Gemeente Heusden-Zolder

 

Notulen gemeenteraad

18 december 2025 19:08

 

AANWEZIG:

 

Schepenen:  Isabelle Thielemans, Mario Carremans, Britt Custers, Petra Tielens, Annette Palmers, Marten Frederix, Steven Goris

Raadsleden:  Lode Schops, Jan Jans, Tony Lespoix, Nico Geeraerts, Swa Vanderaerden, Tonny Vanhamel, Arif Birinci, Yasin Gül, Peter Gybels, Katrien Cox, Elise Vanhoudt, Chantale Labie, Hans Roose, Bea Baranska, Claudia Rugiero, Claudia Ruts, Yeliz Cengiz, Lauren Leyssens, Elif Can

Algemeen directeur:  Rony Herlitska

Voorzitter:  Mario Borremans

VERONTSCHULDIGD:

 

Raadsleden:  Funda Oru, Tim Lekens, Victor Peeraer, Yves Kenens, Halit Topal, Tuur Lemmens

 

Overzicht punten

OZ.1.

Secretariaat en juridische zaken - notulen gemeenteraad - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Artikel 32, 277 en 278 van het decreet lokaal bestuur.

 

Feiten en context

De algemeen directeur legt de notulen van de vorige vergadering van de gemeenteraad voor ter goedkeuring.

 

Elk gemeenteraadslid heeft het recht opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.

 

Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige vergadering worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de notulen, zoals voorgelegd door de algemeen directeur, goed te keuren.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de notulen van de vorige vergadering goed.

 

Bijlagen

Bijlage 1: notulen van de vorige vergadering van de gemeenteraad.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.2.

Secretariaat en juridische zaken - mededelingen

 

De gemeenteraad neemt kennis van:

         de uitnodiging voor de algemene vergadering van Watering Het Schulensbroek van 2 december 2025

         de uitnodiging voor de vergadering van ILV academie Heusden-Zolder van 4 december 2025

         de uitnodiging voor het aandeelhoudersbestuur van De Watergroep van 3 december 2025

         het verslag van ILV Academie Beringen van 27 juni 2025

         het verslag van het aandeelhoudersbestuur van De Watergroep van 23 september 2025

         het verslag van de raad van bestuur van Limburg.net van 22 oktober 2025

         de uitnodiging van de vervoerregioraad van 8 december 2025

         de notulen van de bijzondere algemene vergadering van Fluvius OV van 26 november 2025

         het verslag van de algemene vergadering van VVSG van 18 juni 2025

         de uitnodiging voor de algemene vergadering van VVSG van 18 december 2025

         het verslag van de verenigde commissie van 22 september 2025

         verslag Verenigde Commissie van 25 november 2025

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.3.

Ruimtelijk beheer en woonbeleid - rooilijnplan verlengde Magazijnstraat - vaststelling

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41: deze artikels handelen over de bevoegdheden van de gemeenteraad

         het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen

         het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening

         de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009 zoals gewijzigd en uitvoeringsbesluiten

         het decreet betreffende de omgevingsvergunning, artikel 31: dit artikel herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen.

         het omgevingsvergunningsbesluit, artikel 47: dit artikel handelt over de beslissingsbevoegdheid van de gemeenteraad inzake wegenwerken en stelt dat de gemeenteraad daarbij kennis neemt van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

         besluit van de gemeenteraad van 27 november 2014  m.b.t. de goedkeuring van het rooilijnplan Magazijnstraat (ROO_71070_243_01821_00001)

 

Feiten en context

Op 14 maart 2025 werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend (OMV_2025033085, ref. 25/067) voor:

         vaststelling van gemeentewegen/vaststellen van de rooilijnen

         het aanleggen van wegenis

         bouwen van KMO-units met kantoorruimte en 2 conciërgewoningen

Deze aanvraag werd op 2 augustus 2025 volledig en ontvankelijk verklaard.

De geplande stedenbouwkundige handelingen situeren zich op het bedrijventerrein De Schacht, ten oosten van Magazijnstraat 7 en ten westen van het hoofdgebouw.

 

Het perceel waarop het gebouw zal opgericht worden is kadastraal gekend als 3de afdeling sectie A 205S13. Dit perceel grenst niet aan het openbaar domein. Er bestaat een erfdienstbaarheid over het aansluitende perceel 3de afdeling sectie A 205P13.

Ons gemeentebestuur wenst echter de ontsluiting van het bedrijventerrein voornamelijk te laten geschieden over de Mijnwerkerslaan. De Mijnwerkerslaan is een weg voor doorgaand verkeer. Om deze reden heeft ons gemeentebestuur aangedrongen op een ontsluiting via de Magazijnstraat en vervolgens de Mijnwerkerslaan.

 

De omgevingsvergunning kan enkel afgeleverd worden als het perceel grenst aan een goed uitgeruste openbare weg. Tussen de Magazijnstraat en het perceel van de aanvrager is een stuk in eigendom van de Reset vzw (perceel 205H14).

 

Om deze redenen wordt er voorgesteld om de grenzen van het openbaar domein vast te stellen.

 

Het rooilijnplan 'verlengde Magazijnstraat', opgemaakt op 19 mei 2025 door landmeter Gunther Ermens en studiebureau GOEN, Massemsesteenweg 1-3 9230 Wetteren, is opgesteld in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025033085, ref. 25/067 (zoals hierboven beschreven). Hieruit blijkt duidelijk de toekomstige rooilijn van de gemeenteweg. De percelen kadastraal gekend 3de afdeling sectie A 205S13 en 3de afdeling sectie A 205H14 worden getroffen door de nieuwe rooilijn.

Op 21 oktober 2021 vond er een overleg plaats tussen de aanvragers van het voorliggende project, de mede-eigenaars van het hoofdgebouw en een afvaardiging van het gemeentebestuur. De raad van bestuur van Reset vzw zou bereid zijn om een stuk gratis af te staan aan het openbaar domein. Ook de aanvrager is bereid om een stuk af te staan aan het openbaar domein zodat ten alle tijden de parking toegankelijk blijft via de Magazijnstraat.

 

Openbaar onderzoek

Het voorgestelde rooilijnplan werd openbaar gemaakt van 18 augustus 2025 t.e.m. 16 september 2025. De verschillende door de wet voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld.

 

Tijdens het openbaar onderzoek zijn er 2 bezwaarschriften ingediend waarvan er 1 betrekking heeft op het wegenisdossier of in verband kunnen gebracht worden met de beoordelingsgronden opgesomd in artikel 3 (doelstellingen) en artikel 4 (principes) van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.

Enkel de elementen die betrekking hebben op de zaak der wegen worden besproken.

 

Bespreking van de ingediende bezwaren:

Bezwaar 1

Datum: 2 september 2025

Het digitale bezwaarschrift werd als volgt beschreven:

...

We hadden voor dit overleg ook aan de gemeente laten weten dat onze organisatie principieel akkoord was met een afstand van onze grond tvv het openbaar domein, ook hier waren echter een aantal voorwaarden aan gekoppeld. Ik knip en plak even uit de mailing die we destijds naar aanleiding van deze vraag bezorgden aan de gemeente :

   De andere eigenaars van het hoofdgebouw moeten mee akkoord gaan met de plannen en aanpak (er is sinds 2021 geen overleg meer geweest).

   Er dient eveneens afstand van de grond te gebeuren op het stuk van de eigenaar van de projectgrond, zodanig dat de toegangsweg naar de parking gegarandeerd blijft.

   Er is een akkoord van oplossing voor de bewegwijzering en nieuwe adressituatie van het gebouw

De overdracht van de grond mag geen extra kosten met zich meebrengen voor Reset (notariskosten, verplaatsen slagbomen, bewegwijzering, …)

Uiteindelijk waren deze zaken vooraf doorgesproken, met de afspraak om deze verder uit te werken en af te toetsen. Ik moet vaststellen dat deze toetsing uiteindelijk niet is gebeurd. Ik geef nog even mee dat naast er naast deze zaken ook een aantal voorwaarden vervuld dienen te worden in de mede-eigendom van het hoofdgebouw. Zeker als er wijzigingen zijn in de huidige verdeling van bijvoorbeeld de parkings heeft dit ook daar een statutenwijziging of toch minstens een bijstelling van de lopende afspraken tot gevolg.  Op basis van deze afspraken dien ik dan ook formeel bezwaar in. Het lijkt me logisch zeker gezien de lange doorlooptijd dat de afspraken herbevestigd dienen te worden en dat er in de verdere uitwerking minstens rekening gehouden wordt met de voorwaarden die toen al werden vooropgesteld.

 

De gemeenteraad neemt volgende gemotiveerd standpunt in voor bezwaar 1:

 

Naar aanleiding van het openbaar onderzoek vond er eveneens mailverkeer plaats tussen de bezwaarindiener en de aanvrager van het project. De bezwaarindiener wenst mee op zoek te gaan naar oplossingen maar geeft aan dat het aangewezen is om met de mede-eigenaars tot een akkoord te komen. De aanvrager van het project wenst in eerste instantie duidelijkheid over het al dan niet bekomen van een omgevingsvergunning.

 

Gezien het schepencollege enkel een beslissing kan nemen m.b.t. tot de omgevingsvergunning nadat de gemeenteraad een uitspraak heeft gedaan over de zaak der wegenis dient in eerste instantie de ligging van de toekomstige wegenis en uitrusting van deze weg te worden beoordeeld.

 

Als strikte voorwaarde in dit besluit zal opgenomen worden dat de vaststelling van de rooilijn nietig is wanneer de omgevingsvergunning geweigerd wordt én er niet tot een akkoord kan gekomen worden met de eigenaar van het perceel kadastraal gekend als 3de afdeling sectie A 205H14.

 

Adviezen

Met betrekking tot de wegenis en de uitrusting van de weg werden de onderstaande adviezen uitgebracht.

 

Het advies van Team Leefomgeving | Wegenis & Riolering is gunstig en als volgt gemotiveerd: de plannen m.b.t. tot de wegenis werden uitgewerkt zoals afgesproken.

 

Het advies van De Watergroep afgeleverd op 24 september 2025, is ongunstig en als volgt gemotiveerd:

Advies ACCA
Ongunstig advies

Er werd geen gevolg gegeven aan ons bericht in het omgevingsloket naar de architect op 12/08/25 betreffende het ontbreken van de tijdelijke werkput op het plan.

 

Het advies van Fluvius afgeleverd op 20 augustus 2025, is geen bezwaar en als volgt gemotiveerd: zie bijlage

 

Het advies van Proximus afgeleverd op 12 augustus 2025, is voorwaardelijk gunstig en als volgt gemotiveerd:

Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning :

      Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan.

      Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager.

      Van zodra vergund en minimaal 6 maanden voor de winddichtdatum dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus via het online formulier: Bouwen - Proximus for real estate.

      De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan.

      Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via netwerkstudie.a22@proximus.com

 

Het advies van Wyre afgeleverd op 12 augustus 2025, is voorwaardelijk gunstig en als volgt gemotiveerd:

Netuitbreiding nodig:

 

Wij zijn nagegaan welke aanpassing van de infrastructuur van Wyre nodig is om dit project aansluitbaar te maken.

Wij vragen om onderstaande voorwaarden op te nemen in de vergunning:

Onze studiedienst stelde vast dat er een netuitbreiding nodig is om dit project aansluitbaar te maken.

De kosten van deze uitbreiding zijn ten laste van de aanvrager. Het technisch ontwerp en de offerte kan de aanvrager verkrijgen bij:   

Wyre => Coax Build Support Liersesteenweg 4 2800 Mechelen 015 89 81 10

cbs@wyre.be.

Gelieve deze aanvraag minstens 4 maanden voor oplevering van het gebouw in te dienen.

 

Argumentatie

Het project voorziet in het bouwen van KMO-units met kantoorruimte en 2 conciërgewoningen en het aanleggen van wegenis.

 

De aanvraag situeert zich in het Koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk met bestemming: industriegebied

De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

Het perceel is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Het perceel is gelegen binnen de contouren van het bijzonder plan van aanleg BPA Mijnterrein, goedgekeurd op 21 februari 2001, met bestemmingszone(s): Complementaire voorzieningen voor het bedrijvenpark.

 

Het voorgestelde is in overeenstemming met de gewestplanbestemming en het geldende BPA.

 

Ons gemeentebestuur wenst de ontsluiting van het bedrijventerrein voornamelijk te laten geschieden over de Mijnwerkerslaan. De Mijnwerkerslaan is een weg voor doorgaand verkeer. Om deze reden is een ontsluiting via de Magazijnstraat en vervolgens de Mijnwerkerslaan aangewezen.

De omgevingsvergunning kan enkel afgeleverd worden als het perceel grenst aan een goed uitgeruste openbare weg. Tussen de Magazijnstraat en het perceel van de aanvrager is een stuk in eigendom van de Reset vzw (perceel 205H14).

Het opgestelde rooilijnplan voorziet in een inname van de percelen kadastraal gekend 3de afdeling sectie A 205S13 en 3de afdeling sectie A 205H14.

 

De ontwerp-rooilijn werd ontvangen op 19 mei 2025 van landmeter Gunther Ermens en studiebureau GOEN, Massemsesteenweg 1-3 9230 Wetteren

 

Gezien de resultaten van het openbaar onderzoek en de uitgebrachte adviezen, kan worden overgegaan tot vaststelling van het rooilijnplan onder strikte voorwaarden.

 

De kosten - die voortvloeien uit de aanleg van de wegenis - inclusief alle mogelijke nutsvoorzieningen, aanleg van een gasnet en openbare verlichting, zijn ten laste van de aanvrager. De werken worden uitgevoerd in samenspraak met de gemeentelijke Team Leefomgeving | Wegenis & Riolering.

De ontsluiting van de site via de Magazijnstraat en de Mijnwerkerslaan kaderen in het algemeen belang m.b.t. de ontsluiting van het bedrijventerrein voor gemotoriseerd verkeer en een verkeersluwe inrichting van de Koolmijnlaan met aandacht voor de zachte weggebruikers.

 

Het bestek, inclusief raming, technische documentatie en plannen betreffende de infrastructuur zijn toegevoegd.

 

De ontwikkelaars dienen, ten overstaan van het gemeentebestuur van Heusden-Zolder, de nodige financiële waarborgen te stellen om deze werkzaamheden uit te voeren. Het bedrag omvat de uitrusting van de weg, alsook de kosten voor aanleg van alle nutsleidingen, en bedraagt 120 878,96 EUR excl. BTW.

Er zal worden overgegaan tot vrijstelling van de borgstelling na uitvoering van het project en na het bijbrengen van de bewijsstukken dat er werd voldaan aan alle financiële verplichtingen ten overstaan van derden die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van het project. 50% van de waarborg wordt vrijgegeven bij de voorlopige oplevering en 50% zal worden vrijgegeven bij de definitieve oplevering.

 

De voorlopige en definitieve oplevering van de infrastructuurwerken dienen aan de goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen onderworpen te worden, en dienen bijgevolg plaats te vinden in aanwezigheid van een afgevaardigde van het college van burgemeester en schepenen.

 

De ontwerp-rooilijn en de bijhorende innemingstabel werden ontvangen op 9 mei 2025 van landmeter Gunther Ermens en studiebureau GOEN, Massemsesteenweg 1-3 9230 Wetteren. De totale inname met betrekking tot de aan te leggen wegenis, aangeduid in het geel als lot A, bedraagt 5a 68,35ca. De volledige uitgeruste wegenis zal, na aanleg door en gedeeltelijk op kosten van de ontwikkelaar, gratis afgestaan worden aan de gemeente voor inlijving bij het openbaar domein.

 

De aanvrager dient na de voorlopige oplevering van de infrastructuurwerken het gemeentebestuur in het bezit te stellen van de notariële ontwerpakte van overdracht.

De overdracht van de zate van de weg, om ingelijfd te worden in het gemeentelijk openbaar domein, dient binnen de 6 maanden na de voorlopige oplevering van de werken op benaarstiging en op kosten van de ontwikkelaar gerealiseerd te worden door een door de eigenaars aan te duiden notaris.

 

De notariële akte van overdracht wordt enkel verleden nadat tegensprekelijk door een afgevaardigde van de Cluster Ruimte samen met een afgevaardigde van de eigenaars werd vastgesteld dat de werken worden beheerd als een goed huisvader.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het rooilijnplan 'verlengde Magazijnstraat' – conform de bijlagen gehecht aan dit besluit – wordt vastgesteld, alsook de technische documentatie en plannen voor de infrastructuurwerken.

Artikel 2:

De gemeenteraad gaat akkoord om het verlengde van de gemeenteweg Magazijnstraat, aan te leggen zoals aangeduid op het ontwerp-rooilijnplan.

Artikel 3:

Het innemingsplan – conform de bijlagen gehecht aan dit besluit - wordt definitief vastgesteld. Artikel 4:

De totale inname met betrekking tot de uitbreiding van de wegenis, in het kader van een aanvraag tot omgevingsvergunning met ref. 25/067 (OMV_2025033085), bedraagt 5a 68,35ca en is aangeduid in het geel als lot A. Na de voorlopige oplevering van de werken zal de zate van de weg, op benaarstiging en op kosten van de ontwikkelaar, gratis worden overgedragen aan het gemeentebestuur voor inlijving in het gemeentelijk openbaar domein en zal de weg als gemeenteweg erkend worden. De overdracht van de zate van de weg dient gerealiseerd te worden door een door de eigenaars aan te duiden notaris.

Artikel 5

Bovengenoemde werken dienen door en op kosten van de ontwikkelaar uitgevoerd te worden. De kosten voor de aanleg van alle openbare nutsvoorzieningen, inclusief de aanleg van een aardgasnet en openbare verlichting dienen eveneens door hen gedragen.

Artikel 6

De ontwikkelaar dient ten overstaan van het gemeentebestuur van Heusden-Zolder de nodige financiële waarborgen te stellen om deze werkzaamheden uit te voeren. De waarborg bedraagt 120 878,96 EUR excl. BTW en omvat de uitrusting van de weg en de kosten voor aanleg van alle nutsleidingen.

Artikel 7

De nodige bewijsstukken dienen hiertoe afgeleverd te worden bij ons bestuur.

Artikel 8

Er zal worden overgegaan tot vrijstelling van de borgstelling na uitvoering van het project en na het bijbrengen van de bewijsstukken dat er voldaan werd aan alle financiële verplichtingen ten overstaan van derden die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van het project.

50% van de waarborg wordt vrijgegeven bij de voorlopige oplevering en 50% zal worden vrijgegeven bij de definitieve oplevering.

Artikel 9

De werken zullen onder bestendig toezicht van Team Leefomgeving | Wegenis & Riolering uitgevoerd worden.

Artikel 10

De voorlopige en definitieve oplevering van de infrastructuurwerken dienen aan de goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen onderworpen te worden, en dienen bijgevolg plaats te vinden in aanwezigheid van een afgevaardigde van het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 11

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de werkzaamheden ter voorbereiding van de grondverhandelingen die voortvloeien uit de goedkeuring van het voorliggende rooilijnplan.

Artikel 12

Afschrift van onderhavig besluit zal bij de aanvraag tot omgevingsvergunning (OMV_2025033085) voor de aanleg van wegenis gevoegd worden.

Artikel 13

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.

Artikel 14

Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:

         wanneer de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2025033085 ingediend op 14 maart 2025 voor het bouwen van KMO-units met kantoorruimte en 2 conciërgewoningen en het aanleggen van wegenis geweigerd wordt of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;

         wanneer er niet tot een akkoord kan gekomen worden met de eigenaar van het perceel kadastraal gekend als 3de afdeling sectie A 205H14.

         wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.

