenstaande hoofdstukken.

Artikel 11:

De retributie bedraagt:

         de werkelijke kosten gemaakt naar aanleiding van de genomen bestuurlijke maatregel(en)

         een administratieve kost voor het opstarten en afhandelen van de procedure naar aanleiding van de genomen bestuurlijke maatregel: € 95,00.

Artikel 12:  (index)

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 7, 9 en 11 worden jaarlijks geindexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

    basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Hoofdstuk 4. Betaling

Artikel 12:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op de factuur.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van decreet over het lokaal bestuur.

Indien de retributie wordt betwist zal deze burgerrechtelijk worden ingevorderd.

 

Hoofdstuk 5. Bekendmaking

Artikel 13:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.10.

Financiën - retributie afleveren vastgoedinformatie - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, Art. 170 §4 en 173 van de Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3, 41, tweede lid, 14° van de decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, artikel 21, eerste lid

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7

         besluit van de gemeenteraad van 25 januari 2024 “ retributiereglement op het afleveren van vastgoedinformatie - opheffing beslissing van de gemeenteraad van 27 oktober 2022 en vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 februari 2024 - goedkeuring "

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe retributiereglement vast te stellen met ingang vanaf 1 april 2026. Dit nieuwe reglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

Argumentatie

Dit retributiereglement is opgemaakt aan de hand van het modelreglement van Digitaal Vlaanderen/Athumi.

De aanvragers wensen informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld te ontvangen.

De gemeente vindt het belangrijk dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed.

Gemeenten zijn op zoek naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen.

Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen, en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers. 

Het Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook “Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.

De gemeente kan via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie verzamelen in een product en kan dit product met vastgoedinformatie ontsluiten.

Op verzoek van aanvragers wordt vastgoedinformatie verzameld en ontsloten. Deze vastgoedinformatie wordt samengevoegd in een product. Dit verloopt via het Vastgoedinformatieplatform en brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee.

Het lokaal bestuur Heusden-Zolder wenst de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan te verhalen.

 

Het is noodzakelijk om de tarieven te actualiseren zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

De wijzigingen dienen vastgesteld te worden door de gemeenteraad.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement op het afleveren van vastgoedinformatie, vastgesteld door

de gemeenteraad van 25 januari 2024, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van de retributie op het afleveren van vastgoedinformatie met ingang van 1 april 2026 goed.

 

Artikel 3: Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed.

 

2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert.

 

3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert.

 

4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen.

 

5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP.

 

6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap.

 

8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP.

 

9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

 

10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming.

 

11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming.

 

12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

 

13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming.

 

14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.

 

15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product.

 

Artikel 4: Algemeen

De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.

 

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.

 

Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van het lokaal bestuur Heusden-Zolder een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.

 

Artikel 5: Aanvrager van vastgoedinformatie

Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.

 

Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi. (https://www.vlaanderen.be/digitaal-vlaanderen/athumi-het-vlaams-datanutsbedrijf/vastgoedinformatieplatform/gebruikersomgeving-vastgoedinformatieplatform)

 

De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.

 

Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:

         externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018

         Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022

         lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018

         gerechtelijke overheden

         hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones

         politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus

 

Artikel 6: Bedrag

Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:

 

Voorwerp aanvraag

Retributiebedrag per kadastraal perceel

Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet

€ 135,00

 

Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.

 

Artikel 7: Inning

Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.

 

Artikel 8: Verwerking van persoonsgegevens

§1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden het lokaal bestuur Heusden-Zolder en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.

 

Athumi treedt op als verwerker voor het lokaal bestuur Heusden-Zolder wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.

 

De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die het lokaal bestuur Heusden-Zolder en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst.

 

Artikel 9: Ondertekening

De vastgoedinformatie in het product die het lokaal bestuur Heusden-Zolder via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 10: Bekendmaking

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.11.

Financiën - retributie rioolaansluitingen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, 170 §4 en artikel 173 van de Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3, 41, tweede lid, 14° van de decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 4.2.1.3, §3 van VLAREM II

         Het Algemeen Waterverkoopreglement van de Vlaamse Milieumaatschappij (verplichte keuring private riolering)

         Het gemeenteraadsbesluit van 26 januari 2012 betreffende het gebruiksrecht op de Vlario-databank

         Artikel 7.4 van het GAS-reglement zoals laatst gewijzigd door de gemeenteraad op 18 december 2025

 

Feiten en context

De gemeenteraad stelt vast dat het aansluiten van woningen en gebouwen op het openbaar rioolnet essentieel is voor de bescherming van de openbare gezondheid. De aansluiting vanaf het hoofdriool in de openbare weg tot aan de perceelgrens behoort tot de verantwoordelijkheid van het  lokaal bestuur.

In een aanzienlijk aantal gemeentelijke straten is een rioolleiding aanwezig, waardoor het technisch mogelijk en noodzakelijk is om aansluitingen te realiseren. De uitvoering van deze werkzaamheden brengt kosten met zich mee, waardoor het aangewezen is deze uitgaven te verhalen op de aanvrager van de rioolaansluiting.

Daarnaast valt ook de kostprijs van een ambtshalve keuring van de private riolering ten laste van de aanvrager. Het is van groot belang dat de aanvrager vóór de start van de werkzaamheden een keuring van de private riolering aanvraagt. Om dit te waarborgen kan gebruik worden gemaakt van een waarborgsysteem dat de correcte uitvoering en tijdige keuring ondersteunt.

 

Het voorstel is om het nieuwe retributiereglement vast te stellen met ingang vanaf 1 april 2026. Dit nieuwe reglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

Argumentatie

De laatste 105 standaard rioleringsaansluitingen (diameter 160 mm) die in de gemeente werden gemaakt in 2024 en 2025 hadden een gemiddelde kostprijs van € 1.757,11.

Gelet op de gunstige aanbesteding voor het lopende dossier is deze kostprijs nog aan de lage kant.

Het team Leefomgeving ging na wat de kostprijs van een rioleringsaansluiting is in de

buurgemeenten:

33 van de 38 Limburgse gemeenten hebben hun rioleringsnet overgedragen aan Fluvius, zo ook al de buurgemeenten van Heusden-Zolder. Aangezien er voor een aansluiting bij Fluvius een individuele offerte wordt opgemaakt per aansluiting, is het moeilijk hier een gemiddeld tarief op te kleven. Afgaand op de prijzenlijst van Fluvius voor 2025, schatten we dit in op ongeveer € 2.000 voor een standaardaansluiting en minimum € 2.700 voor een niet-standaard aansluiting (vanaf diameter 200 mm). Deze bedragen houden geen rekening met eventuele bijzonderheden zoals een langere aansluiting, opbraak en heraanleg extra verharding of noodzaak tot netuitbreiding. De aanvrager betaalt momenteel een bijdrage van € 600 voor een gewone aansluiting (diameter 150 tot 160 mm) en € 900 voor een “grote” aansluiting (diameter 200 mm), volgens het besluit van de gemeenteraad van 17 december 2015.

Deze kostprijs is al meer dan 20 jaar hetzelfde. Een actualisatie van de huidige retributie lijkt dan ook op zijn plaats.

Gelet op de werkelijke kostprijs van een aansluiting, stelt het team Leefomgeving voor een stuk op te schuiven naar deze werkelijke kostprijs, bijvoorbeeld € 1500 voor een standaardaansluiting (diameter 160 mm) en € 2500 voor een “grote” aansluiting (diameter 200 mm).

Aansluitingen met een grotere diameter zijn erg uitzonderlijk. De aansluitkost hiervan zal bij bestek worden vastgelegd.

Voor de installatie van een IBA (individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater), waar er geen aansluiting op het openbaar rioleringsnet mogelijk is, wordt de kostprijs voor een

standaardaansluiting aangerekend.

 

Het is noodzakelijk om de tarieven te actualiseren en te indexeren zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement van de gemeenteraad van 18 december 2014 houdende vaststelling van een retributie voor rioolaansluitingen, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een retributie voor rioolaansluitingen met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 3:

Er wordt ten voordele van de gemeente een retributie geheven op de aansluiting op het rioolnet (vanaf het hoofdriool tot aan de grens van de private eigendommen).

Artikel 4:

De kosten voor deze werken worden door de gemeente teruggevorderd van de aanvragers bij middel van een retributie.

Deze retributie bedraagt:

- € 1.500 btw inclusief, voor de aansluiting met een doorsnede van 160 mm.

- € 2.500 btw inclusief, voor de aansluiting met een doorsnede van 200 mm.

Aansluitingen met een doorsnede groter dan 200 mm worden bij bestek vastgelegd.

Voor de aanleg van een IBA waar een aansluiting op het openbaar rioleringsnet niet mogelijk is, wordt de standaard aansluitkost van €1.500 aangerekend.

 

Als overgangsmaatregel wordt er een uitzondering voorzien op de tariefwijziging in volgende gevallen :

 

         Zoals aan de betrokken inwoners dd. 26 januari 2026 per brief werd gecommuniceerd, zullen de rioolaansluitingen binnen het lopende project ‘Irislaan-Anjelierenlaan-Hemelrijk-Heidestraat-Bolderdal – aanleg riolering en wegenis’ aangerekend worden conform de tarieven in het vorige reglement, ongeacht het tijdstip waarop de facturen hiervoor verstuurd worden.

         Voor reeds aangevraagde stedenbouwkundige vergunningen waar een rioolaansluiting inbegrepen is, zullen eveneens de tarieven conform het vorige reglement worden aangerekend.  Rioolaansluitingen inbegrepen in stedenbouwkundige vergunningen aangevraagd vanaf 1 april 2026, worden aangerekend conform de tarieven vastgesteld in dit reglement.