Artikel 15

Dit besluit wordt volgens artikel 330 - van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 - ter kennis gebracht aan de provinciegouverneur. Het onderwerp maakt deel uit van de lijst van aangelegenheden bedoeld in artikel 286 § 1.

 

Bijlagen

         Bijlage 1: rooilijnplan en innemingsplan opgesteld op 19 mei 2025 door landmeter Gunther Ermens en studiebureau GOEN, Massemsesteenweg 1-3 9230 Wetteren

         Bijlage 2: technische documentatie en plannen voor de infrastructuurwerken, aangeleverd studiebureau GOEN, Massemsesteenweg 1-3 9230 Wetteren

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.4.

Ruimtelijk beheer en woonbeleid - reglement leegstand opheffing en goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, inclusief latere wijzigingen, in bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad

         Vlaamse Codex Wonen van 2021. 

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikels 2.9 tot en met artikel 2.14. 

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.2 die de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. 

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.9 waarin de mogelijkheid wordt geboden aan de gemeenten om een register van leegstaande woningen en gebouwen bij te houden en dat een gemeentelijke verordening nadere materiële en procedurele regelen kan bepalen. 

         Het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.14 dat gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband oplegt om leegstaande woningen en gebouwen op te sporen, te registreren en aan te pakken. 

         Het besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2019 waarin deze besliste om samen met de gemeenten Houthalen-Helchteren en Maasmechelen deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid en om het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door het IGSW “Woonfocus 2.0” goed te keuren. 

         Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 2019 tot goedkeuring van het inhoudelijk projectplan voor de intergemeentelijke samenwerking van het project “IGSW Woonfocus 2.0” voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025. 

         Het besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Woonfocus 2.0’ voor de projectperiode 2026-2031, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder. Overwegende in afwachting van de goedkeuring van de minister over de toekenning van subsidies volgens het BVR van 14 maart 2025. 

 

Feiten en context

De aanpak van leegstand is een belangrijk element in een gemeentelijk lokaal woonbeleid. Het is wenselijk dat op het grondgebied van onze gemeente de beschikbare woningen en gebouwen ook optimaal worden benut.

 

In het kader van onze intergemeentelijke samenwerking "Woonfocus 2.0" engageerden we ons om leegstaande gebouwen en woningen op te sporen, te registreren en aan te pakken (activiteit VA 1_7). Dit is een verplichte activiteit.

 

Voorgesteld wordt om het leegstandsreglement (vastgesteld op 16 december 2021) te actualiseren en te vervangen door een nieuw reglement dat in werking treedt op 1 januari 2026. Deze herziening is noodzakelijk om het reglement in overeenstemming te brengen met recente inzichten, aanbevelingen en praktijken inzake leegstandsbestrijding, onder meer afkomstig van Wonen in Vlaanderen.

 

Argumentatie

Een eerste aanpassing betreft de uitbreiding van het begrip “leegstaande woning”.

Deze wordt voortaan gedefinieerd als: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:

1° hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;

2° hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

 

De term 'opnamedatum' wordt verduidelijkt door volgende aanvulling: 'Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand.'

 

In artikel 2 'leegstandregister' wordt aangevuld met volgende paragraaf:

Om beter aan te sluiten bij diverse maatschappelijke woon- en zorgvormen worden volgende gebruiksvormen van een woning gelijkgesteld aan effectief wonen en worden niet opgenomen in het leegstandregister:

        dagopvang voor specifieke doelgroepen, zoals ouderen, personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking,

        personen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of een psychische aandoening,

        kinderen en jongeren met een bijzondere zorgbehoefte.

 

Daarnaast volgt de gemeente de aanbeveling van Wonen in Vlaanderen om in het leegstandsreglement meerdere indicaties of vaststellingselementen op te nemen voor het bepalen van leegstand.

 

Sommige traditionele vaststellingen, zoals een “langdurig” volle brievenbus of “langdurig” neergelaten rolluiken, blijken in de praktijk moeilijk objectief aan te tonen. Om discussies hierover te vermijden en de handhaafbaarheid te vergroten, wordt de term “langdurig” geschrapt uit deze criteria.

 

Verder wordt onder artikel 6, betreffende de schrapping uit het leegstandsregister, expliciet bepaald dat een (handels)huurovereenkomst en/of een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) niet kan gelden als bewijs van beëindiging van leegstand. Deze documenten vormen immers geen betrouwbare aanwijzing voor effectieve benutting conform de vergunde functie. Met deze verduidelijking wordt beoogd enkel objectieve en controleerbare bewijzen te aanvaarden bij het afsluiten van een leegstandsdossier.

 

Tot slot wordt het bestaande reglement van 16 december 2021 volledig opgeheven per 1 januari 2026 en vervangen door het nieuwe reglement, waarin bovenstaande wijzigingen geïntegreerd zijn. Hiermee streeft de gemeente naar een correcter, transparanter en efficiënter beleid inzake leegstand.

 

Bijlage

  1. Reglement op de leegstand van gebouwen en woningen in Heusden-Zolder - gemeenteraad van 18 december 2025.
  2. Reglement op de leegstand van gebouwen en woningen in Heusden-Zolder - gemeenteraad van 16 december 2021.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het reglement op leegstand van 16 december 2021 wordt opgeheven.

Artikel 2:

Het reglement op leegstand wordt vastgesteld zoals gevoegd als bijlage bij dit besluit.

Artikel 3:

Het reglement treedt inwerking op 1 januari 2026.

Artikel 4:

De woningen en gebouwen die op het moment van vaststelling van dit reglement zijn opgenomen in het leegstandsregister blijven opgenomen in het leegstandsregister.

 

Bijlagen

  1. Reglement op de leegstand van gebouwen en woningen in Heusden-Zolder - gemeenteraad van 18 december 2025.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.5.

Patrimonium - Witherenpastorij Woutershof - ren. buitenschil lvw - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

         Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

         De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

         De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° c) (geen of geen geschikte aanvraag tot deelneming of offerte ingevolge een openbare/niet openbare procedure).

         Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

         Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

         Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 11 oktober 2023 houdende gunning van de opdracht “Witherenpastorij Woutershof - renovatie buitenschil - studiekosten” aan de firma Archicon Architecten bvba, Hekslaan 80 te 3870 Heks;

         Het besluit van de gemeenteraad van 27 maart 2025 houdende vaststelling van de opdrachten van dagelijks bestuur, meer bepaald overheidsopdrachten binnen het investeringsbudget met een geraamd bedrag > € 143.000 excl. btw =>  goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze is een bevoegdheid van de gemeenteraad;

         Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 26 november 2025 houdende goedkeuring van de stopzetting van de plaatsingsprocedure voor de opdracht "Witherenpastorij Woutershof - renovatie buitenschil (gevels, daken).

 

Feiten en context

De ontwerpopdracht voor de opdracht “Witherenpastorij Woutershof - renovatie buitenschrijnwerk” werd gegund aan A&S-Collectief (Archicon Architecten bv), KBO nr. BE 0825.062.303, Hekslaan 80, 3870 Heers (maatschappelijke zetel).

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Witherenpastorij Woutershof - renovatie buitenschil (gevels, daken)” werd een bestek met nr. GGZ20251118 opgesteld door de ontwerper, A&S-Collectief (Archicon Architecten bv), Hekslaan 80, Kroonstraat 5, 3840 Borgloon, 3870 Heers.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op €199.779,73 excl. of €241.733,47 incl. 21 % btw (€41.953,74 btw medecontractant).

 

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking op basis van de wet van 17 juni 2016, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° c), geen of geen geschikte aanvraag tot deelneming of offerte ingevolge een openbare/niet openbare procedure.   

 

Een deel van de kostprijs wordt gesubsidieerd door Agentschap Onroerend Erfgoed - Team Premies, Havenlaan 88 bus 5, 1000 Brussel.

 

De gemeenteraad wordt verzocht goedkeuring te verlenen aan de lastvoorwaarden en de gunningswijze. Het schepencollege zal daarna verzocht worden de lijst te raadplegen ondernemingen goed te keuren.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel: 2026/0050-00/22199000 - I24004

Budgettair krediet: € 328.776,00

Beschikbaar: € 328.776,00

Geraamde uitgave: € 241.733,47 (incl. btw)

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het bestek met nr. GGZ20251118 en de raming voor de opdracht “Witherenpastorij Woutershof - renovatie buitenschil (gevels, daken)”, opgesteld door de ontwerper, A&S-Collectief (Archicon Architecten bv), Hekslaan 80 te 3870 Heers worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 199.779,73 excl. of € 241.733,47 incl. 21 % btw (€ 41.953,74 btw medecontractant).

Artikel 2:

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3:

Een subsidie zal aangevraagd worden bij de subsidiërende instantie Agentschap Onroerend Erfgoed - Team Premies, Havenlaan 88 bus 5, 1000 Brussel.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.6.

Patrimonium - deelname projectvereniging Erfgoed Lage Kempen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

         Het onroerend Erfgoeddecreet van 12 juli 2013;

         De statuten van de projectvereniging "Erfgoed Lage Kempen;

         Besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2017 houdende participatie Intergemeentelijke Onroerend Erfgoed Dienst (IOED) Lage Kempen en toetreding Projectvereniging en goedkeuring statuten.

 

Feiten en context

De gemeente trad in het verleden toe tot de projectvereniging "Erfgoed Lage Kempen". Deze vereniging heeft tot doel te zorgen voor het behoud, beheer, onderzoek en ontsluiting van het onroerend erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten en dit in de meest ruime betekenis.  De vereniging staat tevens in voor het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise rond onroerend erfgoed.  De projectvereniging telt momenteel acht gemeenten: Bochelt, Halen, Hamont-Achel, Heusden-Zolder, Lummen, Leopoldsburg en Tessenderlo-Ham.

 

Deze projectvereniging werd door de Vlaamse Overheid erkend als Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) Lage Kempen. De erkenningsperiode loopt ten einde in 2026. De projectvereninging kan opeenvolgende keren opnieuw verlengd worden voor een periode van maximum 6 jaar. Tijdens die periode is geen uittreding mogelijk.   Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten wordt gevraagd om de verlenging tot deelname aan de projectvereniging goed te keuren evenals de bijhorende statuten en de aanvraag voor de erkenning als IOED voor de periode 2027-2032.

 

Argumentatie

De Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) Lage Kempen wil binnen de intergemeentelijke samenwerking rond onroerend erfgoed een stimulerende en verbindende rol opnemen. Door de overkoepelende werking krijgen de gemeenten en erfgoedactoren ondersteuning bij het aanpakken van knelpunten op het vlak van kennis, zorg, behoud, beleving en ontsluiting.  De IOED zet actief in op het versterken van het draagvlak voor erfgoedzorg door beleidsontwikkeling te stimuleren en partners samen te brengen rond gemeenschappelijke koepelthema's.

 

De verlenging van de erkenning als IOED voor de periode 2027-2032 moet uiterlijk 15 januari 2026 worden aangevraagd bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.  De IOED heeft hiervoor een beleidsplan en omgevingsanalyse geschreven.  Hiervoor werd een participatief traject doorlopen met de gemeenten en het brede erfgoedveld.

 

Een erkende IOED ontvangt een jaarlijks subsidiebedrag van € 120.000 (plus jaarlijkse indexering) van de Vlaamse overheid op voorwaarde dat het intergemeentelijk samenwerkingsverband jaarlijks minstens hetzelfde bedrag voorziet bovenop de Vlaamse subsidie. Voor de berekening van de bijdrage per deelnemende gemeente is een verdeelsleutel toegepast op basis van het inwoneraantal en de oppervlakte van de gemeente. Voor de gemeente Heusden-Zolder bedraagt is de bijdrage als volgt:

 

Gemeente

2027

2028

2029

2030

2031

2032

Heusden-Zolder

€ 19.907,69

€ 20.589,22

€ 21.309,99

€ 22.073,06

€ 22.881,87

€ 23.743,58

 (zie bijlage 11 - meerjarenbegroting_toelichting, gevoegd bij dit besluit).

 

Bovenop deze reguliere bijdrage voorzien de gemeenten vanaf 2027 ook een werkingsbudget. Voor 2025 en 2026 bedraagt het werkingsbudget € 2000,00,  jaarlijks herzienbaar met 3%. Voor dit werkingsbudget dient vanaf 2027, na goedkeuring van de erkenning voor 2027 - 2032, nog een afzonderlijke samenwerkingsovereenkomst afgesloten te worden met Regionaal Landschap Lage Kempen (RLLK).

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel:2027/GBB/729-00/64910000

Budgettair krediet:

Beschikbaar: € 24.020,00

Geraamde uitgave: € 19.907,29

 

De financieel directeur verleende een visum: er is een aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031 nodig voor de dienstjaren 2028, 2029, 2030 en 2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De verlenging tot deelname aan de projectvereniging "Erfgoed Lage Kempen" van 2027 tot en met 2032 wordt goedgekeurd. De burgemeester en algemeen directeur worden gemachtigd de bijhorende statuten te ondertekenen.

Artikel 2:

De aanvraag voor de verlenging van de erkenning Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst voor de projectvereniging "Erfgoed Lage Kempen" van 2027 tot en met 2032 wordt goedgekeurd.

Artikel 3:

De budgetten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting van de projectvereniging "Erfgoed Lage Kempen" worden voorzien in het meerjarenplan.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.7.

Financiën - belasting op leegstaande woningen en gebouwen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en latere wijzigingen

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         onroerend erfgoeddecreet van 12 juli 2013

         decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         Vlaamse Codex Wonen van 2021

         besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021

      artikel 2.2, waarbij de gemeente wordt aangeduid als regisseur van het lokale woonbeleid

      artikels 2.9 tot en met 2.14 betreffende de opmaak van een gemeentelijk leegstandsregister

         besluit van de gemeenteraad van 15 december 2022 betreffende het gemeentelijk reglement over de Belasting op leegstaande woningen en gebouwen- goedkeuring

         besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Woonfocus 2.0’ voor de projectperiode 2026-2031, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder

         besluit van de gemeenteraad van 18 december 2025 over de goedkeuring van het reglement leegstand

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de vrijstellingen en de actualisering en jaarlijkse indexatie van de tarieven.

 

De gemeente voert een actief beleid om langdurige leegstand tegen te gaan en eigenaars aan te zetten tot het oplossen van leegstand. Hiervoor werd een gemeentelijk leegstandsregister opgesteld, conform de Vlaamse Codex Wonen, waarin leegstaande woningen en gebouwen worden geregistreerd en beheerd. Dit instrument is essentieel om een betaalbaar en kwalitatief woningaanbod op ons grondgebied te behouden.

Het huidige belastingreglement voorziet in een aantal vrijstellingen. Uit evaluatie blijkt dat deze ruime vrijstellingen de doelstelling van het reglement ondermijnen. Eigenaars maken onvoldoende werk van het effectief terug in gebruik nemen van leegstaande panden, waardoor de leegstand op ons grondgebied niet afneemt zoals beoogd.

 

Argumentatie

Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.

Het is wenselijk dat op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en

gebouwen optimaal benut worden.

Om het reglement beter af te stemmen op de beleidsdoelstellingen, wordt voorgesteld om:

         bepaalde vrijstellingen te schrappen of te beperken.

         de tarieven te actualiseren en te indexeren zodat het reglement in verhouding blijft tot de economische realiteit en beleidsdoelstelling.

De vrijstellingen die zijn opgenomen in dit reglement sluiten het beste aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

§ 1. Er wordt met ingang vanaf 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

Voor het aanslagjaar 2025, voor zover er nog een inkohiering zou moeten gebeuren voor 30 juni2026, blijven de bepalingen van het belastingreglement vastgesteld door de gemeenteraad op 15 december 2022 gelden.

 

§ 2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, dit wil zeggen 12 maanden na datum van de administratieve akte.

 

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

§ 3. Woningen, gebouwen en kamers die reeds eerder werden opgenomen in hetleegstandsregister, blijven opgenomen in het register met hun oorspronkelijke opnamedatum.Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglement(en),  blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum. Na afloop van deze vrijstelling gelden debepalingenvan dit reglement.

 

Artikel 2:

Begripsomschrijving

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het lokaal bestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De  gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die worden aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

  1. Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen.

 

  1. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. een aangetekend schrijven
    2. een afgifte tegen ontvangstbewijs
    3. een elektronische aangetekende zending

 

  1. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

 

  1. Kamer: een woning zoals vermeld in de Vlaamse Codex Wonen, artikel 1.3, 25° (een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt).

 

  1. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen, artikel 1.3, 66° (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).

 

  1. Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning  of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

  1. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:

1° hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;

2° hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

 

  1. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

 

  1. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en opgemaakt zoals beschreven in het gemeentelijk reglement op de leegstand van gebouwen en woningen in Heusden-Zolder, goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2025.

 

  1. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt  opgenomen. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand.

 

  1. Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van Burgemeester en Schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn  opgenomen:
    1. een overzicht van de voorgenomen werken
    2. een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 36 maanden    de woning bewoonbaar wordt gemaakt
    3. offertes en/of facturen ten bedrage van minimaal € 10.000,00 met betrekking tot de voorgenomen werken waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. De werken moeten van die aard zijn, dat de woning niet bewoond kan worden. Deze offertes             en/of facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar.
    4. fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

 

  1. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maandenvanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister isgeschrapt.

 

Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

  1. de volle eigendom
  2. het recht van opstal of van erfpacht
  3. het vruchtgebruik.

 

 

Artikel 3:

Belastingplichtige

§ 1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd  door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§ 2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk en ondeelbaar gehouden  tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens:

         naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel

         datum van de akte, naam en standplaats van de notaris

         nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4:

Tarief van de belasting

De basisbedragen bedragen:

 

Voor het eerste jaar na opname in het leegstandsregister:

  1. € 1.730,00 voor een gebouw of woning
  2. € 125,00 voor een kamer

 

Vanaf het tweede jaar na opname in het leegstandsregister:

  1. € 2.970,00 voor een gebouw of woning
  2. € 250,00 voor een kamer

 

 

De basisbedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex.

De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

    basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieprijsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Vrijstellingen schorten de termijn niet op. De vrijstelling van de belasting heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het register: de anciënniteit van opname in het register blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling, wat betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling kom weg te vallen, de belasting zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het register. 

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

 

Artikel 5:

Vrijstellingen

§ 1. De zakelijk gerechtigde kan beroep doen op de hieronder in § 2 en § 3 vermelde vrijstellingen.    Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten  elk aanslagjaar opnieuw voor de verjaardag van de opnamedatum worden aangevraagd.

 

Een vrijstelling wordt toegekend voor één aanslagjaar. Als een belastingplichtige zich volgens de hiernavolgende bepalingen gedurende meerdere jaren op dezelfde vrijstellingsgrond kan beroepen, dient de belastingplichtige jaarlijks een nieuwe vraag tot vrijstelling in te dienen voor de verjaardag van de opnamedatum in het gemeentelijk leegstandsregister.

Bij elke aanvraag zal de administratie op dat ogenblik beoordelen of aan de voorwaarden van de vrijstelling is voldaan. De belastingplichtige wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling.

 

§ 2. Deze personen/organisaties zijn vrijgesteld van de leegstandsbelasting:

 

1° De zakelijke gerechtigde van de woning die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of in een zorgwoning, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie. Een attest van   verblijf in de ouderenvoorziening of instelling, een melding van zorgwoning of ingeschreven zijn als  bewoner van een zorgwoning of een attest van de huisdokter moet worden voorgelegd. Deze vrijstelling loopt totdat deze situatie zich opheft.

 

2° De zakelijke gerechtigde van de woning of het gebouw waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt  tot zolang de situatie zich opheft. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd.

 

3° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van de woning of  het gebouw met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerstvolgende heffing die verschuldigd wordt na het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door de belastingplichtige door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige  eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.

Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:

         vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap

 

§ 3. Een vrijstelling wordt verleend als:

 

1° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

         wanneer het gaat over handelingen die om een omgevingsvergunning vragen: er kan een     niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een maximum termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning én dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

         wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er kan een renovatienota worden voorgelegd met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een maximum termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring van de renovatienota door de administratie en dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

 

Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar.

 

2° de woning die gebruikt wordt voor een aan het wonen aanverwante functie, waarbij er geen structurele wijzigingen gebeurd zijn aan de woning met het oog op deze functie.

Volgende functies komen voor deze vrijstelling in aanmerking:

         een functie die wordt erkend door een van overheidswege vastgelegde toezichthouder.  Deze toezichthouder houdt ook toezicht op de kwaliteit van deze functie

         een zorgverlenende functie

         een vrij beroep

 

Het louter hebben van een inschrijving in Kruispuntbank Ondernemingen geeft geen recht op deze vrijstelling. Deze vrijstelling is niet van toepassing voor woningen of gebouwen die aangemeld zijn als toeristisch logies.

 

Na stopzetting van dit gebruik kan de woning terug bewoond of verhuurd worden zonder het uitvoeren van structurele ingrepen. Deze vrijstelling wordt toegekend voor de periode van één jaar en kan jaarlijks hernieuwd worden zolang de woning in gebruik is voor deze functie.

 

3° het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief goedgekeurd onteigeningsplan. De periode van vrijstelling duurt tot  maximum twee jaar  nadat het onteigeningsplan ongedaan gemaakt wordt of tot de onteigening effectief wordt.

 

4° het gebouw of de woning beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976, of opgenomen is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. De periode van vrijstelling geldt voor een periode van maximum drie jaar en vangt aan op datum van de aanvraag van de vrijstelling.

 

5° het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van maximum drie jaar volgend op  de datum van de vernieling of beschadiging.

 

6° het gebouw of de woning onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling     in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure, bijvoorbeeld bij de afhandeling van een verzekeringsonderzoek of geschil. De vrijstelling gaat in:

         vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot maximum twee jaar na het einde van de onmogelijkheid indien de zaak start na registratie in het leegstandsregister

         twee jaar vanaf de opnamedatum indien de procedure gestart is voor de registratie.

De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting.

 

7° het gebouw of de woning het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

 

8° de houder(s) van het zakelijk recht kunnen aantonen dat de leegstand het gevolg is van een beleidsmatig strategisch project.

 

9° wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht, dit wil zeggen te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand.

 

Enkel bovenstaande vrijstellingen geven recht op vrijstelling

 

§ 4. De bezwaarinstantie onderzoekt de aanvraag voor vrijstelling. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§ 5. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het verzoek tot vrijstelling en betekent zijn beslissing       met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de aanvraag. Indien de aanvraag wordt ingewilligd, wordt de startdatum en de eventuele einddatum of termijn van de vrijstelling vermeld in dit schrijven.

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt de  aanvraag tot vrijstelling geacht te zijn ingewilligd.

 

Artikel 6:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7:

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Artikel 9:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.8.

Financiën - belasting op reclame - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

        artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen

         besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen(VLAREMA)

         besluit van de gemeenteraad van 15 december 2022 "belastingreglement op de huis-aan-huis bedeling van reclamebladen en drukwerken" - goedkeuring

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op reclame vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven. Daarnaast wordt er een minimumtarief gehanteerd per kwartaal.

 

Argumentatie

Het verspreiden van reclamebladen en drukwerken verhoogt het volume van de papierafval en brengt bijkomende kosten van onder meer afhaling en verwerking met zich mee. Het is verantwoord om met de invoering van dit belastingreglement de kosten te financieren en de overlast zoveel mogelijk te beperken. Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd. De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

 

  • 20 stemmen voor: Isabelle Thielemans, Mario Carremans, Britt Custers, Petra Tielens, Annette Palmers, Marten Frederix, Steven Goris, Lode Schops, Swa Vanderaerden, Tonny Vanhamel, Peter Gybels, Katrien Cox, Elise Vanhoudt, Chantale Labie, Hans Roose, Bea Baranska, Claudia Rugiero, Claudia Ruts, Lauren Leyssens en Mario Borremans
  • 2 stemmen tegen: Jan Jans en Yasin Gül
  • 5 onthoudingen: Tony Lespoix, Nico Geeraerts, Arif Birinci, Yeliz Cengiz en Elif Can

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op de huis-aan-huis bedeling van reclamebladen en niet-geadresseerde drukwerken met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang vanaf 1 januari 2026 voor aanslagjaar 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een belasting gevestigd op de huis-aan-huis bedeling van publiciteitsbladen en –kaarten met handelskarakter, van catalogi en kranten welke publiciteit bevatten met een handelskarakter, en erop gericht is een potentieel cliënteel ertoe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.

De opsomming is niet limitatief.  Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als zijnde niet-geadresseerd.

De verordening bedoelt uitsluitend het niet-geadresseerd drukwerk, waarvan de bedeling kosteloos en zonder initiatief is van de bestemmeling.

Voor de toepassing van dit reglement wordt beschouwd als “niet-geadresseerd drukwerk” ieder drukwerk dat niet wordt bestemd met de naam en het adres van de bestemmeling en dat niet op onuitwisbare manier de naam en het adres van de bestemmeling vermeldt.

Artikel 3:

De belastingplichtige is de verantwoordelijke uitgever van het reclameblad of niet-geadresseerd drukwerk.

Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, dan is de belasting verschuldigd door de adverteerder onder wiens naam, logo of embleem de reclame gevoerd wordt.

Wanneer de verantwoordelijke uitgever niet gekend is, wordt de adverteerder aangeduid als belastingplichtige.

De verantwoordelijke uitgever, de adverteerder, de opdrachtgever van de verdeler en de verdeler zelf, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting

Artikel 4:

De belasting wordt per verspreid exemplaar vastgesteld op € 0,02 indien de totale oppervlakte niet groter is dan 1.250 cm². Indien de totale oppervlakte groter is dan 1.250 cm² dan bedraagt de belasting € 0,03 per verspreid exemplaar. Voor de berekening wordt de oppervlakte gemeten van alle bladzijden van de publicatie. Het al dan niet volledig bedrukt zijn van een bladzijde geeft geen aanleiding tot een vermindering van de belasting.

Belasting bedraagt minimum 50€ per kwartaal ongeacht het aantal verspreide exemplaren en ongeacht het gebruikte formaat, model of bedrukte oppervlakte.

Artikel 5:

De belasting is verschuldigd telkenmale er een gratis huis-aan-huis verspreiding van reclame- of andere niet geadresseerde drukwerken plaatsvindt. Een specimen van het drukwerk zal als basis dienen voor de berekening van de aanslag.

Het verschuldigd bedrag wordt bekomen door vermenigvuldiging van het eenheidstarief met het aantal brievenbussen niet voorzien van een tekst die reclame weert (naar rato van het aantal brievenbussen zoals vastgesteld door B-post op 1 januari van het aanslagjaar). Voor de totaliteit van het verspreide reclamedrukwerk kan rekening gehouden worden met het aantal brievenbussen in één of meerdere gehuchten of in gans de gemeente. Wanneer in één brievenbus van een bepaald gehucht een drukwerk gevonden wordt, wordt het ganse gehucht geacht bedeeld te zijn.

Artikel 6:

Van de belasting zijn vrijgesteld :

         publiciteitsbladen uitgegeven door openbare diensten en onderwijsinstellingen;

         publiciteitsbladen van sociale, caritatieve, culturele en sportverenigingen waarbij geen commercieel voordeel beoogd wordt;

         verkiezingsdrukwerk en drukwerken van politieke partijen.

Artikel 7:

De belasting is contant betaalbaar na toezending of overhandiging van een betalingsuitnodiging. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8:

Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.

Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.

Artikel 9:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.9.

Financiën - belasting op ingedeelde inrichtingen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en latere wijzigingen

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, alsook het uitvoeringsbesluit

         besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en latere wijzigingen

         besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 " Gemeentebelasting op de vergunningsplichtige voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten"

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op ingedeelde inrichtingen vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.  

 

Argumentatie

De exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten (zoals bepaald in VLAREM II) kunnen

een impact hebben op het leefmilieu, de veiligheid en de ruimtelijke ordening binnen het gemeentelijk grondgebied.

De gemeente draagt kosten voor de behandeling van deze aanvragen, voor de controle op de naleving en voor de opvolging van hinderbeperkende maatregelen. Het is gerechtvaardigd een belasting te heffen die bijdraagt aan de financiering van deze gemeentelijke taken.

Deze belasting beoogt op een evenwichtige en proportionele wijze bij te dragen, rekening houdend met de aard en de mogelijke milieubelasting van de betrokken inrichting of activiteit.

De tariefdifferentiatie is gerechtvaardigd op basis van de indelingscriteria in VLAREM II, waarbij klasse 1-inrichtingen doorgaans een grotere milieubelasting veroorzaken en aanleiding geven tot zwaardere vergunnings- en controleverplichtingen voor de gemeente. De hogere belasting voor deze categorie weerspiegelt de verhoogde bestuurlijke tussenkomst en is in verhouding tot de impact van de activiteit.

Bepaalde inrichtingen of activiteiten dragen door hun maatschappelijke functie, beperkte impact of tijdelijk karakter niet op gelijke wijze verantwoord bij aan de kosten die aanleiding geven tot deze belasting.

Vennootschappen met taken van algemeen belang, zoals rioolwaterzuivering en openbare drinkwatervoorziening, bieden essentiële nutsvoorzieningen aan ten voordele van het algemeen belang, en worden daarom vrijgesteld.

Beschutte werkplaatsen vervullen een sociale tewerkstellingsopdracht zodat een vrijstelling gerechtvaardigd is in het licht van het sociaal beleid van de gemeente.

Tijdelijke inrichtingen of activiteiten, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, 11° van het decreet van 5 april 1995 (DABM), zijn van voorbijgaande aard en veroorzaken doorgaans geen duurzame milieudruk, wat een belasting onredelijk zou maken.

Inrichtingen van klasse 2 die worden geëxploiteerd door verenigingen zonder winstoogmerk, vertonen doorgaans beperkte economische activiteit en streven een maatschappelijk doel na, wat een afwijkende fiscale behandeling verantwoordt.

De vrijstelling voor klasse 2-inrichtingen in het kader van rationeel energiegebruik en hernieuwbare energie kadert in het beleidsdoel om milieuvriendelijke investeringen aan te moedigen, en een belasting daarop zou contraproductief zijn.

 

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op de vergunningsplicht voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse belasting gevestigd op de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning vereist is overeenkomstig het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, en waarvan de lijst en indeling zijn opgenomen in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II).

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de exploitant van de inrichting of activiteit op 1 januari van het aanslagjaar. De eigenaar van de inrichting of het perceel waarop de activiteit wordt uitgeoefend op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Artikel 4:

De belasting bedraagt volgende basisbedragen:

€ 435,00 voor de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 1

€ 205,00 voor de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 2

€ 205,00 voor de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 3 en waarop

         rubriek 15.5. “ standaardgarages en –carrosseriebedrijven “ of rubriek 15.2

         rubriek 19.8. “ standaardhoutbewerkingsbedrijven “ of rubriek 19.3.1

van toepassing is.

De belasting is ondeelbaar voor het hele jaar verschuldigd.

Artikel 5:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de  consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

         basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

Hiervoor wordt de consumptieprijsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

Artikel 6:

Zijn van de belasting vrijgesteld :

- vennootschappen met taken van algemeen belang inzonderheid rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en waterwinningen voor de openbare drinkwatervoorziening

- de inrichtingen of activiteiten geëxploiteerd door beschutte werkplaatsen

- een project dat uitsluitend tijdelijke inrichtingen of activiteiten omvat als vermeld in artikel 5.1.1, 11° van het DABM

- de inrichtingen of activiteiten door het VLAREM II ingedeeld als klasse 2 geëxploiteerd door een vereniging zonder winstoogmerk

- de inrichtingen of activiteiten in het kader van het stimuleringbeleid rond rationeel energieverbruik en hernieuwbare energie, voor zover ze ingedeeld zijn in klasse 2 (VLAREM II), nl.

1. “ Installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie ”, als bedoeld in rubriek 20.1.6 van VLAREM.

2. “ Boren van grondwaterwinningputten en grondwaterwinning die gebruikt wordt voor koude-warmtepompen ”, als bedoeld in rubriek 53.6 van VLAREM.

3. “ Verticale boringen ten behoeve van de aanleg van peilputten en voor andere doeleinden, andere dan deze bedoeld in de rubrieken 53, 54 en 55.2 ”, als bedoeld in rubriek 55.1 van VLAREM wanneer deze gebruikt worden voor warmtepompen.

4. “ Transformatoren ” als bedoeld in rubriek 12.2 wanneer deze gebruikt worden bij elektriciteitsproductie op basis van zonne-energie.

Artikel 7:

Voor de toepassing van artikel 6 dient de belastingschuldige binnen de drie maanden na verzending van het aanslagbiljet de nodige bewijsstukken binnen te brengen, samen met een verzoek om zijn belastingaanslag te herzien. Aan laattijdige aanvragen kan geen gevolg gegeven worden.

Artikel 8:

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 10:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.10.

Financiën - belasting op inname openbaar domein - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         besluit van de gemeenteraad 28 maart 2024 “ belastingreglement op de inname van het openbaar domein“ - goedkeuring

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op inname openbaar domein vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.

 

Gelet op de hinder en overlast die toeneemt naar gelang de inname van het openbaar domein langer duurt en/of een grotere oppervlakte betreft, is het aangewezen in een trapsgewijs tarief te voorzien. Aangezien het afsluiten van een straat bijkomende hinder en overlast creëert bovenop de inname van het openbaar domein, omdat het gemotoriseerd verkeer daardoor extra wordt belemmerd, is het aangewezen hiervoor een bijkomende toeslag op te leggen.

 

Argumentatie

Voor de ingebruikname van openbaar domein moet er een voorafgaandelijke machtiging afgeleverd worden in het kader van de verkeersveiligheid.

De aanvraag van een machtiging verloopt volgens een gereglementeerde procedure.

Een ingebruikname van het openbaar domein voor werken en leveringen veroorzaakt hinder voor de weggebruiker, in het bijzonder voetgangers en fietsers.

Het heffen van een belasting op basis van tijd en ingenomen ruimte is de beste garantie om de ingebruikname en de bijhorende hinder tot een minimum te beperken.

De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

De wijzigingen dienen vastgesteld te worden door de gemeenteraad.

 

Een gezond financieel beleid vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen zijn gerechtvaardigd omwille van het waarborgen van taken van algemeen belang en/of omwille van hun sociaal, cultureel, en/of maatschappelijk aspect.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op de inname van het openbaar domein met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een belasting geheven op de ingenomen oppervlakte van het openbaar domein.

Artikel 3:

Onder ‘openbaar domein’ wordt verstaan:

elke publiek toegankelijke ruimte, ongeacht de eigendom. Dit behelst inzonderheid de openbare weg, te weten de wegen of pleinen die openstaan voor alle verkeer, hetzij voetgangersverkeer of ander verkeer; de groene ruimten, te weten de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg.

Onder het ‘innemen van het openbaar domein’ wordt verstaan:

a) het plaatsen of laten plaatsen van materiaal, materieel, evenals voertuigen die niet geparkeerd worden conform de verkeerswetgeving of het voorbehouden van parkeerplaatsen middels een parkeerverbod

b) het afsluiten of laten afsluiten van een deel van het openbaar domein.

Artikel 4: Aanvragen

De aanvraag moet minstens 10 kalenderdagen voor de effectieve inname van het openbaar domein ingediend worden door middel van de elektronische toepassing die de gemeente Heusden-Zolder hiervoor ter beschikking stelt. Indien er impact/hinder is op de verkeersveiligheid en/of mobiliteit moet de aanvraag minstens 14 kalenderdagen voor de effectieve inname aangevraagd worden en moet door de aanvrager bovendien een signalisatieplan aangeleverd worden.

Laattijdige en/of onvolledige aanvragen of aanvragen die niet via de hierboven vermelde elektronische toepassing ingediend worden, zijn niet ontvankelijk.

Elke inname van het openbaar domein kan pas plaatsvinden na het verkrijgen van de in dit reglement voorziene vergunning. De vergunning wordt slechts afgeleverd na betaling van de belasting. De betaling verloopt via de hierboven vermelde elektronische toepassing.

De aanvraag tot inname stelt de gebruiker niet vrij van het aanvragen van een toestemming of vergunning of het doen van een aangifte ingevolge een hogere wetgeving of een andere gemeentelijke reglementering.

Artikel 5:

De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de vergunning voor de inname van het openbaar domein op het ogenblik van de aanvraag.

Bij ingebruikneming zonder de voorziene vergunning of in geval van ingebruikname van meer

openbare ruimte of voor een langere duurtijd dan voorzien in de vergunning, is de belasting verschuldigd door de verantwoordelijke voor de bezetting van de openbare ruimte. De belasting wordt verschuldigd op het ogenblik dat de niet toegelaten ingebruikneming wordt vastgesteld door het gemeentebestuur. De vaststelling van de in gebruik genomen openbare ruimte gebeurt door opmeting van de ingebruikneming ter plaatse door de aangestelden van het gemeentebestuur.

Artikel 6:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt de belasting vastgesteld op:

a) voor de inname van het openbaar domein zoals omschreven in artikel 4:

voor innames van maximaal 14 dagen:

         gratis indien de inname maximaal 1 dag duurt

         € 0,15 per m² per dag indien de inname maximaal 14 dagen duurt

voor innames die langer dan 14 dagen duren:

         € 0,20 per m² per dag voor de eerste drie maanden

         € 0,25 per m² per dag voor de volgende drie maanden

         € 0,40 per m² per dag vanaf de zevende maand

Bij innames langer dan 24 uur wordt elke begonnen kalenderdag beschouwd als een volledige dag.

De belasting wordt berekend op de ingenomen oppervlakte van het openbaar domein. Voor het berekenen van deze oppervlakte, wordt elk deel van een vierkante meter voor één eenheid gerekend.

Indien er na aflevering van de vergunning een andere ingenomen oppervlakte wordt vastgesteld, dan wordt de belasting berekend op basis van de vastgestelde ingenomen oppervlakte.

b) voor het afsluiten van een straat:

Afsluiten van de rijweg wordt beschouwd als de doorrijdbare ruimte voor gemotoriseerd verkeer minder is dan 3 meter. Hierbij wordt een aanvullende belasting vastgesteld van :

         € 155,00 per halve dag

         € 310,00 per dag

Op het eerste verzoek van het gemeentebestuur moet, binnen de 24 uren, de ingenomen oppervlakte of de volledige rijbaan worden vrijgemaakt, zoniet zullen deze werken uitgevoerd worden door of in opdracht van het gemeentebestuur en worden de kosten verhaald op de aanvrager, en indien deze niet bekend is op de bouwheer.

Artikel 7: 

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 7 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk vdaaropolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

 

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

    basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

Artikel 8:

De belasting wordt contant of elektronisch betaald tegen afgifte van een ontvangstbewijs of via overhandiging van een betalingsuitnodiging bij inname van het openbaar domein zonder vergunning. Bij gebrek aan contante of elektronische betaling wordt het verschuldigde bedrag ingekohierd. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 9: Aanvragen wijzigen

         Annulatie vóór vergunde startdatum

      Indien een aanvraag geannuleerd wordt vóór de vergunde startdatum, wordt de reeds betaalde belasting terugbetaald.