Artikel 5:

Voor de conforme aanleg van de riolering, dient er een waarborg betaald te worden van € 400.

Artikel 6:

De bedragen dienen vooraf betaald te worden door overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente.

Artikel 7:

Deze betaling wordt beschouwd als officiële aanvraag tot aansluiting waarna de procedure tot realisatie van de aansluiting wordt opgestart. Ten laatste 5 werkdagen voor de dag van aansluiting dient de aanvrager het document van keuring voor te leggen aan de administratie. Indien dit niet gebeurt, wordt de aansluiting niet uitgevoerd. Indien men toch zou aansluiten op een wachtleiding, wordt opnieuw per aangetekend schrijven gevraagd om het document van keuring binnen 30 werkdagen voor te leggen aan de administratie. Indien men zich daarop nog niet in orde stelt, volgt een ambtshalve keuring ten laste van de aanvrager van de rioolaansluiting.

Artikel 8:

Het lokaal bestuur verbindt er zich toe om de waarborg terug te storten nadat de aanvrager het bewijs levert van de correcte uitvoering van zijn riolering. Dit bewijs wordt geleverd in de vorm van het attest zoals dit is opgenomen in het besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2012 punt 17, artikel 3.

Artikel 9:

De keuring wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen van de vzw Vlario.

         Correcte scheiding van het private afval- en regenwatercircuit

         Correcte aansluiting van toestellen (toilet, bad, …) op de circuits

         Correcte aansluiting van de afvoer van het hemelwater van verharde oppervlaktes

         Correcte aansluiting van de infiltratie- en drainagevoorzieningen

         Aanwezigheid en grootte van de septische put

         Aanwezigheid en grootte van de hemelwaterput, indien verplicht

         Correcte aansluiting en grootte van de IBA.

Artikel 10:

De retributie is niet verschuldigd indien de prijs voor het werk werd vastgesteld bij overeenkomst tussen de gemeente en de belanghebbende.

Artikel 11:

Indien de eigenaar reeds over een aansluiting op het openbaar rioleringsnetwerk bezit, dient deze niet te betalen voor:

         een uitbreiding van de bestaande aansluiting met een regenwateraansluiting;

         een herstelling aan een bestaande aansluiting;

         een aanpassing van een bestaande aansluiting bij werken aan het openbaar rioolnet in opdracht van de gemeente.

Artikel 12:

Zonder een geschreven machtiging van het college van burgemeester en schepenen is het verboden aan te sluiten op een bestaande wachtschouw of reeds voorziene aansluitingen.

Artikel 13:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op de factuur. Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van decreet over het lokaal bestuur. Indien de retributie wordt betwist zal deze burgerrechtelijk worden ingevorderd.

Artikel 14:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.12.

Financiën - retributie inbeslagname voertuigen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, Art. 170 §4 en 173 van de Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3, 41, tweede lid, 14° van de decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 30 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992

         besluit van de gemeenteraad van 15 december 2022 " retributiereglement voor de bestuurlijke inbeslagname en de stalling van voertuigen - opheffing beslissing van de gemeenteraad van 28 oktober 2021 en vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 januari 2023 - goedkeuring "

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe retributiereglement vast te stellen met ingang vanaf 1 april 2026. Dit nieuwe reglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

Dit retributiereglement past in het project rond verkeershandhaving en bestuurlijke aanpak van criminaliteit. In het verkeer worden regelmatig onveilige verkeerssituaties vastgesteld waarbij bestuurders al dan niet voor het plezier de openbare weg onveilig maken: veel te hard rijden, met opzet slippen en driften, enz. De omwonenden klagen over overlast en onveiligheid, andere weggebruikers worden, minstens potentieel, in gevaar gebracht. In dat kader is de burgemeester bevoegd om de nodige maatregelen te nemen die de openbare orde vrijwaren en garanderen.

 

In een aantal gevallen is het noodzakelijk om voertuigen van roekeloze bestuurders te immobiliseren en van de openbare weg te halen als preventieve maatregel. Het voertuig wordt dan om die reden bestuurlijk in beslag genomen. Het voertuig wordt getakeld door de erkende takeldienst Carrosserie en depannage Geert Schops BVBA en daarna gestald ter bewaring.

 

Zodra de voorwaarden van de bestuurlijke inbeslagname van voertuigen vervuld zijn, beginnen de administratieve taken. Naar aanleiding van de feiten zal er een PV worden opgemaakt door de dienstdoende politieagent. Ook dient het voertuig bestuurlijk inbeslaggenomen te worden waardoor de takeldienst geïnformeerd moet worden. Op basis van de vaststellingen wordt de officier bestuurlijke politie geïnformeerd. De officier bestuurlijke politie zal op zijn beurt een bestuurlijk verslag opmaken. Dat bestuurlijk verslag wordt overgemaakt aan de burgemeester die het hoofd van de bestuurlijke politie is. Ook het parket ontvangt een kopie van het bestuurlijk verslag. In het bestuurlijk verslag dient volgende informatie te worden opgenomen: feiten, kennisgeving aan en beslissing officier gerechtelijke politie, gegevens voertuig, gegevens bestuurder & eigenaar, takeling voertuig en conclusie.

 

Nadat het bestuurlijk verslag overgemaakt is aan de burgemeester zal hij het verslag op diens beurt overmaken aan de administratie. Ingevolge de bestuurlijke inbeslagname dien(t)(en) de betrokkene(n) van het voertuig te worden gehoord. De administratie zorgt ervoor dat betrokkene(n) per aangetekende brief word(t)(en) uitgenodigd voor een hoorzitting bij de burgemeester als hoofd van de bestuurlijke politie. Gedurende de hoorzitting krijg(t)(en) de betrokkene(n) de mogelijkheid om hun versie van de feiten uiteen te zetten. Van de hoorzitting wordt een PV opgemaakt door de administratie. De financiële dienst zorgt ervoor dat de betrokkene(n) onmiddellijk na de hoorzitting de mogelijkheid krijg(t)(en) tot betaling van de verschuldigde retributie. Hiervoor stellen zij een factuur op dewelke (elektronisch) moet worden betaald. 

 

Op basis van het PV hoorzitting wordt een burgemeestersbesluit opgemaakt teneinde de bestuurlijke inbeslagname te bekrachtigen evenals de duur ervan te bepalen. Het genomen burgemeestersbesluit wordt per aangetekende brief verzonden naar de betrokkene(n).

 

De betrokkene(n) kan/kunnen na afloop van de inbeslagname het voertuig bij takeldienst Schops afhalen op vertoon van het betalingsbewijs. Hierna zal takeldienst Schops de takelkost evenals de stallingskost factureren aan de financiële dienst van het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur vereffent de factuur waarna de werkzaamheden ingevolge de bestuurlijke inbeslagname eindigen.

 

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de hierboven genoemde administratieve werkzaamheden:

         Vaststellende politieagent stelt een PV op;

         Vaststellende politieagent informeert Takeldienst Schops;

         Vaststellende politieagent informeert officier bestuurlijke politie;

         Officier bestuurlijke politie stelt een bestuurlijk verslag op;

         Officier bestuurlijke politie maakt het bestuurlijk verslag over aan de burgemeester;

         Officier bestuurlijke politie maakt het bestuurlijk verslag over aan het parket;

         Burgemeester bezorgt het bestuurlijk verslag aan de administratie;

         Administratie nodigt bestuurder per aangetekende brief en per gewone brief uit  voor een hoorzitting;

         Hoorzitting vindt plaats voor de burgemeester en kabinetsmedewerkster;

         Administratie stelt de verklaring vrijwillige afstand van het inbeslaggenomen voertuig op en laat deze ondertekenen door de bestuurder;

         Administratie stelt een PV op van de hoorzitting;

         Dienst Financiën stelt een factuur op;

         Administratie stelt op basis van PV hoorzitting een burgemeestersbesluit op;

         Administratie stuurt het burgemeestersbesluit ter ondertekening door naar algemeen directeur en burgemeester;

         Algemeen directeur ondertekent het burgemeestersbesluit;

         Burgemeester ondertekent het burgemeestersbesluit;

         Administratie verzendt per aangetekende en gewone brief het ondertekend burgemeestersbesluit naar de betrokkene(n);

         Dienst Financiën ontvangt (elektronische) betaling van betrokkene(n) en geeft betalingsbewijs mee;

         Dienst Financiën informeert Takeldienst Schops per mail en telefonisch over betaling van betrokkene(n);

         Opvolging na te leven termijnen door administratie lokaal bestuur Heusden-Zolder middels gewone en aangetekende brieven.

 

De bestuurlijke inbeslagname van een voertuig zorgt ervoor dat al deze werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door de administratie van het lokaal bestuur Heusden-Zolder. Zodoende is het voor het lokaal bestuur van Heusden-Zolder niet meer dan redelijk om een administratieve kost te heffen. De hoogte van de administratieve kost wordt bepaald op € 200,00 omwille van de verschillende en tijdrovende administratieve taken. Deze administratieve taken zijn onontbeerlijk opdat de bestuurlijke inbeslagname rechtsgeldig en correct wordt uitgevoerd en in overeenstemming zijn met de verwachte kwalitatieve vereisten. Dit naast de kosten voor frankering van meerdere aangetekende en gewone brieven.

 

Dit retributiereglement dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de gemeenteraad.

 

Argumentatie

De kosten die een bestuurlijke inbeslagname met zich meebrengt, dienen doorgerekend te worden aan de roekeloze bestuurder van het voertuig. Het is immers door de roekeloze houding van de bestuurder en het gevaar dat hij/zij voor de gemeenschap vormt dat deze kosten gemaakt dienen te worden. De bezitter van het voertuig of de eigenaar van het voertuig/houder van de nummerplaat is de retributie verschuldigd indien de bestuurder van het voertuig in gebreke blijft.

De tarieven die in het retributiereglement opgenomen zijn, zijn in functie van de werkelijke kosten die door het takelbedrijf aangerekend worden volgens de overeenkomst met de gemeente Heusden-Zolder van 12 mei 2025. De retributie bestaat uit een bedrag voor de inbeslagname van het voertuig, een bewaarkost per kalenderdag en een administratieve kost. Aangezien het takelen en stallen van zwaardere voertuigen (boven de 3.500kg maximaal toegelaten massa (MTM)) duurder is, wordt er een differentiatie gemaakt naargelang de zwaarte van het voertuig.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement voor de bestuurlijke inbeslagname en de stalling van voertuigen, vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2022, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van de retributie voor de bestuurlijke inbeslagname en de stalling van voertuigen met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 3:

In dit reglement wordt verstaan onder:

         bestuurlijke inbeslagname: het voertuig dat een gevaar betekent voor het leven en/of de lichamelijke integriteit van personen en/of de veiligheid van goederen wordt aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter en/of de bestuurder onttrokken, zolang zulks met het oog op de openbare veiligheid en rust vereist is;

         voertuig: alle motorvoertuigen, zonder dat deze opsomming beperkend is. Het begrip voertuig houdt eveneens alle toebehoren in, alsook de voorwerpen die er aan vastgemaakt zijn;

         retributie bestuurlijke inbeslagname voertuig: de kost voor de inbeslagname en takeling van het voertuig;

         bewaarkost: de kost voor het bewaren van het voertuig gedurende de periode van bestuurlijke inbeslagname totdat het voertuig effectief opgehaald wordt;

         administratieve kost: de kost voor de administratie ingevolge de bestuurlijke inbeslagname van het voertuig.

Artikel 4:

De retributie bestaat uit drie delen waarbij er in het eerste deel een onderscheid wordt gemaakt naargelang het tijdstip van takelen en wordt als volgt vastgesteld:

         Deel 1: bestuurlijke inbeslagname voertuig

      tot 3.500 kg:

      dagtarief (8u tot 18u): € 226,27

      nachttarief (18u tot 8u): € 279,51

      weekend en feestdag (vrijdag 18u tot maandag 8u): € 279,51

      vanaf 3.500 kg:

      dagtarief (8u tot 18u): € 1.082,95

      nachttarief (18u tot 8u): € 1.082,95

      weekend en feestdag (vrijdag 18u tot maandag 8u): € 1.082,95

         Deel 2: bewaarkost per kalenderdag

      voor een voertuig tot 3.500 kg: € 13,31

      voor een voertuig vanaf 3.500 kg:  € 30,25

         Deel 3: administratieve kost:

      ongeacht het gewicht van het voertuig: € 200,00.

De bewaarkost wordt berekend vanaf de dag dat het voertuig getakeld werd tot en met de dag waarop het voertuig effectief wordt opgehaald en dat ten vroegste op het moment dat de bestuurlijk inbeslagname eindigt, zoals vastgelegd in het burgemeestersbesluit.

Artikel 5:

§ 1. De retributie is verschuldigd door de persoon die de bestuurder/gebruiker was van het voertuig op het moment van de feiten die aanleiding gaven tot de inbeslagname van het voertuig.

§ 2. De houder van de kentekenplaat en/of de eigenaar, dan wel bezitter, van het voertuig is de retributie verschuldigd indien de bestuurder in gebreke blijft.

Artikel 6:

§ 1. De totale retributie is verschuldigd bij opheffing van de bestuurlijke inbeslagname, en dient uiterlijk op het moment van het ophalen van het voertuig betaald te worden.

§ 2. De betaling van de retributie moet (elektronisch) gebeuren, bij voorkeur met debet- of creditcard. De dienst financiën van het lokaal bestuur Heusden-Zolder staat in voor de inning van de retributie.

§ 3. Op het moment van het ophalen van het voertuig dient de verschuldigde retributie volledig betaald te zijn. Het voertuig wordt niet vrijgegeven zolang de betaling niet voldaan is.

§ 4. Indien de volledige retributie nog niet betaald is op de dag waarop men het voertuig zou komen ophalen en/of het voertuig niet opgehaald wordt op de voorziene dag, dan wordt de stalling verlengd en de bijkomende bewaarkost eveneens aangerekend.

§ 5. Ingeval het voertuig niet of niet tijdig wordt opgehaald, is de retributie verschuldigd tot de dag waarop de eigenaar of het voertuig heeft opgehaald of vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn voertuig of de dag waarop de gemeente of de takeldienst conform het burgerlijk recht over het voertuig kan beschikken.

Het voertuig wordt maximaal tot 6 maanden na de bestuurlijke inbeslagname bewaard. Indien de retributie na die 6 maanden niet betaald is, kan de eigenaar ervoor kiezen om vrijwillig afstand te doen van het voertuig.

Artikel 7:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op de factuur.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

Indien de retributie wordt betwist zal deze burgerrechtelijk worden ingevorderd.

Artikel 8:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid

overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.13.

Financiën - retributie ambulante handel - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 41, 162, 170, §4 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

         Artikel 2, 40, §3, 41, tweede lid, 14° van de decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         wet van 25 juni 1993 over de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

         koninklijk besluit van 18 juni 2003 betreffende de uitbating van kermistoestellen

         koninklijk besluit van 24 september 2006 over de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten, zoals gewijzigd

         besluit van de gemeenteraad van 27 februari 2025 “ Retributiereglement op ambulante handel: markten, kermissen en circussen – opheffing beslissing van de gemeenteraad van 26 augustus 2021 en vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 maart 2025 - goedkeuring "

         Besluit van de gemeenteraad van 14 december 2023 “Aanpassing reglement ambulante handel”

         Besluit van de gemeenteraad van 27 februari 2025 “gemeentelijk reglement kermissen”

 

Feiten en context

Het voorstel is om het oude retributiereglement op te heffen en het nieuwe retributiereglement vast te stellen met ingang vanaf 1 april 2026. Dit nieuwe reglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven zodat het retributiereglement in verhouding blijft tot de economische realiteit.

 

Er wordt ook een tarief toegevoegd voor de chrysantenmarkt en een differentiatie toegevoegd voor de verschillende kermisattracties.
De tarieven van de blauwe en rode stekkers worden verlaagd in lijn met de buurgemeentes aangezien de verbruikskosten lager lagen dan de gevraagde tarieven.

 

Argumentatie

Het organiseren van markten en kermissen brengt voor de gemeente kosten met zich mee en het is logisch dat deze kosten verhaald worden op de standplaatshouders.
De standplaatshouders van de markten, kermissen en circussen dragen met deze retributie ook bij aan de kosten die er gemaakt worden voor het onderhoud van het openbaar domein, de afvalbeheersing en het verhoogd toezicht.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het retributiereglement op ambulante handel; markten, kermissen en circussen, vastgesteld door de gemeenteraad van  27 februari 2025, wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een retributie op ambulante handel: markten, kermissen en circussen met ingang van 1 april 2026 goed.

Artikel 3:

Er wordt ten behoeve van de gemeente een retributie gevorderd voor de standplaatsen van ambulante handel: markten, kermissen en circussen. De retributie is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen.

Artikel 4:

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

1. MARKTEN

         Plaatsrecht op de tweewekelijkse markt: € 3,00/lm/marktdag, met een minimum van € 12,00

         Zesmaandelijks abonnement op de tweewekelijkse markt: vermindering van 20% op het plaatsrecht én gratis plaatsrecht op eventuele seizoens- en jaarmarkten in de gemeente

         Plaatsrecht op de occasionele rommelmarkt: € 1,50/lm/marktdag

         Plaatsrecht op de chrysantenmarkt is € 3 /lm/marktdag en met een minimum van € 12.

         Elektriciteitskasten op het Marktplein: € 2,50

         Verlies per afgeleverd uithangbord door de gemeente: € 10,00

 

2. KERMISSEN

Plaatsrecht per kermis

         Kermissen Zolder centrum en Heusden centrum:

      Attracties voor kleine kinderen – € 6 per lopende meter met een minimum van € 48

      Grote attracties – € 12 per lopende meter met een minimum van € 90

      Voeding – € 16 per lopende meter met een minimum van € 100

         Andere kermissen ( Bolderberg – Eversel - Boekt):

      Attracties voor kleine kinderen – € 1,5 per lopende meter met een minimum van € 12

      Grote attracties – € 3 per lopende meter met een minimum van € 22,5

      Voeding – € 4 per lopende meter met een minimum van € 25

Verbruikskosten per kermis - op basis van keuringsattest 

         Per aangesloten blauwe stekker € 30 forfaitair bedrag

         Per aangesloten rode stekker € 60 forfaitair bedrag

 

3. CIRCUSSEN

         Plaatsrecht: € 30,00/dag

         Waarborg: € 310,00/standplaats

 

Artikel 5:

De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een kwijting of in voorkomend geval binnen de termijn vermeld op het factuur.

Voor de markthandelaars kan uitzonderlijk de betaling van het plaatsrecht eveneens gebeuren in handen van de aangestelde marktleider via bancontact of payconiq.

Voor de markthandelaars met een abonnement zal de retributie telkens voor 6 maanden gefactureerd worden en dient het factuur voorafgaandelijk aan de ingang van deze periode betaald te zijn.

Voor de markthandelaars die een abonnement aankopen, is de prijs ondeelbaar en dient deze in zijn geheel aanvaard te worden.

Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

Artikel 6:

Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

Artikel 7:

De gemeenteraad delegeert aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid tot het vaststellen van de tarieven en van de wijze van inning.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

OZ.14.