         Wijzigen ingenomen oppervlakte, locatie of periode

      Het wijzigen van de ingenomen oppervlakte, locatie en periode is steeds mogelijk, mits het indienen van een nieuwe aanvraag. Deze aanpassingen kunnen slechts goedgekeurd worden indien er geen conflicten zijn met andere reeds vergunde innames.

      Indien een nieuwe aanvraag betrekking heeft op een wijziging van de in te nemen oppervlakte en/of een wijziging van de duurtijd zal de verschuldigde belasting dienovereenkomstig worden aangepast en eventueel gedeeltelijk worden terugbetaald.

      Het vroegtijdig beëindigen van de inname dient uiterlijk twee werkdagen voor de nieuwe einddatum gemeld te worden bij de vergunningverlener. De verschuldigde belasting wordt gedeeltelijk terugbetaald in verhouding tot het aantal dagen effectieve inname van het openbaar domein.

Artikel 10: Vrijstellingen

Van de belasting zijn vrijgesteld, de inname van het openbaar domein bij:

a) het oprichten of verbouwen van woongelegenheden door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door haar gewestelijke en/of plaatselijke bouwmaatschappijen

b) werken die uitgevoerd door of in opdracht van openbare besturen, en daarmee gelijkgestelde instellingen, alsook de instellingen van openbaar nut

c) de restauratie van als monument geklasseerde gebouwen, van gebouwen gelegen in een beschermde zone en van niet-geklasseerde historische panden, als dusdanig door het college van burgemeester en schepenen erkend

d) de tijdelijke inrichting van speelstraten, de organisatie van straatfeesten of evenementen georganiseerd door of in opdracht van openbare besturen, en daarmee gelijkgestelde instellingen

e) het herbouwen van door oorlogsfeiten of door brand vernielde of beschadigde gebouwen

Artikel 11: Machtigingen

De politiezone Heusden-Zolder en de bevoegde medewerkers van de gemeente Heusden-Zolder zijn gemachtigd om alle inbreuken op de inname van het openbaar domein vast te stellen. De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.

Artikel 12:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.11.

Financiën - belasting op nachtwinkels - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit;

         wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en in het bijzonder artikel 18 en volgende

         gemeentelijk reglement algemene bestuurlijke politieverordeningen van 7 juli 1983 – toevoeging artikel 33bis – sluitingsuur van nachtwinkels van 5 juli 2007

         gemeentelijk reglement betreffende de voorafgaande vergunning voor nachtwinkels van 5 juli 2007

         besluit van de gemeenteraad van 27 maart 2014 "gemeentebelasting op nachtwinkels - goedkeuring"

         gemeentelijk reglement betreffende de nachtwinkels van 30 april 2015

         GAS-reglement van 12 december 2019

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op nachtwinkels vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.

 

Argumentatie

Op het grondgebied van de gemeente bevinden zich een aantal nachtwinkels.

De activiteiten van genoemde zaken verschillen fundamenteel van een gewone kleinhandel. De openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden.

Deze situatie veroorzaakt maatschappelijke overlast op het grondgebied en brengt daardoor aanzienlijke kosten mee voor de gemeente onder andere wat de nachtelijke prestaties van lokale politie betreft voor handhaving van de openbare rust en veiligheid en van de diensten die instaan voor de openbare reinheid.

 

Het is billijk hiervoor een specifieke belasting te heffen. Deze belasting verlicht de financiële behoefte van de gemeente. De ontvangsten die voortvloeien uit deze belasting dragen bij in de kosten voor het bestrijden van de overlast en geeft de mogelijkheid een doordacht lokaal economisch beleid te voeren in de gemeente.

 

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op nachtwinkels met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang vanaf 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente een belasting gevestigd op nachtwinkels die gelegen zijn op het grondgebied Heusden-Zolder.

Voor de toepassing van dit reglement wordt beschouwd als "nachtwinkel", elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is, zoals bedoeld in de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.

Artikel 3:

De belasting is hoofdelijk en ondeelbaar verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die zaakvoerder of uitbater van de nachtwinkel is.

Artikel 4:

De openingsbelasting wordt vastgesteld op  € 7.410,00 en is een éénmalige belasting die verschuldigd is bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel, zoals gedefinieerd in artikel 3 van dit reglement.

Deze is verschuldigd in het aanslagjaar waarin de opening plaatsvindt.

Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit, waarbij de openingsbelasting opnieuw verschuldigd is.

De jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op € 1.860,00 per nachtwinkel.

Deze is voor het eerst verschuldigd in het aanslagjaar volgend op het aanslagjaar waarin de openingsbelasting verschuldigd is en elk volgend jaar waarin de uitbating wordt voortgezet.

De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.

Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtige(n) of de hoofdelijk aansprakelijke(n) onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.

Er wordt geen enkele korting toegepast of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook, met uitzondering van de situatie waarbij een aanvrager de openingsbelasting al betaald heeft, maar het college van burgemeester en schepenen beslist heeft om geen uitbatingsvergunning te verlenen.

Artikel 5:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

         basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

Artikel 6:

De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 7: De invordering

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 8:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 9:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.12.

Financiën - belasting op tweede verblijven - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 “belasting op tweede verblijven - aanslagjaren 2020 t.e.m. 2025 - goedkeuring"

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op tweede verblijven vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.  

 

Argumentatie

De eigenaar/huurder/bewoner van een tweede verblijf geniet mee van de inspanningen die de gemeente voorziet inzake onderhoud van het openbaar domein in het algemeen, maar dragen niet bij in de algemene financiering van deze kosten. Er ontstaat voor de gemeente namelijk bijkomende kosten op het vlak van administratie, veiligheid, infrastructuur en afvalbeheersing. Om voormelde redenen is het verantwoord om met de invoering van dit belastingreglement een deel van deze kosten te financieren. De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op tweede verblijven met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.

Artikel 3:

Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder of de gebruiker, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn: landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde wooncaravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger. Een tweede verblijf kan, maar hoeft niet uitgerust te zijn met sanitaire voorzieningen, nutsvoorzieningen, verwarming of meubilair. Indien deze zaken niet aanwezig zijn, maar de constructie is wel water- en winddicht, dan is dit voldoende om een tijdelijk verblijf mogelijk te maken en wordt de constructie toch beschouwd als tweede verblijf.

Artikel 4:

Vallen niet onder de toepassing van dit reglement:

         lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van beroepsactiviteiten

         tenten

         verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij ze ten minste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven.

Artikel 5:

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

        Wooncaravans: caravans of woon(aanhang)wagens die, door hun constructie, chassis, afmetingen of technische staat, niet meer bedoeld zijn om regelmatig verplaatst te worden, en die feitelijk duurzaam op één plaats zijn opgesteld, al dan niet aangesloten op nutsvoorzieningen.

        Verplaatsbare caravans of woonaanhangwagens: voertuigen met woonfunctie die technisch geschikt zijn om aan het verkeer deel te nemen, waarvan een geldig keuringsbewijs (conform de regelgeving op periodieke technische controle) kan worden voorgelegd en die niet duurzaam opgesteld zijn op één plaats.

Artikel 6:

Het bedrag wordt forfaitair vastgesteld op € 620,00 per jaar en per tweede verblijf en is ondeelbaar voor het hele jaar verschuldigd.

Artikel 7:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 6 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

    basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

Artikel 8:

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf dat gelegen is op het grondgebied van Heusden-Zolder. De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt eveneens op datum van 1 januari van het aanslagjaar beoordeeld. Indien er meerdere eigenaars zijn, zijn zij allen hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

Artikel 9:

De belastingplichtige moet jaarlijks aangifte doen tegen uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar door middel van het aangifteformulier dat hem door het lokaal bestuur toegestuurd wordt.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient de aangifte spontaan in te dienen tegen uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar.

 

Het aangifteformulier is eveneens beschikbaar op de website van het gemeentebestuur van Heusden-Zolder.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

Als de aangifte verzonden wordt via post, geldt de postdatum als bewijs.

Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

 

Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

Artikel 10:

Bij gebrek aan aangifte  voor de voormelde aangiftedatum of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de aanslag van ambtswege gevestigd op grond van de beschikbare gegevens en op de wijze bepaald in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10 %. Beide bedragen worden gezamenlijk ingekohierd.

Artikel 11:

Het gebrek aan aangifte of de onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt vastgesteld door daartoe speciaal door het college van burgemeester en schepenen aangewezen personeelsleden. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 12:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 13:

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 14:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 15:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.13.

Financiën - belasting op niet afkoppelen hemelwater - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 "Belastingreglement op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater van het rioleringsnet, aanslagjaar 2020 t.e.m. 2020 -goedkeuring"

         De Vlaamse hemelwaterverordering (zoals gewijzigd);

         Het VLAREM II-besluit van 1 juni 1995.

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op niet afkoppelen hemelwater vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.  

 

Argumentatie

Een niet-gescheiden afvoer leidt tot overbelasting van de gemeentelijke rioleringsinfrastructuur, onnodige zuiveringskosten, verhoogde kans op wateroverlast en een verminderde werking van de afvalwaterzuivering en is in strijd met de principes van duurzaam waterbeheer.

De belasting heeft tot doel om het scheiden van waterstromen te stimuleren, en sluit aan bij de verplichtingen die opgelegd worden in de Vlaamse hemelwaterverordening, de VLAREM-regelgeving en het gemeentelijk hemelwater- en rioleringsbeleid. Zo draagt deze belasting bij aan de naleving van milieudoelstellingen, het voorkomen van water- en bodemverontreiniging en het beschermen van de volksgezondheid.

 

De belasting wordt enkel aangerekend aan de eigenaars van gebouwen die weigeren om het hemelwater af te koppelen van het rioleringsnet.

 

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater van het rioleringsnet met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een belasting gevestigd op het niet maximaal loskoppelen van hemelwater en afvalwater in de door de gemeente vastgestelde afkoppelingsprojecten.

Artikel 3:

De belasting wordt gevestigd ten laste van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van een gebouw dat niet conform de geldende regelgeving maximaal afkoppelt.

In het geval van een gebouw met meerdere woongelegenheden wordt de belasting gevestigd ten aanzien van de eigenaar van de woongelegenheid waarvoor geen conforme afkoppeling werd vastgesteld.

De belasting is voor het eerst verschuldigd op 1 januari van het jaar volgend op de datum waarop het gemeentebestuur aan de eigenaar per aangetekend schrijven heeft gemeld dat de rioleringswerken op het gemeentelijk domein zijn voltooid.

Artikel 4:

De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 620,00 per gebouw of woongelegenheid waarvoor wordt vastgesteld dat het afval- en hemelwater niet maximaal gescheiden wordt afgevoerd conform de geldende regelgeving.

De belasting is ondeelbaar voor het hele aanslagjaar verschuldigd en wordt verhoogd met € 310,00 per bijkomend aanslagjaar waarin de niet-naleving voortduurt.

De niet-naleving wordt geacht voort te duren totdat een door het gemeentebestuur aangestelde of erkende afkoppelingsadviseur schriftelijk vaststelt dat aan de afkoppelingsplicht is voldaan.

Artikel 5:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Artikel 6:

§1. Eigenaars van gebouwen en woongelegenheden waarvoor de afkoppeling van hemel- en afvalwater objectief onhaalbaar is, worden vrijgesteld van deze belasting.

De onhaalbaarheid wordt vastgesteld door een door het gemeentebestuur erkende of aangestelde afkoppelingsadviseur, op basis van objectieve en gemotiveerde criteria.

De vrijstelling geldt vanaf de vaststelling en tot de onhaalbaarheid wegvalt.

De gemeente kan steeds een controle of herbeoordeling uitvoeren. De belastingplichtige wordt van het resultaat van de controle of herbeoordeling per aangetekend schrijven in kennis gesteld.

 

§2. Voor de berekening van de jaarlijkse verhoging van de belasting met €310,00 per bijkomend jaar van niet-naleving, worden alleen de opeenvolgende aanslagjaren meegeteld waarin géén vrijstelling wegens objectieve onhaalbaarheid van toepassing was.

Aanslagjaren waarin voormelde vrijstelling gold, worden niet beschouwd als jaren van niet-naleving voor de berekening van de belasting.

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8: De invordering

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9: Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 10:Kennisgeving toezicht

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.14.

Financiën - belasting op masten en pylonen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

        artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         besluit van de gemeenteraad van 25 november 2021 “belastingreglement op masten en pylonen – goedkeuring

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op masten en pylonen vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de actualisering van de tarieven en bevat daarnaast een jaarlijkse indexatie van de tarieven.  

 

Argumentatie

Het is noodzakelijk om ten laste van de eigenaars van masten en pylonen een belasting te heffen om bij te dragen in de algemene financiering van de gemeentelijke uitgaven.

Het is aangewezen om masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente Heusden-Zolder te beperken, ter vrijwaring van de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en toeristische bestemming en wegens de visuele vervuiling, de landschapsverstoring en het doorbreken van de vrije open ruimte.

Het landschapsverstorend karakter van masten en pylonen dienstig om groene energie te

produceren, voor louter recreatief gebruik en voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen, wordt voldoende gecompenseerd door het maatschappelijk belang, zodat hiervoor vrijstelling kan worden verleend.

Het is verantwoord om vrijstelling te voorzien voor constructies louter voor recreatief gebruik,

gezien het niet-bedrijfsmatig oogmerk en karakter van de constructie, waarbij hobby en amateur met betrekking tot het gebruik van de mast of pyloon centraal staan, en de constructie niet voor lucratieve doeleinden is bestemd. Deze constructies voor recreatief gebruik zijn duidelijk te onderscheiden van de constructies van andere commerciële ondernemingen, gezien de afwezigheid van een bedrijfsmatig aspect, waardoor de bijdragecapaciteit voor eigenaren van constructies bestemd voor hobby en amateur niet vergelijkbaar is met de andere commerciële ondernemingen die wel onder het toepassingsgebied van het belastingreglement vallen.

 

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

De vrijstellingen die zijn opgenomen in dit reglement sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op masten en pylonen met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Heusden-Zolder een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente bevinden.

Artikel 3:

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

         een mast: een verticale structuur die op een dak of een andere bestaande constructie is geplaatst en waarbij de hoogte van constructie en mast samen minstens 20 meter bedraagt.

         een pyloon: een individuele verticale constructie opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 20 meter boven het maaiveld.

Artikel 4:

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon.

Artikel 5:

De belasting bedraagt € 4.000,00 per jaar per dragende verticale constructie en is ondeelbaar voor het hele jaar verschuldigd.

Artikel 6:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 5 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

        basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

Artikel 7:

Zijn van de belasting vrijgesteld :

   Constructies voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom

   Constructies voor louter recreatief gebruik

   Constructies voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen

Artikel 8:

De belastingplichtige moet jaarlijks aangifte doen tegen uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar door middel van het aangifteformulier dat hem door het lokaal bestuur toegestuurd wordt.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient de aangifte spontaan in te dienen tegen uiterlijk 30 juni van het aanslagjaar.

Het aangifteformulier is eveneens beschikbaar op de website van het gemeentebestuur van Heusden-Zolder.

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

Als de aangifte verzonden wordt via post, geldt de postdatum als bewijs.

Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

Artikel 9:

Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of

onnauwkeurige aangifte, wordt de aanslag van ambtswege gevestigd op grond van de

beschikbare gegevens en op de wijze bepaald in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008

betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en

gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10 % van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding. Bij volgende overtredingen zal een verhoging van 20%, 50% of 100% worden toegepast bij respectievelijk een tweede, derde en vanaf een vierde overtreding.  Voor de vaststelling van het toe te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen, wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste twee opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting

ingekohierd.

Artikel 10:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 11:

De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het

aanslag biljet.

Artikel 12:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te

rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag

Artikel 13:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.15.

Financiën - belasting op administratieve bescheiden - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd

         decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (OVD) zoals gewijzigd

         decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (OVB) zoals gewijzigd

         besluit van de gemeenteraad 26 juni 2025 “ belastingreglement op de afgifte van administratieve bescheiden" – goedkeuring.

 

Feiten en context

Bij de start van een nieuw meerjarenplan dient het belastingreglement opnieuw ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement op afgifte van administratieve bescheiden vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026.

 

Argumentatie

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

De vrijstellingen die opgenomen zijn, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het belastingreglement op de afgifte van administratieve bescheiden, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 juni 2025, wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van een belasting op de afgifte van administratieve bescheiden goed voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

Artikel 3:

Er wordt ten voordele van de gemeente een belasting gevestigd op het opzoeken, het samenstellen en het afleveren van administratieve stukken.

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd. Deze verordening is niet toepasselijk op het afleveren van stukken die onderworpen zijn aan de betaling van een bijzonder recht ten voordele van de gemeente krachtens een wet, een algemeen of provinciaal reglement of een bijzonder gemeentelijk reglement.

Artikel 4:

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt:

1) Burgerzaken

1. Elektronische vreemdelingenkaarten voor kinderen jonger dan 12 jaar, levering bij de gemeente:

         gewone procedure: € 12,00

         spoedprocedure: € 142,00

2. Elektronische identiteitskaarten voor Belgen vanaf 12 jaar/elektronische vreemdelingenkaarten, levering bij de gemeente:

         gewone procedure: € 25,00

         spoedprocedure: € 154,00

3. Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen jonger dan 12 jaar (kids-ID), levering bij de gemeente:

         gewone procedure: € 12,00

         spoedprocedure: € 142,00

4. Spoedprocedures met gecentraliseerde levering bij FOD Binnenlandse Zaken in Brussel voor elektronische identiteitskaarten voor :

         Belgen vanaf 12 jaar: € 197,00

         Belgische kinderen jonger dan 12 jaar: € 185,00

5. Paspoorten (reispassen) – nieuwe aanvraag voor personen jonger dan 18 jaar / 18 jaar en ouder

         gewone procedure:

      vanaf 18 jaar: € 88,00

      jonger dan 18 jaar: € 51,00

         dringende procedure:

      vanaf 18 jaar: € 309,00

      jonger dan 18 jaar: € 272,00

         superdringende procedure:

      vanaf 18 jaar: € 432,00

      jonger dan 18 jaar: € 395,00

6. Attest Immatriculatie voor vreemdelingen: € 10,00

7. Trouwboekje: € 31,00

8. Slachtbrieven: € 12,00

9. Rijbewijzen (bankkaartmodel)

         rijbewijs: € 31,00

         duplicaat/ uitbreiding rijbewijs: € 31,00

         voorlopig rijbewijs: € 31,00

         duplicaat voorlopig rijbewijs: € 31,00

         Internationaal rijbewijs (papieren versie): € 31,00

10. Verlies PIN- en PUK codes: € 12,00

11. Verzoeken tot voornaamswijziging: € 185,00

12. Verzoek tot opzoeken in oude boeken (stamboomonderzoek, genealogisch, wettenschappelijke opzoekingen): € 10,00 per begonnen kwartier

 

2) Ruimtelijk Beheer & Woonbeleid

1. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen:

1.1. Woon- of handelsgebouw

* Dossier zonder medewerking architect: € 19,00/dossier

** Supplement bij afwijking: € 19,00/dossier

* Dossier met medewerking architect: € 37,00/dossier

** Supplement bij afwijking: € 309,00/dossier

1.2. Industriegebouw

* Dossier zonder medewerking architect: € 25,00/dossier

** Supplement bij afwijking: € 25,00/dossier

* Dossier met medewerking architect: € 309,00/dossier

** Supplement bij afwijking: € 309,00/dossier

1.3. Melding stedenbouwkundige handelingen dossierkost: € 19,00/dossier

1.4. Melding zorgwonen dossierkost: € 37,00/dossier

1.5. Melding stedenbouwkundige handelingen met architect: € 37,00/dossier

1.6. Digitaliseren en indienen van een analoog dossier in het omgevingsloket: € 25,00/dossier

2. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en aanvraag tot bijstelling van de verkaveling:

2.1. Aanvraag zonder aanleg van wegenis:

* Basisdossier: € 309,00

2.2. Aanvraag met aanleg van wegenis:

* Basisdossier: € 617,00

3. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen: € 37,00/dossier

4. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten: € 309,00/dossier

5. Aanvraag tot opname in het vergunningenregister: € 123,00/dossier

6. Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden: € 25,00/dossier

7. Aanvraag voor het houden van een projectvergadering: € 123,00/dossier

8. Stedenbouwkundig attest: € 62,00/dossier

9. Stedenbouwkundig uittreksel: € 37,00/perceel

10. Openbaar onderzoek in het kader van omgevingsvergunningen: aantal aangetekende zendingen x het tarief van een aangetekende zending

11. Openbaar onderzoek - gewone zending naar eigenaars van de loten: aantal zendingen x het tarief van een gewone zending

12. Planafdrukken: werkelijke kost van het kopiëren van de plannen en een forfaitaire administratiekost van € 31,00/dossier.