Financiën - raamovereenkomst ANPR-trajectcontroles

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid artikel 40 en artikel 41 (tweede lid, 10°) betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad

         De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 2 (6°), artikel 43  1, tweede lid) en artikel 47

         Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten

         Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren

         de principiële beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 24 oktober 2019, bijgesteld op 30 januari 2020 tot gunning via een openbare procedure van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “De verwerving en exploitatie van een multifunctioneel cloud platform voor de ondersteuning van duurzaam beleid door positieve incentivering, effectieve ontrading en correcte handhaving” (bestek CSMRTIOH20)

         de beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv d.d. 20 februari 2020 tot plaatsing van de opdracht, bepaling van de selectievoorwaarden en keuze van de Europese mededingingsprocedure met onderhandeling als plaatsingsprocedure

         de in uitvoering van deze beslissing door de raad van bestuur van Cipal dv goedgekeurde opdrachtdocumenten, inzonderheid:

      het bestek waar het stelt (punt 3.4): “Cipal dv zal in de zin van artikel 2, 6° van de Wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, in het kader van onderhavige opdracht kunnen optreden als aankoopcentrale voor alle entiteiten die in het selectiedocument - onder de hoofding ‘Bereik van de opdracht’ - bij de oproep tot kandidaatstelling voor onderhavige opdracht werden vermeld. Deze entiteiten worden samen met de opdrachtgever en alle leden van de dienstverlenende vereniging verder de “afnemer” genoemd.

      … verwijzend naar het selectiedocument (punt 3.5): “Deze besturen zullen zich, net als hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten, op de aankoopcentrale kunnen beroepen om een totaaloplossing in het kader van de te sluiten raamovereenkomst die het voorwerp uitmaakt van deze opdracht, af te nemen, zonder dat zij verplicht zijn af te nemen via deze raamovereenkomst.”

Cipal dv zal in het kader van onderhavige opdracht tevens kunnen optreden als aankoopcentrale voor de Vlaamse gemeente- en OCMW-besturen, hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten zonder dat deze entiteiten verplicht zijn af te nemen via deze raamovereenkomst.

      het bestek waar het stelt (punt 3.3): “Cipal dv is, net als de afnemers van de aankoopcentrale, na toewijzing vrij om eender welk product of dienst te bestellen zoals die door de opdrachtnemer in het kader van deze opdracht wordt aangeboden en dit in de aantallen die de opdrachtgever of afnemer nodig acht.
Gezien de raamovereenkomst niet exclusief is, behoudt de opdrachtgever - net als elke andere afnemer - steeds de vrijheid om een bepaalde aankoop niet via het raamcontract maar volgens de gewone procedures, die de wet op de overheidsopdrachten toelaat, te voeren. In voorkomend geval wordt dit niet als een wijziging van de opdracht beschouwd.”

      het bestek waar het stelt (punt 3.5): “Cipal dv oefent de overkoepelende leiding van en het overkoepelende toezicht op de uitvoering van de raamovereenkomst uit, terwijl de afnemer de leiding van en het toezicht op de levering van de door de afnemer geplaatste bestelling uitoefent.”

         de beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 23 december 2020 waarbij voornoemde opdracht wordt gegund aan de maatschap Smartville, Steenweg Deinze 154, 9810 Nazareth.

 

Feiten en context

Voor de aankoop van ANPR-trajectcontroles wensen wij beroep te doen op de raamovereenkomst die Cipal dv heeft afgesloten met Smartville.

 

Argumentatie

De “Raamovereenkomst voor de verwerving en exploitatie van een multifunctioneel cloud platform voor de ondersteuning van duurzaam beleid door positieve incentivering, effectieve ontrading en correcte handhaving” (bestek CSMRTIOH20) is een raamovereenkomst met één leverancier waarbij Cipal dv optreedt als aankoopcentrale in de zin van de artikel 2 (6°) en artikel 47 van de wet van 17 juni 2016.

De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via de aankoopcentrale gebruik maken waardoor zij krachtens artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2016 vrijgesteld is van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.

 

Het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van de raamovereenkomst om volgende redenen:

      gezien de nood aan vlotte implementatie, integratie met slimme mobiliteitsoplossingen en ontzorging via een totaaloplossing, is deze raamovereenkomst de beste oplossing;

      de in de raamovereenkomst voorziene smart city oplossingen voldoen aan de behoefte van het bestuur;

      het bestuur moet zelf geen gunningsprocedure voeren wat een besparing aan tijd en geld betekent;

      Cipal dv beschikt over knowhow of technische expertise inzake de aankoop van leveringen en diensten door aanbestedende overheden.

      De gemeente is niet verplicht tot enige afname van de raamovereenkomst.

 

Financiële gevolgen

De uitgave voor 1 ANPR-trajectcontrole wordt geraamd op € 104.000 (inclusief indienststelling en 1 jaar onderhoud aan € 4.000 per jaar). De ontvangsten worden geraamd op € 191.200 per jaar.

Het team leefomgeving stelt voor om 9 trajectcontroles te laten installeren waarvan 4 en 2026 en 5 in 2028.

De nodige kredieten dienen via een aanpassing van het meerjarenplan voorzien te worden.

Er is een beslissing van de gemeenteraad nodig omdat de investering voor meerdere trajectcontroles de drempel van € 140.000 voor opdrachten van dagelijks bestuur overschrijdt.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeente doet een beroep op de aankoopcentrale van Cipal dv voor de realisatie van smart city projecten via de raamovereenkomst “De verwerving en exploitatie van een multifunctioneel cloud platform voor de ondersteuning van duurzaam beleid door positieve incentivering, effectieve ontrading en correcte handhaving” (bestek nr. CSMRTIOH20).

Artikel 2:

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

OZ.15.

Welzijn - convenant wedkantoor - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

         wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van spelers

         wet van 7 mei 2019 tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van spelers

 

Feiten en context

Ingevolge de wet van 7 mei 2019 tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van spelers, en tot invoeging van artikel 37/1 in de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij zijn wedkantoren bij het afsluiten/verlengen/vernieuwen van de vergunning type F2 verplicht om een convenant af te sluiten met de betreffende gemeente.

 

Het VVSG heeft een modelconvenant uitgewerkt dat door het lokaal bestuur van Heusden-Zolder gebruikt zal worden als basis. In het convenant worden de modaliteiten opgenomen die in overeenstemming zijn met de wetgeving. In Heusden-Zolder zijn uitsluitend wedkantoren betreffende klasse IV aanwezig waardoor zij een vergunning type F2 vereisen.

 

Op 3 december 2025 werd een aanvraag ingediend door de onderneming genaamd "Betcenter Group", maatschappelijk zetel gelegen te Leopoldplein 16/2, 3500 Hasselt, met als ondernemingsnummer 0877.184.856, voor de hernieuwing van het convenant voor het wedkantoor gelegen te Koolmijnlaan 82 3550 Heusden-Zolder.

 

Door de delegatiebevoegdheid goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2021 heeft het college van burgemeester en schepenen de aanvraag voor het afsluiten van een convenant voor het bovengenoemd wedkantoor goedgekeurd op 19 april 2023. De geldigheidstermijn van het convenant is gekoppeld aan de geldigheidstermijn van de vergunning type F2 bij de Kansspelcommissie, zijnde 3 jaar.

 

Argumentatie

Overeenkomstig de wet van 7 mei 1999 op kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van spelers moeten wedkantoren een convenant afsluiten met de gemeente voor het afsluiten/verlengen/vernieuwen van de vergunning type F2.

 

Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2021 betreffende de delegatiebevoegdheid aan het college van burgemeester en schepenen is niet meer geldig doordat een delegatiebevoegdheid gekoppeld is aan de samenstelling van de gemeenteraad. Hierdoor is de gemeenteraad bevoegd voor het afsluiten/verlengen/vernieuwen van de vergunning type F2.

 

De onderneming genaamd "Betcenter Group", maatschappelijk zetel gelegen te Leopoldplein 16/2, 3500 Hasselt, met als ondernemingsnummer 0877.184.856, beschikt ingevolge het besluit van het college van burgemeester en schepenen d.d. 19 april 2023 over een convenant met het lokaal bestuur van Heusden-Zolder. Het voornoemd convenant is geldig voor een periode van drie (3) jaar waardoor zij toe is aan hernieuwing.

 

Ingevolge de aanvraag tot hernieuwing van het convenant werd het advies van de politiezone Heusden-Zolder ingewonnen. Uit het advies bleek dat er geen incidenten hebben plaatsgevonden en aldus geen bezwaren zijn tegen de hernieuwing van het convenant.

 

In het convenant worden een aantal verplichte bepalingen opgenomen. De bepalingen worden opgenomen teneinde de openbare rust en veiligheid van de omwonenden te vrijwaren. Het lokaal bestuur van Heusden-Zolder zet zich sterk in om alle vormen van overlast in te perken om het algemeen welzijn van haar inwoners, bezoekers en organisaties te bevorderen. De vrijheid van handel mag geen reden zijn dat een handel wordt uitgebaat op een wijze die strijdig is met de vereisten van openbare veiligheid, rust en gezondheid of met de vereiste van afwezigheid van openbare overlast. Zodoende worden de verplichte bepalingen hernomen in het convenant en luiden als volgt:

         openingsuren: 11u 's ochtends tot 23u 's avonds;

         sluitingsdag: maandag of dinsdag;

         geldigheidsduur van convenant: dezelfde als de geldigheidsduur van de vergunning bij de Kansspelcommissie (= 3 jaar);

        de exploitatie van een nieuwe vestiging is uitgesloten op de as Beringersteenweg - Graaf de Theuxlaan - Meylandtlaan - Vogelsancklaan, op de as G. Gezellelaan - St. Willibrordusplein - Brugstraat - Koolmijnlaan, in het verlengde van de Koolmijnlaan, het Voortplein, en aansluitend daaraan eveneens de Stationsstraat, op de as O. L. Vrouwstraat - Terlaemenlaan - St. Jobstraat, op de as Bieststraat - Ringlaan, op de as Dekenstraat - Dorpsstraat - Pironlaan - Inakker en op de as Zolderseweg - Sluisbamd, onverminderd de wettelijke bepalingen conform artikel 43/5, 5° van de Wet van 7 mei 1999.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad besluit om de aanvraag ingediend door Betcenter Group, maatschappelijk zetel gelegen te Leopoldplein 16/2, 3500 Hasselt, met als ondernemingsnummer 0877.184.856, voor de hernieuwing van het convenant met dezelfde bepalingen voor het wedkantoor gelegen te Koolmijnlaan 82, 3550 Heusden-Zolder, goed te keuren.