13. Planafdrukken groter dan A3 formaat: € 6,00/plan en een forfaitaire administratiekost van € 31,00/dossier

14. Mailen van gescande plannen: forfaitaire administratiekost van € 31,00/dossier

 

3) Algemeen

Fotokopieën:

zwart-wit kopie op A4-formaat € 0,10

zwart-wit kopie op A3-formaat € 0,20

kleurenkopie op A4-formaat € 0,30

kleurenkopie op A3-formaat € 0,50

 

Artikel 5:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

 

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

    basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt.

 

De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtsbijzijnde gehele getal.

Dit afgeronde gehele getal wordt als basisbedrag gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Artikel 6:

Het bedrag van de belasting wordt bepaald op de datum van de aanvraag. Dit wordt ingevorderd bij de aanvraag van de documenten of als het dossier volledig wordt verklaard. De (eventuele) bijkomende werkelijke kost wordt bij het afleveren van de documenten ingevorderd. Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de in bewaring gegeven sommen afgeleverd.

 

Artikel 7:

Worden van de belasting vrijgesteld:

a. de stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten afgeleverd worden.

b. de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen, de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd.

c. de machtigingen betreffende godsdienstige of politieke manifestaties.

d. de machtigingen betreffende activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente.

e. de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook aan instellingen van openbaar nut.

f. de mededeling van inlichtingen door de politie aan verzekeringsmaatschappijen omtrent het gevolg dat gegeven werd terzake van verkeersongevallen op de openbare weg.

g. de getuigschriften van goed zedelijk gedrag afgegeven door de gemeentebesturen om gevoegd te worden bij een aanvraag van een door de regering ingestelde eervolle onderscheiding.

h. geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de N.M.B.S., de N.M.V.B. en de openbare autobusdiensten.

i. afgifte van nationaliteitsbewijzen aan de kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen.

j. alle stukken voor sollicitatiedoeleinden.

k. aanvragen tot een omgevingsvergunning waarin de gemeente niet tijdig een beslissing nam

l. openbare onderzoeken in het kader van de omgevingsvergunning die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus.

 

Artikel 8:

De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is.

 

Artikel 9:

Bij gebrek aan betaling, wordt deze ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 10:

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd.

 

Artikel 11: 

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.16.

Financiën - toeristenbelasting - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, hierna ‘Vlaamse Logiesdecreet’ genoemd, en latere wijzigingen

         besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, hierna ‘Uitvoeringsbesluit’ genoemd, en latere wijzigingen

 

Feiten en context

Het voorstel is om dit reglement in te voeren ter vervanging van het reglement op verblijfsbelasting dat loopt tot 31 december 2025. Deze toeristenbelasting zal ingaan vanaf 1 januari 2026.

 

Argumentatie

Mensen die overnachten in onze gemeente maken gebruik van de gemeentelijke voorzieningen, maar dragen niet bij in de algemene financiering van deze kosten. Hierdoor is het te verantwoorden dat zij naar aanleiding van hun tijdelijk verblijf bijdragen in de kosten van toezicht, veiligheid en infrastructuur. Deze belasting is een vastgelegd bedrag per persoon, per overnachting en kan door de aanbieder van de logies worden doorgerekend aan de toerist.

 

Ook ondersteunt de gemeente de logiessector door het voeren van promotie en door productontwikkeling, met de invoering van dit belastingreglement financieren we een deel van deze kosten. 

 

Ook niet-aangemelde, niet-erkende toeristische logies (informele logies) zijn van die aard dat ze mee genieten van de gemeentelijke dienstverlening en de diverse initiatieven en investeringen om de gemeente op toeristisch vlak aantrekkelijker te maken, zodat het gepast is dat ook zij een financiële bijdrage leveren. Het niet belasten van deze informele logies zou overigens onwettige toestanden in de hand kunnen werken, wat niet gewenst is.

 

Bepaalde logiesvormen dragen niet of slechts in beperkte mate bij aan de toeristische druk waardoor de gemeente het billijk acht om bepaalde vrijstellingen te voorzien omwille van sociale, maatschappelijke en educatieve redenen.

 

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

 

  • 20 stemmen voor: Isabelle Thielemans, Mario Carremans, Britt Custers, Petra Tielens, Annette Palmers, Marten Frederix, Steven Goris, Lode Schops, Swa Vanderaerden, Tonny Vanhamel, Peter Gybels, Katrien Cox, Elise Vanhoudt, Chantale Labie, Hans Roose, Bea Baranska, Claudia Rugiero, Claudia Ruts, Lauren Leyssens en Mario Borremans
  • 7 onthoudingen: Jan Jans, Tony Lespoix, Nico Geeraerts, Arif Birinci, Yasin Gül, Yeliz Cengiz en Elif Can

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de toeristenbelasting goed voor de periode van  1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

Deze belasting wordt gevestigd op de overnachtingen in toeristische logies op het grondgebied van de gemeente Heusden-Zolder. De overnachtingen in toeristische logies die niet aangemeld zijn bij of niet erkend zijn door Toerisme Vlaanderen vallen eveneens onder het toepassingsgebied.

Artikel 2:

Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:

1° toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving;

2° toeristisch logies: elke constructie, inrichting, ruimte of terrein, in eender welke vorm, dat aan een of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor een of meer nachten, en dat wordt aangeboden op de toeristische markt;

3° aanbieden op de toeristische markt: het op eender welke wijze publiek aanbieden van een toeristisch logies, hetzij als exploitant, hetzij via een tussenpersoon;

4° exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies als vermeld in punt 2°, exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst;

5° tussenpersoon: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van een toeristisch logies op de toeristische markt, promotie maakt voor een toeristisch logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden;

6° Toerisme Vlaanderen: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij decreet van 19 maart 2004.

Artikel 3: Belastingplichtige:

De belasting is verschuldigd door de exploitant (natuurlijk of rechtspersoon) van het toeristisch logies dat aangemeld of vergund is of had moeten zijn volgens het logiesdecreet.

De belastingplichtigen zijn vrij het bedrag van de belasting te verhalen op de verblijvende toerist.

De eigenaar(s) van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd, alsmede de tussenpersoon is (zijn) hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

De belasting wordt toegepast ook als de uitbater voor de exploitatie niet beschikt over de nodige wettelijke en/of reglementaire vergunningen. Het aanrekenen en betalen van de belasting houdt niet in dat een exploitatievergunning is toegekend.

De uitbater van een toeristisch logies moet in geval van stopzetting, overdracht of het starten van een nieuwe exploitatie deze wijziging onverwijld en uiterlijk binnen 15 kalenderdagen meedelen aan de gemeentelijke dienst toerisme. Indien de exploitant zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van het jaar, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij het toeristisch logies heeft aangeboden.

In geval van overdracht is de overnemende exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht. In geval van een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende exploitant en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende exploitant, is de belasting voor die overnachting verschuldigd door de overnemende exploitant.

Artikel 4:

De belasting bedraagt 2,00 euro per overnachting en per persoon, ongeacht of de concrete overnachting al dan niet betalend is.

Voor personen jonger dan 13 jaar is geen belasting verschuldigd.

Artikel 5:

Zijn van deze belasting vrijgesteld:

         jeugdlogies en erkende 'Toerisme voor Allen'-verblijven;

         terreinen waarop gedurende maximaal 75 kalenderdagen per jaar wordt gekampeerd in het kader van een evenement of door georganiseerde groepen kampeerders die onder toezicht van een of meer begeleiders staan;

         een bivakzone die is aangeduid in een toegankelijkheidsregeling conform het Natuurdecreet of het Bosdecreet;

         een door de gemeente of door de provincie erkend jeugdwerkinitiatief waarin wordt verbleven of waarnaast wordt gekampeerd door georganiseerde jeugdgroepen die onder toezicht van een begeleider staan (maximum 60 dagen per jaar);

         ziekenhuizen, rust- en verzorgingsinstellingen, onderwijsinstellingen, opvang- en jeugdcentra;

         de woningen of kamers die werden opgenomen in het register en beschouwd worden als onbewoonbaar, leegstand, ongeschikt, onveilig, onafgewerkt of verwaarloosd;

         alle toeristische logies die gedurende een periode van civiele noodsituaties zoals uitgeroepen door de hogere overheid niet kunnen geëxploiteerd worden en dit voor de geldingsduur van deze noodsituatie.

Artikel 6:

De exploitant moet een door het College van Burgemeester en Schepenen voorgeschreven register bijhouden waarin o.a. per nacht het aantal logerende personen en het aantal bezette verblijfseenheden wordt vermeld.

De belastingplichtige kan dit register op eenvoudig verzoek bij de administratie bekomen of downloaden van de gemeentelijke website. Dit zal ter beschikking worden gesteld voor de aanvang van elk nieuw jaar.

Dit register moet steeds ter inzage liggen in het logiesverstrekkend bedrijf en spontaan worden voorgelegd aan de controlerende ambtenaren. Dit register vermeldt o.a. de recentste stand van het aantal overnachtingen (inclusief de niet belastbare en de vrijgestelde overnachtingen). Het register wordt ter inzage gelegd op een vooraf afgesproken locatie.

De belastingplichtige moet per jaar de ingevulde, ondertekende en gedateerde registerbladen terugsturen naar de bevoegde administratie en dit ten laatste 30 kalenderdagen na het verstrijken van het aanslagjaar. Deze registerbladen gelden als aangifte.

De aangifte is laattijdig wanneer de registerbladen na de uiterste indieningsdatum zijn gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag worden afgegeven tegen ontvangstbewijs.

Artikel 7:

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte van de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd mits inachtneming van in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen voorziene bepalingen.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingschuldige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een  periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 25% van het belastingbedrag en wordt ook ingekohierd.

Artikel 8:

De door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personeelsleden zijn bevoegd om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement. Deze aangestelde personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Voor een overtreding van deze bepaling wordt een administratieve geldboete opgelegd van 250,00 EUR per overtreding. De administratieve geldboete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op deze kohierbelasting.

Artikel 9:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 10:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.17.

Financiën - aanvullende belasting op personenbelasting - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         artikelen 464 tot en met 470bis, Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 betreffende het "reglement aanvullende belasting op de personenbelasting" - goedkeuring

 

Feiten en context

Omdat het huidige reglement vervalt op 31 december 2025, dient bij het begin van het meerjarenplan 2026-2031 het reglement terug ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de gemeenteraad.

 

Argumentatie

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

De handhaving van de aanvullende personenbelasting is dan ook noodzakelijk om het evenwicht in het meerjarenplan te verzekeren.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van de aanvullende belasting op de personenbelasting met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang vanaf 1 januari voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die in de gemeente belastbaar zijn in de personenbelasting op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 3:

De belasting wordt vastgesteld op 7,5 % van het volgens artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het jaar voor het aanslagjaar.

Artikel 4:

De vestiging en de inning van de aanvullende gemeentebelasting gebeuren door toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 466 en volgende van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.

Artikel 5:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.18.

Financiën - retributie op aanmaningskosten - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         besluit van de gemeenteraad van 31 augustus 2017 over de goedkeuring van het retributiereglement betreffende de aanrekening van aanmaningskosten toepasselijk op belastingreglementen en retributiereglementen

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe retributiereglement op aanmaningskosten vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit retributiereglement behelst de actualisering van het tarief evenals een uitbreiding naar andere niet-fiscale ontvangsten. 

 

Argumentatie

De invordering van belastingen, retributies en andere niet-fiscale ontvangsten gaan gepaard met diverse kosten voor het verzenden van waarschuwingen, aanmaningen en aangetekende zendingen. Voor de terugvordering van deze kosten is het billijk dat deze op de nalatige schuldenaar  worden verhaald.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1

Het retributiereglement betreffende de aanrekening van aanmaningskosten toepasselijk op belastingreglementen en retributiereglementen, vastgesteld door de gemeenteraad van 31 augustus 2017, wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het reglement houdende vaststelling van een retributie voor de aanrekening van aanmaningskosten toepasselijk op belastingreglementen, retributiereglementen en andere niet-fiscale ontvangsten met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 3

Met ingang van 1 januari 2026 worden de kosten voor het verzenden van waarschuwingen, aanmaningen en aangetekende zendingen verhaald op diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde belastingen, retributies of andere niet-fiscale vergoedingen betalen.

Artikel 4

Het tarief van de retributie voor de verzending van de laatste aangetekende aanmaning bedraagt € 17,5 euro.

Artikel 5

Bij gebreke aan betaling in der minne, zullen de kosten burgerrechtelijk ingevorderd worden.

Artikel 6

Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

Het reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 186 van het gemeentedecreet.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.19.

Financiën - retributie werken nutsvoorzieningen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

         besluit van de gemeenteraad van 15 december 2022 "retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - opheffing beslissing van de gemeenteraad van 12 december 2019 en vaststelling nieuw reglement met ingang van 1 januari 2026 - goedkeuring "

 

Feiten en context

Op 26 september 2025 werd er een brief ontvangen van Fluvius met de vraag tot goedkeuring van het voorgestelde model van het retributiereglement.

Voorstel om vanaf 1 januari 2026 het vorig retributiereglement op te heffen en een nieuw retributiereglement vast te stellen, dat opgesteld werd volgens het modelreglement.

 

Argumentatie

De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.

Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.

De goedkeuring van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.

Op het vlak van onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening. Daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.

De actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1: Algemeen

Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.

Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,...), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, ...) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;

- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.

 

Artikel 2: Retributie naar aanleiding van sleufwerken

De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

 

Artikel 3: Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen

Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m² wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.

Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

Deze retributies zijn verschuldigd voor het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij voor 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 4: Inning

De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

 

Artikel 5: Definitief karakter

Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid. Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.20.

Financiën - reglement verwaarloosde woningen en gebouwen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, en latere wijzigingen

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         onroerend erfgoeddecreet van 12 juli 2013

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         Vlaamse Codex Wonen van 2021

         besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021

         besluit van de gemeenteraad van 15 december 2022 betreffende het gemeentelijk reglement over de inventarisering van verwaarloosde woningen en gebouwen en belastingreglement.”

         besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Woonfocus 2.0’ voor de projectperiode 2026-2031, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder

 

Feiten en context

De Vlaamse regelgeving rond wonen werd gecodificeerd in de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze regelgeving is de rechtsgrond voor de aanpak verwaarlozing. Het voorstel is om het nieuw reglement vast te stellen vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement behelst een aantal wijzigingen betreffende de vrijstellingen en de actualisering en jaarlijkse indexatie van de tarieven.

 

Argumentatie

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

Verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om volgende redenen:

        Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent;

        verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners;

        verwaarlozing kan een gevoel van onveiligheid creëren, wat een hogere inzet van politie en veiligheidsdiensten vraagt;

        verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren;

        verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet;

        verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt;

        het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente. Gemeenten kunnen op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden. Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen. De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting. De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente. Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALING

 

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

 

  Administratie: de administratieve eenheid van de gemeente belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

 

  Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a)  een aangetekend schrijven

b)  een afgifte tegen ontvangstbewijs

c)  een elektronische aangetekende zending.

 

  Bezwaarinstantie: het college van Burgemeester en Schepenen

 

  Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

 

  Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, zoals beschreven in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

 

  Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen zoals vermeld in artikel 4 van dit reglement

 

  Opnamedatum: de datum waarop een woning of een gebouw in het verwaarlozingsregister is opgenomen. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de verwaarlozing.

 

  Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van Burgemeester en Schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:

a)  een overzicht van de voorgenomen werken

b)  een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 36 maanden de woning bewoonbaar wordt gemaakt of het gebouw gebruiksklaar wordt gemaakt

c)  offertes en/of facturen ten bedrage van minimaal 10.000,00 euro met betrekking tot de voorgenomen werken waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. Deze offertes en/of facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar

d)  fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

 

  Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt

 

10°  Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

 

11°  Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

a)  de volle eigendom

b)  het recht van opstal of van erfpacht

c)  het vruchtgebruik.

 

HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

 

Artikel 2:

Inwerkingtreding en overgangsmaatregelen

§ 1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

 

 

§ 2. Woningen en gebouwen, die reeds eerder werden opgenomen in het register verwaarloosde woningen en gebouwen, blijven opgenomen in het register met hun oorspronkelijke opnamedatum. Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglement(en), blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum. Na afloop van deze vrijstelling gelden de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 3:

Vaststelling van de verwaarlozing

§ 1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. Zowel eigen personeelsleden als medewerkers van het intergemeentelijke samenwerkingsverband kunnen hiertoe aangesteld worden. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden van de aangestelde personeelsleden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 2. De aangestelde personeelsleden stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten en van categorie IV voor achttien punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

 

Artikel 4:

Verwaarlozingsregister

§ 1. De administratie houdt een verwaarlozingsregister bij.

 

§ 2. In dit register worden de volgende gegevens opgenomen:

1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw

2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw

3° de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden

4° het nummer en de datum van de administratieve akte

5° het technisch verslag, met de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname

6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan

7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.

 

Artikel 5:

Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

§ 1. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de vaststelling is de datum van de akte en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.

 

§ 3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

Artikel 6:

Kennisgeving van de voorgenomen registratie

Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het verwaarlozingsregister.

 

Deze kennisgeving bevat:

  de genummerde administratieve akte

  het technisch verslag

  informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement

  informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister

  informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het verwaarlozingsregister.

 

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

 

Artikel 7:

Bezwaar tegen de voorgenomen registratie

§ 1. Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het verwaarlozingsregister, vermeld in artikel 6, kan een zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.

 

Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:

  ondertekend en gemotiveerd zijn

  met een beveiligde zending worden ingediend

  minimaal de volgende gegevens bevatten:

a)  de identiteit en het adres van de indiener

b)  de vermelding van het nummer van de administratieve akte

c)  de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft

d) de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw niet voldoet aan de voorwaarden om opgenomen te worden in het verwaarlozingsregister

  worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 6.

 

§ 2. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

 

§ 3. Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.

 

§ 4. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§ 5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§ 6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.

 

Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§ 7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.

 

§ 8. Indien het bezwaar wordt ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

§ 9. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtelijke onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

Artikel 8:

Schrapping uit het verwaarlozingsregister

§ 1. De administratie schrapt een woning of een gebouw uit het verwaarlozingsregister wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 3, 12 punten of meer zouden opleveren. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de administratie.

 

Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:

1° ondertekend en gemotiveerd zijn

2° met een beveiligde zending worden ingediend

3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

a)  de identiteit en het adres van de indiener

b)  de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.

c) de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.

 

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het verwaarlozingsregister.

 

§ 2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

 

§ 3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§ 4. De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§ 5. De administratie doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek.

 

Als de kennisgeving van de beslissing over het verzoek tot schrapping vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

 

§ 6. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het verwaarlozingsregister.

 

Artikel 9:

Beroep tegen weigering tot schrapping

§ 1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het verwaarlozingsregister kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.

 

Op straffe van nietigheid moet dit beroep:

1° ondertekend en gemotiveerd zijn

2° met een beveiligde zending worden ingediend

3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

a)  de identiteit en het adres van de indiener

b)  de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft

c)  de weigeringsbeslissing

d) de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.

4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.

 

§ 2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

 

§ 3. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§ 4. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.

 

Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§ 5. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.

 

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

 

§ 6. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister.

 

HOOFDSTUK 3. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

 

Artikel 10:

Belastingstermijn en belastbare grondslag

§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.

 

§ 2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.

 

Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 11:

Belastingplichtige

§ 1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.

 

§ 2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken.

Deze bevat minstens de volgende gegevens:

         naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel

         datum van de akte, naam en standplaats van de notaris

         nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 12:

Tarief van de belasting

Het basisbedrag bedraagt:

€ 2,450,00 voor een woning

€ 2.450,00 voor een gebouw

 

Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in het register staat wordt het basisbedrag verhoogd met €2.450,00 (tot een maximum van € 24.500,00)

 

De vrijstellingen schorten de termijn niet op.

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

Artikel 13:

De basisbedragen zoals bepaald in artikel 12 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2027 en vervolgens op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.

Het nieuwe belastingbedrag wordt berekend volgens onderstaande formule :

 

Nieuw belastingbedrag = basisbedrag x nieuwe index

    basisindex

 

De nieuwe index is het indexcijfer van de maand oktober voorafgaande aan de aanpassing.

De basisindex is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2025.

 

Hiervoor wordt de consumptieindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt. De geïndexeerde belastingbedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Dit afgeronde gehele getal wordt als basis gebruikt bij de volgende indexatie.

 

Artikel 14:

Vrijstellingen

§ 1. De zakelijk gerechtigde kan beroep doen op de hieronder in § 2 en § 3 vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.

 

§ 2. Deze personen of organisaties zijn vrijgesteld van de belasting :

 

1° De zakelijke gerechtigde die de verwaarloosde woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en als die niet over een andere woning beschikt

 

2° de zakelijke gerechtigde van de woning of het gebouw en die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of in een zorgwoning, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie.. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling, een melding van zorgwoning of ingeschreven zijn als bewoner van een zorgwoning of een attest van de huisdokter moet worden voorgelegd. Deze vrijstelling loopt totdat deze situatie zich opheft.

 

3° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt tot zolang de situatie zich aanhoudt. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd.

 

4° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerstvolgende heffing die verschuldigd wordt na het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door de belastingplichtige door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.

Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent van het aandeelhouderschap.

 

Vrijstellingen vermeld in deze paragraaf zijn persoons-/organisatiegebonden. De administratie kan jaarlijks bewijzen opvragen om de vrijstelling te staven.

 

§ 3. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

1° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

         wanneer het gaat over handelingen die om een omgevingsvergunning vragen: er kan een niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning én dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

         wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er kan een renovatienota worden voorgelegd met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring van de renovatienota door de administratie en dat deze vrijstelling maar één keer aan dezelfde houder van het zakelijk recht kan worden toegekend.

 

Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar.

 

2° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief goedgekeurd onteigeningsplan. De periode van vrijstelling duurt tot twee jaar nadat het onteigeningsplan eventueel ongedaan gemaakt wordt of tot de onteigening effectief wordt.

 

3° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.

 

4° het gebouw of de woning beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het Onroerend erfgoeddecreet van 12 juli 2013, of opgenomen is in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De periode van vrijstelling geldt voor een periode van drie jaar en vangt aan op datum van de aanvraag van de vrijstelling.

 

5° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

 

6° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, of omwille van een andere soortgelijke procedure, vb. bij de afhandeling van een verzekeringsonderzoek of geschil. De vrijstelling gaat in:

         vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot twee jaar na het einde van de onmogelijkheid indien de zaak start na opname in het verwaarlozingsregister

         twee jaar vanaf de opnamedatum indien de procedure gestart is voor opname in het verwaarlozingsregister.

 

De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting.

 

7° het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie- verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30, §2 van de Vlaamse Codex van 2021

 

8° de houder(s) van het zakelijk recht kunnen aantonen dat de verwaarlozing het gevolg is van een beleidsmatig strategisch project, Deze vrijstelling wordt toegekend door middel van een gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarin ook de termijn van deze vrijstelling wordt opgenomen.

 

9° wanneer de verwaarlozing het gevolg is van overmacht, dit wil zeggen te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de verwaarlozing.

 

§ 4. De bezwaarinstantie onderzoekt de aanvraag voor vrijstelling. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§ 5. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het verzoek tot vrijstelling en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de aanvraag. Indien de aanvraag wordt ingewilligd, wordt de startdatum en de eventuele einddatum of termijn van de vrijstelling vermeld in dit schrijven.

 

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt de aanvraag tot vrijstelling geacht te zijn ingewilligd.

 

Artikel 15:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 16:

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 17:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Het bezwaar moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Artikel 18:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.21.

Financiën - toekenning nominatieve subsidies 2025-2026 - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41, 23°

         wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en aanwending van sommige toelagen

 

Feiten en context

De gemeenteraad wordt verzocht de nominatieve werkings- en investeringssubsidies voor 2025 en 2026 toe te kennen.

 

Argumentatie

De gemeenteraad heeft op 27 november 2025 het aangepast meerjarenplan 2020-2025 en het nieuw meerjarenplan 2026-2031 goedgekeurd. Hierin staan de nominatieve werkings- en investeringssubsidies voor 2025 en 2026 opgesomd.

Overeenkomstig het decreet over het lokaal bestuur moet de gemeenteraad de nominatieve subsidies bij afzonderlijk besluit toekennen.

 

Financiële gevolgen

De nominatieve subsidies opgenomen in artikel 1 van dit besluit zijn voorzien in het exploitatiebudget en het investeringsbudget van het aangepast meerjarenplan 2020-2025 en het nieuw meerjarenplan 2026-2031.

De financieel directeur verleende het visum nr. V 2025 250 op 26 november 2025.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De volgende nominatieve werkings- en investeringssubsidies worden toegekend voor de dienstjaren 2025 en 2026:

Werkingssubsidies

Beleidsitem

Begunstigde

2025

2026

0160-99

Ontwikkelingssamen- werking - Overig

GROS

1.240,00

1.240,00

0210-00

Openbaar vervoer

Bussenplan De Lijn

5.500,00

5.610,00

0300-00

Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval

Limburg.net

1.591.100,03

1.767.287,72

0340-00

Aankoop, inrichting en beheer van natuur, groen en bos

Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploeg

47.000,00

 

0400-00

Politiediensten

Politiezone Heusden-Zolder

3.530.000,00

4.670.000,00

0410-01

Hoofdpost

Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

1.626.554,65

1.675.029,63

0470-00

Dierenbescherming

Dierenasiel

14.050,00

14.280,00

0500-99

Handel en middenstand - Overig

Middenstandsraad

6.200,00

6.200,00

0500-99

Handel en middenstand - Overig

Handelskernen

72.500,00

24.074,00

0520-00

Toerisme - Onthaal en promotie

Toerisme Limburg

11.000,00

9.760,00

0520-00

Toerisme - Onthaal en promotie

Regionaal Landschap Lage Kempen

(De Wijers)

 

30.000,00

0550-00

Werkgelegenheid

Ligo

107.260,00

50.000,00

0629-00

Overig woonbeleid

Woonfocus Stebo

103.619,32

122.051,03

0680-00

Groene ruimte

Regionaal Landschap Lage Kempen

56.542,00

51.553,00

0710-00

Feesten en plechtigheden

Oud-strijdersverenigin- gen

500,00

500,00

0710-00

Feesten en plechtigheden

Verbroederingscomité

1.240,00

1.240,00

0710-00

Feesten en plechtigheden

De Slamridders

4.000,00

1.871,00

0729-00

Overig beleid inzake het erfgoed

Onroerend Erfgoed RLLK en Monumentenwacht

10.828,37

17.228,00

0739-02

Cultuurdienst

Cultuurraad

1.240,00

1.240,00

0739-03

Cultuurbeleid

Harmonies Heusden-Zolder

7.200,00

7.200,00

0739-03

Cultuurbeleid

Projectvereniging ECRU

34.500,00

35.334,00

0740-02

Sportdienst

Lidmaatschapsbijdrage ISB

575,00

587,00

0740-03

Sportbeleid

Sportraad

2.480,00

2.480,00

0740-03

Sportbeleid

Terlamen vzw

6.200,00

6.200,00

0740-03

Sportbeleid

Zwemclub Zolderse Dolfijnen

7.500,00

7.500,00

0740-03

Sportbeleid

Golazo (Mijnentocht)

7.500,00

8.500,00

0740-03

Sportbeleid

Golazo (Nacht van de Atletiek)

 

5.000,00

0740-03

Sportbeleid

AVT (Nacht van de Atletiek)

25.000,00

25.000,00

0740-03

Sportbeleid

Schoolzwemmen lagere scholen

25.000,00

25.000,00

0740-03

Sportbeleid

Terlamen vzw

(BK Tijdrijden)

5.000,00

 

0740-03

Sportbeleid

Golazo (Superprestige)

12.500,00

12.500,00

0750-99

Overige jeugd

Jeugdraad

10.460,00

1.240,00

0750-99

Overige jeugd

CAW Limburg

29.200,00

34.000,00

0750-99

Overige jeugd

Arktos

193.009,00

210.440,00

0790-00

Erediensten

Kerkfabrieken Heusden-Zolder

338.611,74

363.172,78

0800-01

Leerplaneet

Lidmaatschapsbijdrage OVSG

2650,00

2.550,00

0820-01

GABK

Lidmaatschapsbijdrage OVSG

2.000,00

2.040,00

0820-02

AMWD (intergemeentelijke)

Academie Muziek, Woord en Dans

20.000,00

20.400,00

0830-00

CVO

Lidmaatschapsbijdrage OVSG

7.232,07

3.804,00

0909-99

Andere sociale bijdragen - Overig

Rode Kruis

7.500,00

7.850,00

0909-99

Andere sociale bijdragen - Overig

Sint-Vincentius

10.000,00

10.000,00

0911-00

Diensten en voorzieningen voor personen met een handicap

Variant

1.240,00

 

0911-00

Diensten en voorzieningen voor personen met een handicap

Stijn

5.750,00

 

0919-00

Overige activiteiten inzake ziekte en invaliditeit

Raad voor Toegankelijk en Aanpasbaar Bouwen

1.240,00

1.240,00

0944-99

Kinderopvang

Lokaal Overleg Kinderopvang

1.240,00

1.240,00

0944-99

Opvoedingsondersteu- ning - Overig

Art 27 (Berenhuis)

25.000,00

27.500,00

0944-99

Opvoedingsondersteu-

ning - Overig

Kind en Taal

58.497,00

57.667,00

0945-00

Kinderopvang

BKO

 

792.475,00

0945-00

Kinderopvang

Droomboom

10.000,00

10.000,00

0959-00

Overige verrichtingen betreffende ouderen

Seniorenraad

1.240,00

1.240,00

 

Investeringssubsidies

Beleidsitem

Begunstigde

2025

2026

0400-00

Politiediensten

Politiezone Heusden-Zolder

329.050,00

228.900,00

0470-00

Dierenbescherming

Cofinanciering Dierenasiel Genk

171.274,00

 

0740-01

Sportinfrastructuur

K. Schuttersgilde Sint-Barbara - poort

5.619,50

 

0740-01

Sportinfrastructuur

KTC Bolderberg - terreinverlichting

13.862,30

 

0740-01

Sportinfrastructuur

KTPC Heusden - terreinverlichting

12.154,45

 

0740-01

Sportinfrastructuur

SK Heusden06 - douches

7.673,67

 

0740-01

Sportinfrastructuur

Speedwayclub Helzold - refereebox

11.412,72

 

0740-01

Sportinfrastructuur

AVT HZ - ontijzerings- installatie beregening

3.875,00

 

0740-01

Sportinfrastructuur

Speedwayclub Helzold - elektriciteit

6.372,16

 

0740-01

Sportinfrastructuur

BMX Circuit Zolder

 

222.261,00

0740-00

Sportinfrastructuur

KFC Anadol - nieuwbouw

 

232.902,00

0740-00

Sportinfrastructuur

KFC Bolderberg - nieuwbouw

 

450.982,00

0740-01

Sportinfrastructuur

TC Berkenbos – padel en berging

 

63.393,00

0740-01

Sportinfrastructuur

Rugbyclub – aanleg rugbyveld

 

47.818,00

0740-01

Sportinfrastructuur

Heusden06 – beregening veld

 

11.831,00

0740-01

Sportinfrastructuur

TC Heusden – padelhal

 

275.338,00

0750-01

Jeugdinfrastructuur

Jogem Zolder

 

58.842,00

0790-00

Erediensten

Kerkfabrieken Heusden-Zolder

212.774,03

 50.000,00

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.22.

Financiën - opcentiemen ongeschikte en onbewoonbare woningen - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         Vlaamse Codex Wonen van 2021, en latere wijzigingen

         decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, meer bepaald artikels 2.5.1.0.1 tot en met 2.5.7.0.3 en artikel 3.1.0.0.4., §2;

         ondermeer artikel 464/1, 2° Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992

         besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van de leegstand en de verkrotting van gebouwen en/of woningen, zoals gewijzigd;

         besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen, zoals gewijzigd

         besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 “ reglement gemeentelijke opcentiemen op de voor het Vlaams Gewest geheven heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen - goedkeuring“

 

Feiten en context

Omdat het huidige reglement vervalt op 31 december 2025, dient bij het begin van het nieuwe meerjarenplan het reglement terug ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de gemeenteraad. Dit reglement zal ingaan vanaf 1 januari 2026.

 

Argumentatie

Het voorkomen van ongeschikte en onbewoonbare gebouwen en woningen moet op het grondgebied van de gemeente bestreden worden. De gemeente kan opcentiemen heffen op de gewestelijke belasting ongeschikte en onbewoonbare woningen. Het heffen van opcentiemen op de gewestelijke belasting levert als voordeel op dat de aspecten van invordering en bezwaren door het Vlaams Gewest gebeurt. Tenslotte rechtvaardigt een gezond financieel beleid dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang vanaf 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente Heusden-Zolder, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen.

Artikel 3:

De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen, zoals bepaald in artikel 3.1.0.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Artikel 4:

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomst artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.23.

Financiën - opcentiemen leegstaand/verwaarloosd bedrijfsruimte - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals gewijzigd

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit

         decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals gewijzigd, meer bepaald artikels 2.6.1.0.1. tot en met 2.6.7.7.1. en artikel 3.1.0.0.4., §2;

         ondermeer het artikel 464/1, 2°, Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992

         besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van e Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 “ reglement opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten – goedkeuring “.

 

Feiten en context

Omdat het huidige reglement vervalt op 31 december 2025, dient bij het begin van een nieuw meerjarenplan het reglement terug ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de gemeenteraad.

 

Argumentatie

De leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. De gemeente kan opcentiemen heffen op de gewestelijke belasting op heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.  Het heffen van opcentiemen op de gewestelijke belasting levert als voordeel op dat de aspecten van invordering en bezwaren door het Vlaams Gewest gebeurt.

Een gezond financieel beleid rechtvaardigt dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nageleefd.

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van de opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente Heusden-Zolder, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.

Artikel 3:

De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen, zoals bepaald in artikel 3.1.0.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Artikel 4:

Van dit reglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Het reglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.24.

Financiën - opcentiemen onroerende voorheffing - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         artikelen 41,162 en 170, §4 van de Grondwet

         decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen

         decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, in het bijzonder artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4

         decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335, en latere wijzigingen

         Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, ondermeer artikel 464, 1°

         besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

         Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit

         decreet van 15 mei 2018 betreffende artikel 41 van het decreet lokaal bestuur

         besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 "opcentiemen op de onroerende voorheffing"

 

Feiten en context

Het voorstel is om het nieuwe belastingreglement opcentiemen op de onroerende voorheffing vast te stellen met ingang vanaf 1 januari 2026. Dit nieuwe belastingreglement bevat een differentiatie van de opcentiemen op onroerende voorheffing.

 

Argumentatie

De gemeente Heusden-Zolder heeft een reglement voor vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing. Dit reglement loopt t.e.m. 31/12/2025. Vanaf aanslagjaar 2026 is het wenselijk om dit reglement te hernieuwen, gezien de hervorming van de gemeentelijke belastingen. Tot op heden bedragen de opcentiemen voor alle partijen 935,00 opcentiemen. Gezien de verouderde werking van de belasting op drijfkracht der motoren en de hoge administratieve lasten van zowel de belasting op drijfkracht der motoren als de belasting op commerciële vestigingen Heusden-cité, is het aangewezen om deze in te kantelen in de onroerende voorheffing gegeven de gemeente Heusden-Zolder streeft naar een eerlijke en evenwichtige verdeling van de gemeentelijke fiscaliteit op basis van draagkracht.   Daarom past de gemeente een differentiatie van de opcentiemen toe, waardoor de bijdragen proportioneel worden gespreid en beter aansluiten bij de financiële mogelijkheden van verschillende belastingplichtigen. Deze aanpak versterkt het financiële welzijn van de gemeente, maakt de inkomstenstroom voorspelbaar en stabiel, en blijft tegelijk administratief eenvoudig uitvoerbaar. Zo kan Heusden-Zolder op een transparante manier haar dienstverlening en investeringen op lange termijn plannen en realiseren. De gemeente houdt hierbij rekening met haar financiële toestand en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Het getrapt systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het belastbaar niet-geïndexeerd KI. Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. Het is niet onredelijk om te stellen dat die vraag in de regel ook evenredig toeneemt met het KI, aangezien dit een indicatie van het economisch nut is van het goed.

 

Overwegende dat een getrapt schijvensysteem naar omvang van het belastbaar niet geïndexeerd KI toelaat dat eigendommen met beperkte waarde of rendement een lager tarief genieten, terwijl eigendommen met een aanzienlijk hogere waarde proportioneel meer bijdragen. Dit sluit aan bij het algemeen rechtsbeginsel dat fiscale lasten evenredig mogen worden verdeeld in functie van objectieve indicatoren van draagkracht, binnen de grenzen van de gemeentelijke fiscale autonomie.

 

Overwegende dat de basiscategorie ongewijzigd blijft op het niveau van de opcentiemen dat voordien uniform werd geheven, zodat de maatregel niet uitsluitend gericht is op inkomstenverhoging maar vooral op een billijke verdeling van de lasten naar draagkracht.

 

Overwegende dat de differentiatie aansluit bij het gelijkheidsbeginsel en proportioneel is doordat de opcentiemen geleidelijk toenemen in functie van de hoogte van het KI. Bij de bepaling van de schijven is uitdrukkelijk rekening gehouden met de feitelijke spreiding van de kadastrale inkomens die aan de percelen op het grondgebied van de gemeente Heusden-Zolder zijn toegekend, welke een zeer brede marge vertonen. De gematigde groei van de tarieven in de hoogste schijven waarborgt het proportionaliteitsbeginsel, terwijl dit tegelijk ook het draagkrachtbeginsel respecteert. De tariefdifferentiatie waarborgt een billijke lastenverdeling zonder overmatige belastingdruk te creëren.

In het voorstel wordt het algehele basistarief voor de opcentiemen in Heusden-Zolder stabiel gehouden op 935,00 opcentiemen. De basis categorie (percelen met een belastbaar niet geïndexeerd KI kleiner dan of gelijk aan €2.500,00) onroerende goederen voor 2026-2031 blijft dus gelijk op 935,00 opcentiemen. 