Artikel 2:

Dit besluit wordt bezorgd aan Betcenter Group.

 

Bijlagen

  1. Convenant Betcenter Group

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

OZ.16.

Cultuur en toerisme - toerisme - masterplan en stuurgroep De Wijers

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikel 56, het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         besluit van het college van burgemeester en schepenen van 9 april 2025 betreffende afvaardiging stuurgroep De Wijers

 

Feiten en context

De Wijers vormt een uitzonderlijk cultuurlandschap in het centrum van Limburg en is het grootste aaneengesloten vijvergebied van België. De Wijergemeenten Diepenbeek, Genk, Hasselt, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren en Zonhoven werken samen met de Provincie Limburg en diverse partners rond natuur, water, erfgoed, landbouw en recreatie.

 

Sinds 2024 werd in gezamenlijk overleg gewerkt aan het nieuwe Masterplan De Wijers 2026-2050 en het bijhorende Operationeel Plan 2026-2031. Deze plannen vormen het strategisch en operationeel kader voor de verdere duurzame ontwikkeling van De Wijers.

 

De voorliggende samenwerkingsovereenkomst regelt:

         De organisatie van en deelname aan de Stuurgroep De Wijers;

         De deelname aan de Mastergroep en thematische werkgroepen;

         De jaarlijkse financiële bijdrage van de gemeente voor de periode 2026-2031

         De verbintenissen inzake uitvoering van het Masterplan en Operationeel Plan.

 

Organisatiestructuur en rolverdeling

Binnen De Wijers wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen een bestuurlijk niveau en een administratief voorbereidend niveau:

 

1. Stuurgroep De Wijers (bestuurlijk niveau)
Bestaat uit de schepenen van De Wijers van de betrokken gemeenten en vertegenwoordigers van kernpartners.


De Stuurgroep ziet op hoofdlijnen toe op de uitvoering van het Masterplan 2026-2050 en Operationeel Plan 2026-2031. Ze neemt strategische beslissingen; keurt de jaarlijkse begroting, rekening en operationele planning goed; en geeft mandaat aan het Wijersbureau voor de uitvoering van de goedgekeurde acties.

De Stuurgroep heeft dus een beleidsmatige en beslissingsbevoegde rol.

 

2. Mastergroep De Wijers (administratief niveau)

Bestaat uit de Single Points of Contact (SPOC’s) van de partners.


De Mastergroep brengt input uit de thematische werkgroepen samen. Ze bereidt prioriteiten en dossiers voor de Stuurgroep voor en formuleert organisatorisch advies in lijn met de strategische doelstellingen. Ze detecteert daarnaast trends, knelpunten en opportuniteiten en zorgt voor terugkoppeling naar de eigen administratie.

 

De Mastergroep heeft dus een voorbereidende, inhoudelijke en coördinerende rol.
De Stuurgroep beslist, de Mastergroep bereidt voor en stemt af.

 

Voor de gemeente Heusden-Zolder bedraagt de jaarlijkse bijdrage:

         2026: € 17.746,25

         2027: € 18.189,91

         2028: € 18.644,65

         2029: € 19.110,77

         2030: € 19.588,54

         2031: € 20.078,25

Deze bijdrage wordt jaarlijks gefactureerd door het Regionaal Landschap Lage Kempen vzw.

 

Daarnaast dient de gemeenteraad:

         Een Schepen van De Wijers aan te duiden als stemgerechtigd lid van de Stuurgroep;

         Een plaatsvervangend schepen aan te duiden;

         Een SPOC (Single Point of Contact) voor de Mastergroep aan te duiden, evenals een plaatsvervanger.

De overeenkomst loopt tot en met 31 december 2031.

 

Argumentatie

De Wijers is voor Heusden-Zolder een strategisch belangrijk landschappelijk en toeristisch gebied. Deelname aan de Stuurgroep en goedkeuring van het Masterplan en Operationeel Plan:

         Verankert de gemeente structureel in een bovenlokale samenwerking rond natuur, waterbeheer, erfgoed, recreatie en klimaatadaptatie;

         Laat toe om actief mee richting te geven aan projecten en investeringen in het gebied;

         Versterkt de positie van de gemeente binnen het bredere Limburgse netwerk;

         Ondersteunt de kandidatuur en het traject richting Unesco Mens en Biosfeergebied (zonder bijkomende juridische bescherming);

         Biedt toegang tot gezamenlijke projectontwikkeling en mogelijke externe subsidiemiddelen.

 

De jaarlijkse bijdrage is proportioneel bepaald op basis van een forfaitair bedrag en een inwonergerelateerde component, en wordt ingezet voor de uitvoering van de goedgekeurde jaarplannen.

 

Door deelname behoudt de gemeente stemrecht in strategische beslissingen en invloed op prioriteiten en begroting.

 

Niet-deelname zou betekenen dat de gemeente geen structurele rol meer opneemt binnen De Wijers en geen invloed meer heeft op de gebiedsgerichte ontwikkeling.

 

De gemeente vaardigt volgende personen af om Heusden-Zolder te vertegenwoordigen in de stuurgroep De Wijers:

Afgevaardigde stuurgroep  - schepen van De Wijers: Marten Frederix

Plaatsvervanger stuurgroep - plaatsvervangend schepen van De Wijers: Steven Goris

Afgevaardigde mastergroep - SPOC De Wijers: Anke Bongaerts

Plaatsvervanger mastergroep - SPOC De Wijers: Hans Raeymakers

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel: 2026/2.7.3.1/0520-00/64930000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN

Budgettair krediet: € 30.000

Beschikbaar: € 30.000

Geraamde uitgave: 17.746,25 euro voor het jaar 2026

 

Voor de gemeente Heusden-Zolder bedraagt de jaarlijkse bijdrage:

2026: € 17.746,25

2027: € 18.189,91

2028: € 18.644,65

2029: € 19.110,77

2030: € 19.588,54

2031: € 20.078,25

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst inzake de stuurgroep en de financiering voor de periode 2026 - 2031 goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het Masterplan De Wijers 2026 - 2050 en het Operationeel Plan 2026 -2031 goed, inclusief de aangepaste perimeter van De Wijers.

Artikel 3:

De gemeenteraad vaardigt de volgende vertegenwoordigers af voor stuurgroep De Wijers:

         Schepen van De Wijers voor de stuurgroep (effectief lid): Marten Frederix

         Plaatsvervangend schepen voor de stuurgroep: Steven Goris

De gemeenteraad vaardigt de volgende vertegenwoordigers af voor mastergroep De Wijers:

         SPOC De Wijers voor de mastergroep (administratie): Anke Bongaerts

         Plaatsvervangend SPOC De Wijers voor de mastergroep (administratie): Hans Raeymakers

 

Bijlagen

bijlage 1: De Wijers - masterplan 2026 - 2050

bijlage 2: De Wijers_overeenkomst_stuurgoep en financiering_Heusden-Zolder

bijlage 3: 20260121_blanco afvaardigingsformulier stuurgroep DW - gemeenten

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.17.

Cultuur en toerisme - subsidiereglement evenementen - evenementenfonds

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

         Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56 en 57

 

Feiten en context

De gemeente Heusden-Zolder beschikt over een rijk en divers verenigingsleven en een groeiende evenementenkalender. Verschillende lokale verenigingen organiseren jaarlijks activiteiten die bijdragen aan ontmoeting, verbondenheid en de algemene leefbaarheid van de gemeente.


Tot op heden bestonden er binnen de gemeente al verschillende ondersteuningsmechanismen, maar daarnaast willen we nu een kader specifiek voor evenementen die zich richten op het brede publiek.

 

Het voorgestelde reglement "Evenementenfonds" creëert een helder kader voor:

         wie kan aanvragen,

         welke evenementen in aanmerking komen,

         welke kosten wel/niet worden gesubsidieerd,

         de wijze van aanvraag, beoordeling en verantwoording.

 

Met het evenementenfonds wil de gemeente komen tot een consistent, transparant en beheersbaar subsidiebeleid dat bijdraagt aan een kwalitatieve en bruisende evenementenkalender voor alle inwoners.

Het lokaal bestuur verwacht met dit reglement een toename van kwalitatieve en verbindende evenementen.

 

Argumentatie

De gemeente ontvangt jaarlijks een groeiend aantal aanvragen voor ondersteuning van evenementen. Ze brengen inwoners samen, creëren gemeenschapszin en dragen bij aan een bruisend lokaal leven. Publieke evenementen zijn een essentieel onderdeel van het sociale weefsel van Heusden-Zolder.

 

Het evenementenfonds ondersteunt initiatieven die ontmoeting, verbondenheid en lokale dynamiek versterken. Door enkel dorpsraden, verenigingen, feitelijke verenigingen en vzw’s die actief zijn in Heusden-Zolder toe te laten, wordt het sociaal weefsel verder gestimuleerd om kwaliteitsvolle evenementen te ontwikkelen.

 

Met een heldere indeling naar omvang van het evenement en maximale subsidiebedragen creëert het reglement een eenduidige en objectieve beoordelingsbasis. Daardoor worden organisaties met een lokale verankering versterkt en gestimuleerd om kwaliteitsvolle evenementen te ontwikkelen.

 

Het reglement legt duidelijke indienings- en verantwoordingsprocedures vast, wat bijdraagt aan professionalisering en transparantie bij organisatoren. Tegelijk ontstaat een beter overzicht en beheer van het gemeentelijke evenementenkader.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel: 2026/2.7.1.1/0710-00/64920310

Budgettair krediet: € 50.000,00

Beschikbaar: € 50.000,00

Geraamde uitgave: € 50.000,00

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad wordt verzocht het subsidiereglement evenementen – evenementenfonds goed te keuren, zodat het na publicatie op de website van de gemeente officieel in werking kan treden.

Artikel 2:

Het evenementenfonds gaat in werking vanaf 1 april 2026.

 

Bijlagen

Bijlage 1 Subsidiereglement evenementen - evenementenfonds

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Punt bijlagen/links Subsidiereglement evenementen - evenementenfonds.pdf Download
Overzicht punten

OZ.18.

Bibliotheek - goedkeuring uitbreiding en verlenging ECRU - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40 en 41

         decreet over het lokaal bestuur, art. 401 t.e.m. 412

         decreet van 7 mei 2004, houdende de organisatie en de subsidiëring van een cultureel erfgoedbeleid, om een erfgoedconvenant af te sluiten tussen de Vlaamse Gemeenschap en anderzijds een gemeente of een projectvereniging, waarin verschillende gemeenten participeren

         cultureel erfgoeddecreet van 6 juli 2012

         gemeenteraadsbesluit van 11 januari 2005 tot het opmaken van een intentieverklaring m.b.t. het afsluiten van een erfgoedconvenant

         gemeenteraadsbesluit van 24 november 2005 waarin de raad de statuten van de Projectvereniging MIJNSTREEK, een intergemeentelijk samenwerkingsverband tussen de voormalige mijngemeenten As, Beringen, Genk, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren en Maasmechelen, het financieel engagement werd goedgekeurd alsook vertegenwoordigers werden aangeduid

         besluit van 27 maart 2014, waarin de overeenkomst verlengd wordt van 2015 tot en met 2020 en de statuten licht gewijzigd

         decreet op bovenlokaal cultuurbeleid van 15 juni 2018

         de uitvoeringsbesluiten van dit decreet van 24 juli 2018

         gemeenteraadsbesluit van 25 november 2021 aanpassing statuten Midden-Limburg projectvereniging.

 

Feiten en context

Heusden-Zolder maakt sinds 2007 deel uit van ECRU, voorheen projectvereniging Midden-Limburg. ECRU bestaat uit 2 deelwerkingen: Erfgoed (sinds 2007) en Cultuur (sinds 2020).

 

ECRU ondersteunt erfgoed- en cultuurverenigingen en kunstenaars in deze gemeenten inhoudelijk, financieel, communicatief of logistiek. Daarnaast planten ze zaadjes voor vernieuwende cultuur-en erfgoedprojecten met steun van onderuit. ECRU bouwde de voorbije jaren een inspirerend netwerk uit waarin kunstenaars en verenigingen enerzijds sterk met lokale en bovenlokale beleidsmakers verbonden worden.

 

ECRU ontvangt daarvoor een financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten en werkingssubsidies binnen het bovenlokaal cultuurdecreet en binnen het cultureel-erfgoeddecreet van de Vlaamse Overheid.

 

Op de Raad van Bestuur van ECRU van 1 juli 2025 werd beslist om ECRU uit te breiden (zie bijlage 4). Zutendaal en Tessenderlo-Ham stappen in beide deelwerkingen in. Leopoldsburg, dat tot nu toe enkel deel uitmaakte van ECRU Cultuur, zal ook toetreden tot ECRU Erfgoed.

 

Er werd ook beslist om de bijdrage voor ECRU op te trekken.

Tot nu toe betaalde elke gemeente € 0,90 per inwoner. € 0,40 per inwoner voor deelwerking Cultuur en € 0,50 per inwoner voor deelwerking Erfgoed.

 

De bijdrage voor de deelwerking Cultuur wordt opgetrokken tot € 0,50.

 

In totaal vraagt ECRU dan € 1,00 per inwoner.

 

ECRU verstuurde een brief naar de schepencolleges met de vraag om de deelname aan ECRU te verlengen. (zie bijlage 3).

 

Argumentatie

Reden voor de verhoging van de bijdrage is dat ECRU eerder nooit geïndexeerd heeft én dat ze slechts om de 6 jaar de gemeentelijke bijdrage aanpasten aan de actuele inwonersaantallen. Vanaf 2027 zal de bijdrage jaarlijks aangepast worden aan de actuele inwonersaantallen. Ook zal 1 keer per beleidsperiode een indexering doorgevoerd worden, voor de volgende beleidsperiode is dan in 2030.

 

Op dit moment betalen we jaarlijks € 17.097 voor ECRU Erfgoed en €13.549,60 voor ECRU Cultuur, in totaal € 30.646,60, die kostprijs stijgt naar ongeveer € 35.000. 

 

De bijdrage voor ECRU Cultuur wordt jaarlijks geïndexeerd, de bijdrage voor ECRU erfgoed wordt enkel in 2030.

 

Ecru heeft een simulatie (zie bijlage) gemaakt voor de gemeente, op basis van een  prognose van het aantal inwoners.

 

Voor de uitbreiding van ECRU had onze gemeente een grote bekommernis geuit rond enerzijds de toekomstige dienstverlening van ECRU naar elk van de oorspronkelijke gemeenten, maar eveneens naar de haalbaarheid van uitbreiding rekening houdend met het huidige personeelsbestand, in bijzonder van ECRU Erfgoed. 

 

Op de Raad van Bestuur werd daarop als antwoord het volgende opgetekend:

Voor ECRU Cultuur is de aanwerving van 1 tot 1,5 personeelslid vanaf 2027 wel mogelijk gezien we bij positieve beoordeling kunnen rekenen op bijkomende Vlaamse subsidie. We onderzoeken dan ook de piste om een profiel aan te werven dat deeltijds voor ECRU Erfgoed en deeltijds voor ECRU Cultuur zal werken. De hele werking van ECRU Erfgoed zal moeten herdacht worden. Het idee is om meer samen te werken rond gemeenschappelijke uitdagingen. Ook onderzoeken we de piste om onze vrijwilligerswerking beter uit te bouwen. Eventueel kunnen we ook werken met clusters oost en west. De gemeenten verwachten een duidelijk plan. Van zodra het engagement van de gemeenten bevestigd is, kunnen de toekomstplannen vorm krijgen.

 

Voor Heusden-Zolder blijft het wel van belang om te blijven deelnemen aan ECRU. Onze investering in ECRU krijgen we sowieso terug, in de vorm van subsidies voor projecten van onze eigen diensten en van onze verenigingen. In bijlage 5 zie je een overzicht van de projecten die via ECRU werden gesteund en wat dit financieel betekent.

 

ECRU ondersteunt de aanvragers van Cultuur- en erfgoedprojecten ook inhoudelijk én zorgt daarnaast voor overkoepelende projecten: erfgoedinterviews, brochure erfgoeddag, aankoop en verdeling erfgoedmaterialen, omzetten van films en geluid naar digitale dragers, contacten met andere partners, samenwerking tussen verenigingen en bovenlokale partners, opleidingen, ondersteuning bij aanvragen van projectsubsidies bij de Vlaamse overheid, klankbord bij Faro, Meemoo en andere organisaties ... . Zonder instap in ECRU zou dit allemaal wegvallen.

 

Aan de gemeenteraad wordt dan ook gevraagd om de verlenging van het engagement van onze gemeente in ECRU voor de periode 2027-2032 goed te keuren, alsook de daar bijhorende financiële verhoging van de bijdrage vanaf 2027 en de toetreding van Zutendaal en Tessenderlo-Ham vanaf 2027.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven

 

Uitgave ECRU Cultuur: Jaarlijkse indexering voor ECRU Cultuur (index 2 %)

 

 

bijdrage als inwoners stabiel - index 2%

inwonersaantal toename

bijdrage plus index + inwoners

2027

17482

34964

17482

0,5

2028

17831,64

34972

17835,72

0,51

2029

18188,27

35160

18283,2

0,52

2030

18552,04

35323

18721,19

0,53

2031

18923,08

35483

19160,82

0,54

2032

19301,54

35399

19469,45

0,55

 

Uitgave ECRU erfgoed:  indexering in 2030

 

 

bijdrage als inwoners stabiel

inwonersaantal toename

bijdrage + eenmalige index + jaarlijkse aanpassing inwonersaantallen

2027

17482

34964

17482

0,5

2028

17482

34972

17486

 

2029

17482

35160

17580

 

2030

17831,64

35323

18014,73

0,51

2031

17831,64

35483

18096,33

 

2032

17831,64

35399

18053,49

 

 

Registratiesleutel  1419/002/003/006/001 – 06 – 073903 – 64910000.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de verlenging van het engagement van onze gemeente in ECRU voor de periode 2027-2032 goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt financiële verhoging van de bijdrage vanaf 2027 van onze gemeente aan ECRU voor de periode 2027-2032 goed.

Artikel 3:

De gemeenteraad keurt de toetreding van Zutendaal en Tessenderlo-Ham tot ECRU vanaf 2027 goed.