 

In de volgende categorieën worden de opcentiemen verhoogd naar respectievelijk 1206,15, 1252,90 en 1280,95

         Categorie 1: percelen met een belastbaar niet-geïndexeerd kadastraal inkomen  groter dan €2.500,00 en kleiner dan €5.000,00

         Categorie 2: percelen met een belastbaar niet-geïndexeerd kadastraal inkomen  groter dan of gelijk aan €5.000,00 en kleiner dan €12.000,00

         Categorie 3: percelen met een belastbaar niet-geïndexeerd kadastraal inkomen groter dan of gelijk aan €12.000,00 en kleiner dan €30.000,00

 

Ten slotte, voor de grootste percelen (Categorie 4) met een belastbaar niet-geïndexeerd kadastraal inkomen groter en gelijk aan €30.000,00 worden de opcentiemen verhoogd tot 1317,68.

 

De differentiatie wordt mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en het sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.

 

De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten;

 

Categorie

Waarde aanslagvoet

Toelichting

BASIS

935

Basis opcentiemen: belastbaar niet-geïndexeerd KI kleiner dan of gelijk aan

€2.500,00

CATEGORIE 1

1206,15

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan €2.500,00 en kleiner dan €5.000,00

CATEGORIE 2

1252,90

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan €5.000,00 en kleiner dan €12.000,00

CATEGORIE 3

1280,95

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 3: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan €12.000,00 kleiner dan €30.000,00

CATEGORIE 4

1317,68

Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 4: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan €30.000,00

 

Aangezien de inning van deze belasting verloopt via Vlabel, werd voorafgaandelijk advies aangevraagd omtrent de technische uitvoerbaarheid. Op 30/10/2025 hebben wij het positief advies ontvangen dat als bijlage bij dit punt wordt gevoegd. Daarnaast ontvingen we goedkeuring van minister Hilde Crevits op 21 november 2025 dat eveneens wordt toegevoegd als bijlage.

 

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

 

Adviezen

Gunstig advies van Vlabel - toegevoegd in bijlage

Goedkeuring minister Hilde Crevits - toegevoegd in bijlage

 

Financiële gevolgen

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement over de vaststelling van opcentiemen op de onroerende voorheffing met ingang van 1 januari 2026 goed.

Artikel 2:

Er wordt met ingang vanaf 1 januari 2026 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:

 

Categorie

Waarde aanslagvoet

Toelichting

BASIS

935,00

Basis opcentiemen: belastbaar niet-geïndexeerd KI kleiner dan of gelijk aan

€2.500,00

CATEGORIE 1

1206,15

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan €2.500,00 en kleiner dan €5.000,00

CATEGORIE 2

1252,90

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan €5.000,00 en kleiner dan €12.000,00

CATEGORIE 3

1280,95

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 3: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan €12.000,00 en kleiner dan €30.000,00

CATEGORIE 4

1317,68

Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 4: belastbaar niet-geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan €30.000,00

 

Artikel 3:

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst, zoals bepaald in artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Artikel 4:

Het reglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Dit reglement wordt door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur, op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.25.

Welzijn - wijziging GAS-reglement

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

         Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikelen 119, 119bis en 135, §2

         Wet van 24 juni 2013 betreffende gemeentelijke administratieve sancties en latere

         wijzigingen

         Wet van 19 juli 2013 betreffende de wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade en latere wijzigingen

         Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van het protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen

         Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en

         onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de

         administratieve geldboete en tot inning van boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

         Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden

         inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en

         personeelsleden die bevoegd zijn tot de vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie en latere wijzigingen

         Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden betreffende het register van de gemeentelijke administratieve sancties ingevoerd bij artikelen 44 van e wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen

         Koninklijk Besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen

         Omzendbrief COL1/2006 van 30 januari 2014 betreffende het College van Procureursgeneraal bij de Hoven van Beroep betreffende gemeentelijke administratieve sancties

         Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen

         Koninklijk Besluit van 19 juli 2018 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen

         Koninklijk Besluit van 5 december 2022 tot toekenning van een subsidie aan bepaalde steden en gemeenten voor de uitvoering van de GAS-bemiddeling

         Ministerieel Besluit van 5 september 2014 tot bepaling van het model van de identificatiekaart van ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van gemeentelijke administratieve sancties

         Omzendbrief van 22 juli 2014 waarbij uitleg verschaft wordt bij de nieuwe regelgeving aangaande de gemeentelijke administratieve sancties

         GAS-reglement gemeenteraad van 30 januari 2025

 

Feiten en context

Sinds 1 januari 2020 is het GAS-reglement van toepassing op het grondgebied van Heusden-Zolder. Hiervoor is er een samenwerking met:

         de provinciaal sanctionerend ambtenaar;

         de GAS-bemiddelaar vanuit POD Maatschappelijke Integratie;

         het Parket Limburg voor de protocolakkoorden.

 

Doordat de maatschappij voortdurend veranderd, is het wenselijk om een beperkt aantal elementen toe te voegen / te wijzigen aan het GAS-reglement.

 

Argumentatie

De wijzigingen van het GAS-reglement worden doorgevoerd teneinde het bekomen van meer duidelijkheid voor de burger en een sterkere juridische afdekking. In concreto vloeit de noodzaak om het GAS-reglement te wijzigen voort uit vaststellingen vanuit de praktijk / meldingen van burgers, politie en gemeenschapswachten. Daarom is het noodzakelijk om het GAS-reglement te wijzigen zodat de toepassing ervan overeenstemt met de steeds veranderende samenleving.

Onderstaande toevoegingen en wijzigingen worden aan het GAS-reglement doorgevoerd:

 

  1. LUIK 1: ALGEMENE BEPALINGEN EN TOEPASSINGSGEBIED

      Art. 1.1.: "1 februari 2025" wordt "1 januari 2026".

 

  1. LUIK 8: AFVALSTOFFEN & GEURHINDER

      Wenselijke wijzigingen van Limburg.net

      Invoeging art. 8.9.: Bij roken van tabaksproducten in de openbare ruimte is het verplicht de peuken en assen die daarbij ontstaan, op te vangen in een zakasbakje (een draagbare asbak voor de opvang van peuken en assen van tabaksproducten) of in een daartoe voorzien recipiënt. Het zakaszakje dient op verzoek van de toezichthouder getoond te worden.

      Invoeging bij art. 8.11.: het is tevens verboden autokaartjes achter te laten op geparkeerde voertuigen.

      Invoeging bij art. 8.37.: §6. Wanneer een overtreding van een bepaling is begaan met een motorvoertuig wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat mag met alle middelen aantonen wie op het ogenblik van de feiten met het voertuig reed. Zo de door de houder van de kentekenplaat aangeduide persoon de inbreuk niet weerlegt of ontkent, wordt de administratieve geldboete hem ten laste gelegd.

 

  1. LUIK 9: INNAME OPENBAAR DOMEIN

      Art. 9.1.: "Alle zaken of goederen die op het openbaar domein van de gemeente Heusden-Zolder geplaatst worden zonder vergunning of machtiging, dienen steeds op eerste verzoek van de politie of de bevoegde ambtenaar verwijderd te worden. Indien de eigenaar hiertoe binnen de gestelde termijn niet overgaat, kan de politie of de bevoegde ambtenaar de goederen op kosten en voor risico van de overtreder verwijderen zonder dat de overtreder aanspraak kan maken op enige schadevergoeding hieromtrent." toegevoegd zodat de gemeente de niet vergunde inname openbaar domein kan verwijderen op kosten en risico van de eigenaar.

 

  1. LUIK 10 (HORECA) EN LUIK 11 (NACHTWINKELS, SHISHA-BARS, HANDCARWASHES & KRANTENWINKELS) VERWIJDERD UIT HET GAS-REGLEMENT

      Worden opgenomen in aparte politieverordeningen.

      Luik 12 wordt luik 10, luik 13 wordt luik 11, luik 14 wordt luik 12, luik 15 wordt luik 13, luik 16 wordt luik 14 en luik 17 wordt luik 15.

 

  1. LUIK 12 WORDT LUIK 10: EVENEMENTEN & ACTIVITEITEN OP HET OPENBAAR DOMEIN, OPENBARE VEILIGHEID EN DE VLOTTE DOORGANG

     Zin geschrapt uit art. 10.2. op vraag van team ruimtelijk beheer & woonbeleid: In geval van wijziging van nummer moet het oude nummer met een zwarte streep te worden doorstreept en mag het maximaal twee jaar behouden blijven vanaf de betekening door het lokaal bestuur.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad besluit het GAS-reglement, goedgekeurd op de gemeenteraad van 30 januari 2025, op te heffen met ingang vanaf 1 januari 2026.

Artikel 2:

De gemeenteraad besluit het geactualiseerde GAS-reglement, zoals bijgevoegd, goed te keuren met inwerkingtreding vanaf 1 januari 2026.

 

Bijlagen

1. GAS-reglement Heusden-Zolder inwerkingtreding 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Punt bijlagen/links GAS-reglement_invoegetreding_1_januari_2026.pdf Download
Overzicht punten

OZ.26.

Welzijn - aanstellen OVAM-vaststellers

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41;

         Wet van 21 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, artikel 21, §1, 2°;

         GAS-reglement gemeenteraad van 18 december 2025

 

Feiten en context

OVAM ondersteunt lokale besturen in de aanpak omtrent zwerfvuil. Men voorziet handhavers die personen die zwerfvuil achterlaten repressief benaderen via GAS.

 

Gemeente Heusden-Zolder kampt met een zwerfvuilproblematiek op een aantal sites. Zwerfvuil heeft een negatieve impact op het milieu. Het is voor de gemeente een dure zaak om het zwerfvuil op te ruimen. Bijkomend wordt het mooie karakter van de gemeente hierdoor ontsiert. Sterker optreden via de OVAM-handhavers is dan ook erg wenselijk. Er is een behoefte om deze gewestelijke personeelsleden aan te stellen als vaststeller van gemeentelijke administratieve sancties, zodat zij overtredingen van gemeentelijke regels binnen hun specifieke bevoegdheid kunnen sanctioneren. Deze vaststellers mogen enkel handelen binnen hun vastgestelde bevoegdheden.

 

Uit de voorbereidende gesprekken blijkt dat het wenselijk is om de handhavers hoofdzakelijk in te zetten op volgende sites:

         Overlastgevoelige sites zoals parkings;

         Openbare pleinen, bijvoorbeeld het Heldenplein;

         Speelpleintjes;

         Koolmijnlaan/Winkelcentrum Cité;

         Schoolroutes;

         .....

 

Eigenschappen van het project:

         De OVAM-vaststellers treden, eens ingezet, meteen repressief op. Het sensibiliseren dient door het lokaal bestuur te gebeuren;

         De OVAM-vaststellers treden steeds in duo op, in burger, voorzien van de wettelijke vereisten (armband met daarop 'vaststeller');

         De klemtoon ligt op handhaving op inbreuken m.b.t. zwerfvuil, niet op sluikstorten of andere overtredingen binnen het GAS-reglement.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de aanstelling van OVAM als gewestelijke vaststeller goed, waarbij de personeelsleden, aangeduid door de leidende ambtenaar van deze entiteit, een vaststellingsbevoegdheid krijgen voor de gemeentelijke administratieve sancties van de gemeente Heusden-Zolder voor de vaststelling van overtredingen op het GAS-reglement van 18 december 2025 met inwerkingtreding op 1 januari 2026, artikel 7.1. t.e.m. 7.5., 8.8. en 8.9.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.27.

Welzijn - politieverordening - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

         Verordening (EG) Nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, art. 2

         Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 119, 119bis en 135, §2

         Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening: art. 16, §2, a) en 18, §1

         Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

 

Feiten en context

In Heusden-Zolder zijn nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren onderworpen aan de verplichting tot het bekomen van een uitbatingsvergunning ingevolge luik 11 van het GAS-reglement.

 

Door de nakende fusie tussen de politiezone Heusden-Zolder en politiezone Beringen-Ham-Tessenderlo geniet het de aanbeveling om de uitbatingsvergunning betreffende nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren te onttrekken van het GAS-reglement. De lokale besturen van Beringen en Tessenderlo-Ham beschikken namelijk niet over bovengenoemde uitbatingsvergunning.

 

De wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening zorgt ervoor dat gemeenten en steden ervoor kunnen opteren om nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren te onderwerpen aan een vestigingsvergunning. De vestigingsvergunning kan slechts geweigerd worden omwille van ruimtelijke ligging, handhaving van openbare orde of stedenbouwkundige conformiteit. Een vestigingsvergunning wordt toegekend door het college van burgemeester en schepenen.

 

In 2024 werden alle nachtwinkels in Heusden-Zolder onderworpen aan een flexactie. Tijdens de flexactie werden in drie van de vijf nachtwinkels meerdere inbreuken op diverse wetgevingen vastgesteld. In totaal werden er grote hoeveelheden van illegale goederen aangetroffen en in beslag genomen, zijnde: nicotine pouches, wegwerp e-sigaretten, illegale Chinese medicijnen en lachgascapsules. Nachtwinkels mogen enkel algemene voedingsmiddelen en huishoudelijke producten verkopen.

 

Gelet op de grote hoeveelheid van illegale goederen rijst de vraag hoe de nachtwinkels in staat zijn om op een boekhoudkundig correcte wijze de illegale goederen aan te kopen en onder te brengen in de boekhouding. Het onderbrengen van zwart geld in het legale circuit wordt witwassen genoemd. Door de toepassing van witwastechnieken worden de nachtwinkels in staat gesteld om een oneerlijke concurrentie te vormen ten opzichte van de nachtwinkels die in overeenstemming zijn met de verschillende wetgevingen. Zij kunnen namelijk onder andere lagere prijzen aanbieden waarbij het verschil in prijs gedekt wordt door de inkomsten voortvloeiende uit de verkoop van illegale producten.

 

Steden en gemeenten beschikken over de mogelijkheid om een moraliteitsonderzoek in te voegen in haar vergunningbeleid op basis van artikel 135, §2 nieuwe gemeentewet. Het moraliteitsonderzoek bestaat onder andere uit een financieel onderzoek. Door het financieel onderzoek in de uitbatingsvergunning voor de nachtwinkels op te nemen zal de uitbater van een nachtwinkel zeer specifieke financiële documenten moeten aanleveren. De documenten zijn onder andere: de interne jaarrekening, overzicht van alle oprichtingskosten en investeringen, evenals alle financieringsbronnen die hiervoor worden aangewend en stavingsstukken voor de financieringsbronnen. Hierdoor zal het lokaal bestuur van Heusden-Zolder in staat worden gesteld om de malafide uitbater van een nachtwinkel te onderscheiden van de bonafide uitbater.

 

Adviezen

  1. Juriste - Gunstig
  2. Politiezone Heusden-Zolder - Gunstig

 

Argumentatie

Het GAS-reglement is primair bedoeld voor de sanctionering van inbreuken via gemeentelijke administratieve sancties en niet voor het regelen van de voorwaarden en procedures voor het verkrijgen van de uitbatingsvergunning. Door te voorzien in een aparte politieverordening betreffende nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren wordt de uniformiteit binnen de nieuwe politiezone bevorderd, wat de handhaving en rechtszekerheid ten goede komt.

 

Vestigingsvergunningsplicht  

Voortvloeiende uit art. 16, §2, a) en 18, §1 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening kunnen nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren onderworpen worden aan een vestigingsvergunning.

 

Overwegende dat de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening de materie van de vestigingsvergunning op een alomvattende, duidelijke en gedetailleerde wijze regelt, met het oog op de bescherming van de openbare orde, waardoor een ingreep ter zake op grond van artikel 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet, uitgesloten is.

 

De burgemeester kan conform artikel 18, § 3 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening de sluiting bevelen van de nachtwinkels en de krantenwinkels met ruimere openingsuren die worden uitgebaat in strijd met de toepasselijke bepalingen uit de Politieverordening of de beslissing van het college van burgemeester en schepenen betreffende het al dan niet verlenen van een vestigingsvergunning.

 

Uitbatingsvergunningsplicht

De gemeenteraad is op basis van artikel 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet bevoegd om politieverordeningen uit te vaardigen ter handhaving van de openbare orde, veiligheid, rust en gezondheid.

 

Met het invoeren van de uitbatingsvergunning voor nachtwinkels beoogt de gemeente de ondermijnende criminaliteit aan te pakken, daar waar de verplichte vestigingsvergunning de hinder voor de omwonenden beoogt te vermijden.

 

Inbreuken op de bepalingen van de politieverordeningen kunnen overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet  gesanctioneerd worden overeenkomstig bepalingen van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. De sancties voortvloeiende uit de voornoemde wetgeving zijn:

  1. een administratieve geldboete die het bedrag van het wettelijk maximum niet mag overschrijden;
  2. een administratieve schorsing of intrekking van de door het lokaal bestuur van Heusden-Zolder afgeleverde vergunning;
  3. een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting.

 

De burgemeester is ingevolge artikel 133 van de Nieuwe Gemeentewet belast met de uitvoering van de politiewetten, de politiedecreten, de politieordonnanties, de politieverordeningen en de politiebesluiten.

 

Gemeenten hebben ingevolge artikel 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare overlast.

 

Het moraliteitsonderzoek in de uitbatingsvergunning voor nachtwinkels houdt verband met de openbare orde. De flexactie in 2024 en de daaropvolgende controleactie resulteerde in:

         vondst van grote hoeveelheden illegale producten in de meerderheid van de nachtwinkels;

         tijdelijke sluiting van drie (3) nachtwinkels voor een periode van één (1) maand.

Bovenstaande resultaten tonen aan dat de meerderheid van de nachtwinkels in Heusden-Zolder illegale producten verkoopt waardoor zij de materiële openbare orde schenden en er dus door de aanwezigheid van nachtwinkels een risico op bedreiging van de openbare orde bestaat.

 

Op basis van de bovengenoemde wetgeving en argumentering worden de bepalingen omtrent nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren opgenomen in politieverordening. Ingevolge de politieverordening worden:

         Krantenwinkels met ruimere openingsuren onderworpen aan een vestigingsvergunning

         Nachtwinkels onderworpen aan een vestigings- en uitbatingsvergunning.

 

Gelet op het rechtszekerheidsbeginsel worden beide vergunningen in dezelfde politieverordening geregeld.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad besluit om de politieverordening betreffende nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren goed te keuren.

Artikel 2:

De gemeenteraad besluit om de politieverordening betreffende nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren in werking te laten treden op 1 januari 2026. De bepalingen betreffende nachtwinkels, shishabars, CBD-winkels en handcarwashes die zich bevinden onder luik 11 “Nachtwinkels, shishabars, CBD-winkels, handcarwashes & krantenwinkels”, zijnde de artikelen 11.1. t.e.m. 11.36., in het GAS-reglement van Heusden-Zolder zullen vanaf diezelfde datum worden opgeheven.

Artikel 3:

De politieverordening betreffende nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren zal bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 285 tot en met 287 van het decreet over het lokaal bestuur.

Artikel 4:

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet zal een eensluidend afschrift van deze politieverordening worden overgemaakt aan de gouverneur voor kennisgeving aan de bestendige deputatie en conform artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.

 

Bijlagen

Bijlage 1: politieverordening betreffende nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren

Bijlage 2: advies politiezone Heusden-Zolder

Bijlage 3: advies juriste

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Punt bijlagen/links Politieverordening_betreffende_nachtwinkels_en_krantenwinkels_met_ruimere_openingsuren.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.28.