 

Bijlagen

Bijlage 1: Evolutie bijdrage ECRU 2027-2032 - met toename inwoners - prognose

Bijlage 2: Verklaring op eer Heusden-Zolder

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

OZ.19.

Onderwijs - GBS - scholengemeenschap 2026-2032

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 40 en 41

         het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de artikelen 125bis tot en met 125quaterdecies, zoals gewijzigd door het decreet van 5 april 2019 betreffende het onderwijs XXIX

         decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 388 tot en met 395

         gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over de vorming van de huidige scholengemeenschap

 

Feiten en context

Een schoolbestuur kan, in het kader van de organisatie van zijn basisonderwijs, een scholengemeenschap vormen met onderwijsinstellingen van andere schoolbesturen.

 

Een scholengemeenschap moet zowel kleuter- als lager onderwijs bevatten, moet op de eerste schooldag van februari minstens 900 gewogen leerlingen tellen en mag zich hoogstens over vijf aangrenzende onderwijszones uitstrekken,

 

Adviezen

SWOT analyse van de directie omtrent verlenging scholengemeenschap Heusden-Zolder.

Besluit van het schepencollege van 8 oktober 2025 tot verderzetting van de scholengemeenschap Heusden-Zolder.

 

Argumentatie

De huidige overeenkomst loopt na een periode van zes schooljaren af op 31 augustus 2026.

 

Alle deelnemers wensen de samenwerking te verlengen voor een periode van zes schooljaren, zoals afgesproken in de vergadering van het beheerscomité van de scholengemeenschap van 25 maart 2025.

 

In de overeenkomst worden de volgende gegevens geactualiseerd aan de hand van een addendum:

         de naam van de algemeen directeur wordt gewijzigd in Rony Herlitska.

        de naam en het adres van Gemeentelijke Basisschool Beekbeemden, Beekbeemdenhof 1, 3550 Heusden-Zolder worden gewijzigd naar De Leerplaneet, Beenhouwersstraat 10, 3550 Heusden-Zolder.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de bestaande overeenkomst scholengemeenschap Heusden-Zolder en besluit de voortzetting van deze overeenkomst voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2032. 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het addendum met de wijzigingen aan de overeenkomst scholengemeenschap Heusden-Zolder zoals in bijlage goed.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.20.

Onderwijs - onderwijs - reglement verlofstelsels

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

        het decreet rechtspositie gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991

        het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de medezeggenschap in het gesubsidieerd onderwijs

        de wet van 19 december 1974 tot regeling van de relaties tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

        de nieuwe gemeentewet, inzonderheid art. 117 en 119

        het protocol van akkoord in het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité van 11 maart 2025

 

Feiten en context

Een goede schoolorganisatie steunt op duidelijke afspraken tussen het personeel en het schoolbestuur, dat bevoegd is om een reglement op te stellen inzake de modaliteiten van de dienstonderbrekingen.

 

Argumentatie

Het is aangewezen om duidelijke richtlijnen vast te leggen voor het aanvragen en toekennen van verlofstelsels voor de personeelsleden van de gemeentelijke onderwijsinstellingen.

Het reglement is gebaseerd op een model van OVSG.

Op 11 maart 2025 werd een protocol voor akkoord ondertekend met de representatieve vakbonden.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad besluit het reglement dat de modaliteiten inzake het aanvragen en toekennen van verlofstelsels in de gemeentelijke onderwijsinstellingen van Heusden-Zolder vastlegt en goedgekeurd werd door de gemeenteraad van 22 februari 2018 op te heffen en te vervangen door het reglement in bijlage.

Artikel 2:

Dit reglement wordt als bijlage toegevoegd aan de arbeidsreglementen van onze drie gemeentelijke scholen.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

OZ.21.

Onderwijs - GABK - aanpassing ILV overeenkomst - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56;

         decreet rechtspositie gesubsidieerd onderwijzend personeel van 27 maart 1991;

         nieuw decreet deeltijds kunstonderwijs van 9 maart 2018;

         decreet betreffende de intergemeentelijke samenwerking van 6 juli 2001;

 

Feiten en context

De overeenkomst tussen de gemeente Heusden-Zolder en de 4 andere deelnemende gemeenten van de interlokale vereniging (Beringen, Tessenderlo-Ham, Leopoldsburg en Houthalen-Helchteren) m.b.t. de organisatie van deeltijds kunstonderwijs specialisatie Beeldende Kunsten werd tot op heden steeds stilzwijgend verlengd.

 

De wens van het schoolbestuur is om de samenwerkingsovereenkomst een opfrissing te geven en te hernieuwen in overleg met de deelnemende gemeenten.

Het is eveneens het ideale moment om naast enkele aanpassingen ook een afstemming door te voeren met de overeenkomst die de gemeente Beringen op haar beurt afsluit met de 4 deelnemende gemeenten (Heusden-Zolder, Leopoldsburg, Houthalen-Helchteren en Leopoldsburg) die deel uitmaken van de Interlokale vereniging Academie Beringen m.b.t. de organisatie van deeltijds kunstonderwijs specialisatie muziek, woord en dans.

 

Op de ILV-vergadering van donderdag 8 mei 2025 werd afgesproken dat een werkgroep op 19 juni 2025 een voorstel tot aanpassing van de Overeenkomst Interlokale vereniging Academie Heusden-Zolder zou bespreken.

Aansluitend op dit overleg organiseerde Academie Beringen op 27 juni 2025 een ILV-vergadering waar zij gelijklopende wijzigingen aan hun samenwerkingsovereenkomst voorstelden.

Beide samenwerkingsovereenkomsten werden op 3 juli 2025 overgemaakt aan de juridische dienst van de gemeente Heusden-Zolder voor advies. De opmerkingen van de juridische dienst werden verwerkt en beide samenwerkingsovereenkomsten liggen nu voor ter goedkeuring.

 

Na goedkeuring worden beide samenwerkingsovereenkomsten overgemaakt aan de deelnemende gemeentebesturen van beide Interlokale Verenigingen ter goedkeuring op hun respectievelijke gemeenteraden.

 

Argumentatie

De samenwerkingsovereenkomst was toe aan hernieuwing, het was ook het ideale moment om enkele zaken aan te passen aan de actuele werking. Volgende aanpassingen werden doorgevoerd:

         De gegevens van de vertegenwoordigers van de vermelde lokale overheden.

         Art 4§1: De interlokale vereniging wordt opgericht voor bepaalde duur, ingaand op 1 april 2026 tot en met 31 december 2031.
Motivatie: van onbepaalde naar bepaalde duur, de ILV krijgt een startdatum (01/02/2026) en einddatum (31/12/2031) zodat bij de start van elke nieuwe gemeentelijke legislatuur de ILV-samenwerking gemotiveerd kan hernieuwd worden.

         Art5§4: Het staat elke deelnemende gemeente vrij een ambtenaar-technicus af te vaardigen om de vergadering zonder stemrecht bij te wonen.
Motivatie: deze ambtelijke opvolging geeft mogelijkheid tot continuïteit en kennisoverdracht over de legislaturen heen.

         Art6§3: Toevoeging dat de schepen van de beherende gemeente de voorzitter van het beheerscomité is.
Motivatie: opmerking jurist Beringen.

         Art6§5: Toevoeging: Als geen consensus dan beslissing bij (gewone) meerderheid, zijnde de helft + 1. Bij staking van stemmen of geen meerderheid, dan wordt het voorstel verworpen.
Motivatie: opmerking jurist Beringen.

         Art7§2: Toevoeging: Indien de beherende gemeente haar aanbod van vestigingsplaatsen of opties wil uitbreiden of stopzetten, zal dit in overleg gebeuren met de desbetreffende deelnemende gemeenten en ter goedkeuring voorgelegd worden aan het respectievelijk college van burgemeester en schepenen.

         Art9§2: Toevoeging: Er zal echter onderzocht worden op welke manier leerlingen en/of lokale besturen financieel kunnen bijdragen aan het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Academie Heusden-Zolder en dit vanuit het solidariteitsprincipe.

Motivatie: 20% van de leerlingen zijn geen inwoner van 1 van de deelnemende gemeentebesturen, we willen de mogelijkheden kunnen onderzoeken om leerlingen rechtstreeks of onrechtstreek financieel meer te laten bijdragen aan de ILV-werking en schrijven deze ambitie dan ook in de samenwerkingsovereenkomst.

         Art9§5: Vergoeding administratief medewerker beperkt tot 1 VTE en vergoeding modellen toegevoegd. Uitdrukkelijk vermelden dan dat het een limitatieve lijst is. Dus ook bij een opsomming steeds een “;” en bij de laatste een “.” toevoegen.

Motivatie: opmerking jurist Beringen.

         Art9§6: toevoeging: De beherende gemeente bezorgt de voorbereidende offertes, de niet-beherende gemeente zorgt voor de verdere praktische afhandeling van de aankopen.

Motivatie: verduidelijking van de te volgen werkwijze.

         Art10§1b:  in elk klaslokaal een schoolbord schrappen. toevoeging:

De leslokalen worden waar mogelijk exclusief voorbehouden voor de werking van de academie Heusden-Zolder. Indien ruimten structureel gedeeld moeten worden, worden onderlinge afspraken gemaakt tussen directeur academie en lokaal bestuur. De deelnemende gemeente voorziet ook het nodige meubilair in de vorm van rekken, kasten, presentatieborden, … met het oog op het veilig en afgesloten opbergen van de materialen en werkstukken van de academie en haar leerlingen. Presentatiemuren blijven waar mogelijk exclusief voorbehouden aan de academie.

Sporadisch gedeeld gebruik wordt steeds aangevraagd bij de directeur en er worden duidelijke afspraken gemaakt waar de gebruikers zich aan houden.

Motivatie: niet meer conform de noden, noch conform de huidige situatie van elk lokaal

Toevoeging: De beherende gemeente streeft in samenwerking met de niet-beherende gemeenten naar de uitbouw van een patrimonium dat voldoet aan alle normen met betrekking tot bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne. Indien er zich wijzigingen voordoen mbt de huisvesting van de academie zal het niet-beherende bestuur tijdig in overleg gaan met het beherende bestuur teneinde de meest optimale infrastructuur te kunnen aanbieden.

Motivatie: een aantal leslocaties zijn niet conform de regelgeving en voldoen niet aan de minimale vereisten, met expliciete toevoeging van deze paragraaf willen we in samenwerking met de deelnemende gemeenten onze lesinfrastructuur verbeteren.

         Art10§2: toevoeging: opgemaakt door de niet-beherende gemeente.

Motivatie: gezien het goederen en leslocaties betreft van de niet-beherende gemeente is het logisch dat de niet-beherende gemeente een inventaris opmaakt.

         Art11: toevoeging: Een polis verzekering bij dienstverplaatsingen voor het personeel.

Motivatie: deze polis ontbrak in de opsomming.

         Art15§3: toevoeging: en jaarlijkse inhoudelijke evaluatie / §4 vervalt wegens samenvoeging met §3.

De jaarrekening en jaarlijkse inhoudelijke evaluatie worden goedgekeurd door de ‘respectievelijke gemeenteraad' wordt 'gemeenteraden'.

Motivatie: cf. het decreet intergemeentelijke samenwerking moet de samenwerking ook inhoudelijk goedgekeurd worden.

         Art17: ‘niet’ toevoegen.

Motivatie: De niet-beherende gemeente moet instaan voor het toezicht in de  

vestigingsplaatsen.

         Art 19 en volgende: aanpassing foute nummering oude samenwerkingsovereenkomst.

         Art 18§4 toegevoegd: Leerlingen die een extra richting, vak of domein volgen betalen hiervoor een extra kost gelijk aan het laagste tarief van het inschrijvingsgeld. Deze inkomsten gaan integraal naar de ILV.

motivatie: naar analogie met de overeenkomst van Beringen.

         Art 20 toegevoegd: De academie past haar aanbod in elke gemeente aan aan de leerlingen, hun aantallen en hun keuzes (graad, opleiding) en aan de mogelijkheden en beschikbaarheid van de lesplaatsen - klaslokalen. Dit aanbod kan jaarlijks worden toegelicht en besproken. Indien een gemeente een nieuw aanbod lessen voorstelt of een nieuwe lesplaats aan de academie, is er bereidheid van de betreffende gemeente om dit financieel op te vangen gedurende één of maximum twee schooljaren in de vorm van de aankoop van PWB-uren (personeel op werkingsbudget). Vanaf het schooljaar dat volgt en bij voldoende leerlingen behoort dit nieuwe aanbod tot het organieke lestijdenpakket van de academie.

motivatie: naar analogie met de overeenkomst van Beringen.

         Art 23§3: aanpassen tekst naar: In het kader van de onderwijsinspectie worden aan de beherende gemeente volgende documenten overgemaakt.

Motivatie: niet beherende gemeenten willen we activeren en responsabiliseren om alle documenten mbt bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne actief over te maken aan de beherende gemeente. Op deze manier beschikken we steeds over de meest actuele documenten.

         Art24:  aanpassen nummering en toevoeging: Er geldt een absoluut en permanent verbod op het roken van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten in een zone van 10 meter rond de in-en uitgang van de school.

Motivatie: artikel aanpassen aan nieuwe regelgeving mbt het rookverbod in en rond schoolgebouwen.

         Aanpassing van de onderschrijvende partijen.

Motivatie: cf. de regelgeving moet de voorzitter van de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst onderschrijven.

Aan de samenwerkingsovereenkomst van de Interlokale vereniging Academie Beringen werden dezelfde aanpassingen gedaan.

 

Aanpassingen door IDPBW:

         Art. 21 Diensten Preventie en Bescherming op het Werk

§1.

De adviezen die worden opgesteld door de Interne en Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk van de beherende gemeente worden voorgelegd aan de IDPBW van de deelnemende gemeente.

 

Indien deze adviezen verband houden met of een weerslag hebben op de infrastructuur van een deelnemende gemeente, worden deze vervolgens door de directeur verder besproken met de betrokken deelnemende gemeente. Dit met het oog op:

         het nemen van de noodzakelijke preventiemaatregelen,

         het uitvoeren van eventuele aanpassingen of herstellingen,

         het waarborgen van de veiligheid en conformiteit van de leslocaties.

 

         Art. 22 Globaal preventieplan en jaaractieplan

De uitwerking van een dynamisch risicobeheer wordt via een globaal preventieplan en jaaractieplan gekaderd. Deze actieplannen worden door de IDPBW van beherende gemeente worden opgesteld, opgevolgd en geactualiseerd. De rapportering zal 1 x per kwartaal door de IDPBW van de beherende gemeente gebeuren aan directie en BOC.

 

         Art. 23 Controle gebouwen

§1.

Elke deelnemende gemeente staat in voor de wettelijke keuringen en onderhoud van installaties en toestellen in haar lokalen die ter beschikking worden gesteld van de interlokale vereniging.

De keuringsverslagen zullen overgemaakt worden een de IDPBW van de beherende gemeente. Indien nodig zal de deelnemende gemeente instaan voor de nodige aanpassingen conform de aanbevelingen in het keuringsverslag.

 

§2.

Per legislatuur wordt in elke deelnemende gemeente een inspectie van de gebouwen verricht door de brandweer van de betreffende zone. De burgemeester van de deelnemende gemeente richt hiertoe het nodige verzoek. De verslaggeving en besluiten worden per mail overgemaakt aan de preventiedienst van de beherende gemeente. De gebundelde resultaten worden via de directie voorgelegd aan het beheerscomité van de Interlokale vereniging academie Heusden-Zolder

Academie Meylandtlaan 20 | 3550 Heusden-Zolder | 011 80 80 89

 

§3

In het kader van de onderwijsinspectie dienen onderstaande documenten door de deelnemende gemeente aan de IDPBW van de beherende gemeente te worden bezorgd voor alle bestaande leslocaties.

Voor nieuwe lesplaatsen moeten deze documenten voor de opstart van de lessen aan de beherende gemeente worden overgemaakt.

 

Voor de huidige lesplaatsen wordt een eenmalige overgangsmaatregel voorzien.

Gelieve alle documenten uiterlijk op 1 september 2026 aan te leveren.

 

1. Dynamisch risicobeheerssysteem

         Risicoanalyse van het gebouw

 

2. Keuringen

         Elektrische installaties

         Gasinstallaties

         Liften / hefwerktuigen (indien van toepassing)

         Speeltoestellen (indien van toepassing)

 

3. Infrastructuur

         Documentatie rond onderhoud, aanpassingen en herstellingen

         Attesten van uitgevoerde werken indien relevant

 

4. Brandveiligheid

         Brandpreventieverslag

         Onderhouds- en keuringsverslagen van brandbestrijdingsmiddelen
(brandblussers, brandslanghaspels, rookmelders, autonome blustoestellen …)

         Nood- en interventieplannen

         Gegevens rond aankopen van brandveiligheidsmateriaal (bv. brandblussers, signalisatie)

 

5. Veiligheidsinstructies en communicatie

         Veiligheidsinstructiekaarten (VIK’s)

         Bedieningsveiligheidsinstructiekaarten (BVI-kaarten)

 

         Art. 24 Aankoop materialen

De wettelijke opgelegde adviesverlening door de preventiedienst bij aankoop van materiaal wordt opgenomen door de preventiedienst van de beherende gemeente.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de aangepaste overeenkomst voor de Interlokale Vereniging van Heusden-Zolder samen met het Huishoudelijk Reglement zoals in bijlage goed.

Artikel 2:

De aangepaste overeenkomst treedt in werking op 1 april 2026.

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Overzicht punten

OZ.22.

Secretariaat en juridische zaken - varia

 

Conform het huishoudelijk reglement hebben de raadsleden het recht om aan het einde van de openbare zitting, na afhandeling van de agenda, vragen te stellen over aangelegenheden van het lokaal bestuur.

 

Volgende raadsleden stellen een vraag:

         Raadslid Tony Lespoix: Fietssnelweg 752 - Kolenspoor - 't Routeke
Tussenkomst door voorzitter Mario Borremans

         Raadslid An Vanvuchelen: Lijn 35
Tussenkomst door schepen Annette Palmers

         Raadslid Funda Oru: Sociaal huuraanbod
Tussenkomst door voorzitter Mario Borremans

         Raadslid Funda Oru: Koala project
Tussenkomst door schepen Steven Goris

         Raadslid Funda Oru: erfgoedlijst - begraafplaatsen
Tussenkomst door voorzitter Mario Borremans en schepen Petra Tielens

         Raadslid Funda Oru: strategisch veiligheids- en preventieplan
Tussenkomst door voorzitter Mario Borremans

         Raadslid Funda Oru: Sint-Vincentius parking
Tussenkomst door schepen Steven Goris

         Raadslid Funda Oru: meerjarenplan - bedrijventerrein
Tussenkomst door voorzitter Mario Borremans

         Raadslid Funda Oru: bestek strategisch commercieel plan - handelscentrum Cité
Tussenkomst door voorzitter Mario Borremans

        Raadslid Funda Oru: samenwerking, opstart XR competentiecentrum De Skip, EFRO-project
Tussenkomst door voorzitter Mario Borremans en schepen Marten Frederix

 

 

Publicatiedatum: 04/05/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.