Welzijn - politieverordening - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

         Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 119, 119bis en 135, §2

         Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

 

Feiten en context

In Heusden-Zolder zijn shishabars, CBD-winkels en handcarwashes onderworpen aan de verplichting tot het bekomen van een uitbatingsvergunning ingevolge luik 11 van het GAS-reglement.

 

Door de nakende fusie tussen de politiezone Heusden-Zolder en politiezone Beringen-Ham-Tessenderlo geniet het de aanbeveling om de uitbatingsvergunning betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes te onttrekken van het GAS-reglement. De lokale besturen van Beringen en Tessenderlo-Ham beschikken namelijk niet over bovengenoemde uitbatingsvergunning. 

 

Adviezen

         Juriste - Gunstig

         Politiezone Heusden-Zolder - Gunstig

 

Argumentatie

Het GAS-reglement is primair bedoeld voor de sanctionering van inbreuken via gemeentelijke administratieve sancties en niet voor het regelen van de voorwaarden en procedures voor het verkrijgen van de uitbatingsvergunning. Door te voorzien in een aparte politieverordening betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes wordt de uniformiteit binnen de nieuwe politiezone bevorderd, wat de handhaving en rechtszekerheid ten goede komt.

 

De gemeenteraad is bevoegd om politieverordeningen uit te vaardigen ter handhaving van de openbare orde, veiligheid, rust en gezondheid. Inbreuken op de bepalingen van de politieverordeningen kunnen overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet  gesanctioneerd worden overeenkomstig bepalingen van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. De sancties voortvloeiende uit de voornoemde wetgeving zijn:

         een administratieve geldboete die het bedrag van het wettelijk maximum niet mag overschrijden;

         een administratieve schorsing of intrekking van de door het lokaal bestuur van Heusden-Zolder afgeleverde vergunning;

         een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting.

 

De burgemeester is ingevolge artikel 133 van de Nieuwe Gemeentewet belast met de uitvoering van de politiewetten, de politiedecreten, de politieordonnanties, de politieverordeningen en de politiebesluiten.

 

Ingevolge artikel 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet hebben gemeenten ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen.

 

In vergelijking met luik 11 van het GAS-reglement worden er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd aan de bepalingen omtrent de uitbatingsvergunning betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes.

 

Op basis van de bovengenoemde wetgeving en argumentering worden de bepalingen omtrent shishabars, CBD-winkels en handcarwashes opgenomen in de politieverordening betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad besluit om de politieverordening betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes goed te keuren.

Artikel 2:

De gemeenteraad besluit om de politieverordening betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes in werking te laten treden op 1 januari 2026. De bepalingen betreffende nachtwinkels, shishabars, CBD-winkels en handcarwashes die zich bevinden onder luik 11 “Nachtwinkels, shishabars, CBD-winkels, handcarwashes & krantenwinkels”, zijnde de artikelen 11.1 t.e.m. 11.36, in het GAS-reglement van Heusden-Zolder vanaf diezelfde datum zullen worden opgeheven.

Artikel 3:

De politieverordening betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes zal bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 285 tot en met 287 van het decreet over het lokaal bestuur.

Artikel 4:

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet zal een eensluidend afschrift van deze politieverordening worden overgemaakt aan de gouverneur voor kennisgeving aan de bestendige deputatie en conform artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.

 

Bijlagen

Bijlage 1: politieverordening betreffende shishabars, CBD-winkels en handcarwashes

Bijlage 2: advies politiezone Heusden-Zolder

Bijlage 3: advies juriste

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Punt bijlagen/links Politieverordening_betreffende_shishabars_-_CBD-winkels_en_handcarwashes.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

OZ.29.

Welzijn - politieverordening - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

         Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 119, 119bis en 135, §2

         Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

 

Feiten en context

In Heusden-Zolder zijn horecazaken onderworpen aan de verplichting tot het bekomen van een horecavergunning ingevolge luik 10 van het GAS-reglement.

 

Door de nakende fusie tussen de politiezone Heusden-Zolder en politiezone Beringen-Ham-Tessenderlo geniet het de aanbeveling om de horecavergunning te onttrekken van het GAS-reglement. De lokale besturen van Beringen en Tessenderlo-Ham beschikken namelijk niet over bovengenoemde horecavergunning.

 

Adviezen

         Team Welzijn | Economie: gunstig

         Team Ruimtelijk Beheer & Woonbeleid: gunstig

         Team Leefomgeving | Wegenis & Riolering: gunstig

         Politiezone Heusden-Zolder: gunstig

         Juriste: gunstig

 

Argumentatie

Het GAS-reglement is primair bedoeld voor de sanctionering van inbreuken via gemeentelijke administratieve sancties en niet voor het regelen van de voorwaarden en procedures voor het verkrijgen van de uitbatingsvergunning. Door te voorzien in een aparte politieverordening betreffende nachtwinkels en krantenwinkels met ruimere openingsuren wordt de uniformiteit binnen de nieuwe politiezone bevorderd, wat de handhaving en rechtszekerheid ten goede komt.

 

De gemeenteraad is bevoegd om politieverordeningen uit te vaardigen ter handhaving van de openbare orde, veiligheid, rust en gezondheid. Inbreuken op de bepalingen van de politieverordeningen kunnen overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet  gesanctioneerd worden overeenkomstig bepalingen van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. De sancties voortvloeiende uit de voornoemde wetgeving zijn:

  1. een administratieve geldboete die het bedrag van het wettelijk maximum niet mag overschrijden;
  2. een administratieve schorsing of intrekking van de door het lokaal bestuur van Heusden-Zolder afgeleverde vergunning;
  3. een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting.

 

In vergelijking met luik 10 van het GAS-reglement worden er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd aan de bepalingen omtrent de horecavergunning.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad besluit om de politieverordening betreffende horeca goed te keuren.

Artikel 2:

De gemeenteraad besluit om de politieverordening betreffende horeca in werking te laten treden op 1 januari 2026. De bepalingen betreffende horeca die zich bevinden onder luik 10 "Horeca", zijnde de artikelen 10.1. t.e.m. 10.10., in het GAS-reglement van Heusden-Zolder zullen vanaf diezelfde datum worden opgeheven.

Artikel 3:

De politieverordening betreffende horeca zal bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 285 tot en met 287 van het decreet over het lokaal bestuur.

Artikel 4:

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet zal een eensluidend afschrift van deze politieverordening worden overgemaakt aan de gouverneur voor kennisgeving aan de bestendige deputatie en conform artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.

 

Bijlagen

Bijlage 1: politieverordening betreffende horeca

Bijlage 2: advies team Ruimtelijk Beheer & Woonbeleid

Bijlage 3: advies team Leefomgeving | Wegenis & Riolering

Bijlage 4: advies politiezone Heusden-Zolder

Bijlage 5: advies juriste

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Punt bijlagen/links Politieverordening_betreffende_horeca.pdf Download
Overzicht punten

OZ.30.

Welzijn - overeenkomst Art 27 vzw - Het Berenhuis 2026-2031 - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

 

Feiten en context

Het gemeentebestuur wenst in kader van de uitvoering van het gemeentelijk meerjarenplan, waarin uitdrukkelijk vermeld staat dat het nieuwe bestuur wenst in te zetten op het vergroten van de kennis van het Nederlands bij anderstalige inwoners, de subsidieovereenkomst met Art 27 vzw - Het Berenhuis opnieuw aan te gaan voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

In de overeenkomst worden twee hoofddoelen in opgenomen:

        Aanbieden en ontwikkelen van methodieken in kader van de Nederlandse taalverwerving zowel voor de brede bevolking als naar specifieke doelgroepen uit Heusden-Zolder. Positieve beeldvorming en ontmoeting nemen hierbij een centrale rol.

         Uitvoeren van activiteiten zowel naar de brede bevolking als naar specifieke doelgroepen uit Heusden-Zolder toe in kader van de universele verklaring van de rechten van de mens om deze universele rechten in de kijker te plaatsen en/of activiteiten in kader van de realisatie van de SDG’s.

 

De overeenkomst wordt jaarlijks geëvalueerd door het gemeentebestuur op basis van de rapportage van de vzw. Jaarlijks wordt een tussentijds overleg gepland waarin de evaluatie van het vorige jaar en de planning van het volgend jaar besproken wordt om de opdracht waar te maken en de doelstellingen te realiseren.

 

 

Argumentatie

De samenwerking met Art 27vzw - Het Berenhuis werd jaarlijks positief geëvalueerd. Daarom adviseert team welzijn om voor de volgende legislatuur beroep te doen op deze vzw voor hun expertise en know how rond taalverwerving, promo duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) en bekendmaking van de universele rechten van de mens.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel:0944-99/64910000

Geraamde uitgave: 25.000 euro

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de overeenkomst met Art 27 vzw, in het kader van het gemeentelijk meerjarenplan, zoals bijgevoegd, goed voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031

Artikel 2:

De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

Bijlagen

1. Overeenkomst Art 27 vzw - Het Berenhuis 2026-2031

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.31.

Welzijn - samenwerkingsovereenkomst CAW Limburg vzw / JAC - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

 

Feiten en context

Het Jongeren Advies Centrum (JAC) is er voor jongeren van 12 tot 25 jaar en hun context. Het JAC biedt laagdrempelige eerstelijnshulpverlening (info, advies, korte ondersteuning en begeleiding) rond alle levensdomeinen. JAC Heusden-Zolder ging van start in 2021.

 

JAC maakt een onderscheid tussen eenmalige contacten / korte ondersteuning en trajecten met een begeleiding voor een langere periode. Bij de eenmalige trajecten gaat het om jongeren die hun vraag stellen via chat, telefoon, mail of face to face. In een begeleidingstraject gaat het JAC aan de slag met de jongere rond concrete doelen. Jongeren

kunnen naast fysieke gesprekken bij het JAC ook (afwisselend) kiezen voor chat, mail of

beeldbellen. Vragen en problemen waarvoor jongeren contact opnemen voor hulp van het JAC hebben te maken met armoede, schulden en hun basisrechten, relatie- en persoonlijke problemen of problemen over hun woonsituatie.

 

In Heusden-Zolder kunnen jongeren terecht bij de JAC-medewerker op de locatie van het OverkopHuis of het Huis van het Kind. In overleg met het Sint-Franciscuscollege verkent team Jeugd of het mogelijk is om ook een zitdag van het JAC te voorzien op school.

 

De voorbije jaren werd de werking positief geëvalueerd. Op basis van de registraties in de periode van januari tot en met eind september 2025 stellen we vast dat er 38 verschillende jongeren begeleid werden door het JAC, waarvan er nog 25 jongeren begeleid worden in een lopend traject.

 

Gezien de dienstverlening van een JAC enkel door CAW kan worden verricht is een voorafgaande bekendmaking in het kader van overheidsopdrachten niet nodig. 

 

Argumentatie

Het thema mentaal welzijn is de afgelopen jaren steeds meer op de voorgrond gekomen. Als lokaal bestuur dragen wij de verantwoordelijkheid om de nodige ondersteuning te bieden aan jongeren die hiermee geconfronteerd worden. Jongeren zijn immers een doelgroep die bijzonder kwetsbaar is voor problemen op het vlak van mentaal welzijn.

Het Jongeren Advies Centrum (JAC) vervult hierin een waardevolle en noodzakelijke rol.  Het aanbod van het JAC is een exclusieve werking van het CAW die niet door andere organisaties kan aangeboden worden. 

Team welzijn | jeugd stelt daarom voor om de werking van het JAC te continueren voor de periode van 2026 tot en met december 2031.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel: 0750-99/64910000

Geraamde uitgave: € 34.000 per jaar (jaarlijks geïndexeerd)

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

Het gemeentebestuur gaat akkoord met een continuering van de werking van het JAC van
1 januari 2026 tot 31 december 2031 voor een bedrag van € 34.000 per jaar (geïndexeerd) en keurt de bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst goed.

 

Bijlagen

1. Samenwerkingsovereenkomst CAW / JAC 2026-2031

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.32.

Welzijn - samenwerkingsovereenkomst Kind en Taal 2026-2031 - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

 

Feiten en context

In het beleidsakkoord 2026-2031 staat vermeld dat het nieuwe bestuur wil inzetten op het bevorderen van het welzijn van onze inwoners en de aanpak van kansarmoede. 

Deze overeenkomst met Kind en Taal vzw heeft als doel de onderwijskansen van kwetsbare jonge kinderen in de eerste duizend dagen van hun leven te verbeteren. Kind en Taal vzw biedt hiervoor volgende programma's aan: Instapje 1 en 2 (via huisbezoeken en ontmoetingsmomenten gezinnen) en een nieuw geïntegreerd gezinsaanbod met de reguliere werking Hupsakee. De focus zal hierbij uitdrukkelijk liggen op de eerste duizend dagen gezien het belang en de effecten van de investering in deze periode zowel op Vlaams als op internationaal niveau reeds vele malen werden erkend.

De programma's en acties van Kind en Taal vzw zijn gericht op:

         het vergroten van de ouder-kind interactie

         het bevorderen van de taal- en denkontwikkeling

         het aanbieden van opvoedingsondersteuning om kwetsbare gezinnen te versterken

         het bijdragen aan sociale inclusie.

 

Gezien de programma's Instapje 1 en Instapje 2  enkel door Kind en Taal,vzw kunnen worden verricht is een voorafgaande bekendmaking in het kader van overheidsopdrachten niet nodig. 

 

Argumentatie

De positieve samenwerking met Kind en Taal vzw en de jaarlijkse rapportages geven duidelijk de impact weer van de programma's en dit steeds sinds 2016 in het kader van kinderarmoede, opvoedingsondersteuning en taalachterstand in onze gemeente. Het lokaal bestuur wil voor de periode 2026-2031 opnieuw beroep doen op Kind en Taal vzw voor hun unieke Vlaamse expertise en know how in het werken met kwetsbare gezinnen en kinderen in de voorschoolse context. De geprotocolleerde programma's steunen op bevindingen en resultaten die wetenschappelijk werden onderbouwd. De effecten werden intussen ook in Vlaamse context onderzocht en bevestigd.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

Registratiesleutel: 0944-99 /64910000

2026: 57.348,65 euro

2027: 58.495, 62 euro

2028: 59.665, 54 euro

2029: 60.858, 85 euro

2030: 62.076, 02 euro

2031: 63.317, 54 euro

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Kind en Taal vzw, zoals bijgevoegd, goed voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031.

Artikel 2:

De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

Bijlagen

1. Samenwerkingsovereenkomst Kind en Taal vzw 2026-2031

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.33.

Personeel en HR - gemeentelijk vrijwilligerskorps - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

         Mededeling Vlaamse Regering 23 mei 2025 Conceptnota Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.+

         Besluit Vlaamse Regering 18 juli 2025 tot toekenning van een projectsubsidie aan Rode Kruis-Vlaanderen voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen.

 

Feiten en context

Het Vlaams Regeerakkoord pleit voor een passende omkadering van vrijwilligers in crisissituaties.

In de mededeling van 4 april 2025 betreffende het Vlaams Defensieplan pleit de Vlaamse Regering voor een versterking van de burgerlijke weerbaarheid, samen met de lokale besturen (Punt 9). Er wordt een Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma aangekondigd waarvan de lokale overheden de coördinatie opnemen. In die context kunnen lokale besturen lokale vrijwilligerskorpsen oprichten die onmiddellijk ingeschakeld kunnen worden in het kader van noodhulpverlening en waar vrijwilligers bijdragen aan het uitvoeren van logistieke, operationele en medische taken in het geval van bijzondere nood.

De conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’ moedigt gemeenten aan om gemeentelijke vrijwilligerskorpsen op te richten om de weerbaarheid en paraatheid bij noodsituaties te versterken. Concreet werkt de Vlaamse Regering in deze conceptnota het vrijwilligerskorpsenmodel uit met de intentie het uitbouwen van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen te faciliteren, en structureel te voorzien in ondersteuning voor dit engagement door via lokale besturen in te zetten op vorming, coördinatie, samenhorigheid en burgerzin. Het model ontlast lokale besturen maximaal in noodsituaties. De doelstelling van de vrijwilligerskorpsen is om de waardevolle vaardigheden, het engagement en de motivatie van Vlamingen op een gecoördineerde manier inzetbaar te maken. Gelet op hun decretale rol als ‘helper van de Vlaamse overheid’ en hun bestaande expertise hierin, wordt de coördinatie en begeleiding van de vrijwilligerskorpsen opgenomen door Rode Kruis-Vlaanderen. Binnen het model van de vrijwilligerskorpsen ligt de beslissing over de oprichting van een vrijwilligerskorps bij de gemeente.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2025 kent een projectsubsidie toe aan Rode Kruis-Vlaanderen van 1 september 2025 tot 31 augustus 2029 voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. Deze ondersteuning vertaalt zich naar het aanbieden van opleidingen voor vrijwilligers en het voorzien van een digitale crisistool voor rekrutering, verzekering, inzet en coördinatie van het gemeentelijk vrijwilligerskorps.

 

Adviezen

Advies Gemeentelijke veiligheidscel 04/11/2025

 

Argumentatie

De gemeenteraad erkent het belang van lokale betrokkenheid, solidariteit en burgerzin bij de uitbouw van een veerkrachtige gemeenschap. De oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps is een waardevol instrument om de gemeentelijke noodplanning te versterken. Het vrijwilligerskorps kan immers hulp en ondersteuning bieden in geval van lokale crisis- en noodsituaties. De samenwerking met Rode Kruis-Vlaanderen, beschreven in het vrijwilligerskorpsenmodel, garandeert zowel juridische bescherming voor vrijwilligers, alsook efficiëntie en coördinatie van het korps via de digitale crisistool van het Rode Kruis. De gemeenteraad wil dus actief inzetten op de versterking van de lokale veerkracht bij lokale crisissituaties, het bevorderen van de solidariteit tussen inwoners en van de weerbaarheid van individuen. We willen vrijwilligerswerk ten dienste van de lokale gemeenschap faciliteren en we willen nieuwe vrijwilligers mobiliseren. Daarom wenst de gemeenteraad deel te nemen aan een georganiseerd kader voor vrijwilligers bij noodsituaties op basis van het vrijwilligerskorpsenmodel zoals uiteengezet in de conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.

 

Financiële gevolgen

Uitgaven:

De gemeenteraad neemt akte van de ondersteuning die door de Vlaamse Regering via Rode Kruis-Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. De Vlaamse financiering dekt de kosten voor de applicatie waarin vrijwilligers zich moeten registreren en noodvragen gesteld kunnen worden en voor de aangeduide coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen. Daarnaast dekt de Vlaamse financiering de kosten voor de EHBO-opleidingen en jaarlijkse bijscholingen en simulaties van/voor de vrijwilligers en dit t.e.m. de 80e vrijwilliger. Vanaf de 81e vrijwilliger worden deze kosten door het lokaal bestuur gedragen. Alle geregistreerde vrijwilligers zijn bij inzet tijdens noodsituaties via de applicatie gedekt door de verzekering van Rode Kruis- Vlaanderen, zowel de verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ als de verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten.

Artikel 2:

De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’. Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van Rode Kruis-Vlaanderen inzake:

         het opleiden van vrijwilligers;

         de coördinatie, registratie en verzekering van vrijwilligers via de digitale crisistool.

Artikel 3:

Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten.

Artikel 4:

De gemeenteraad verleent de machtiging om een hulpvraag in de digitale crisistool te lanceren aan de burgemeester EN de noodplanningscoördinator.

Artikel 5:

De gemeenteraad engageert zich om via de communicatiekanalen van de gemeente de werving van vrijwilligers te ondersteunen.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.34.

Ondersteuning - toewijzingsregl. Wonen in Limburg DWG Noord-West - goedkeuring

 

 

MOTIVERING

Juridische gronden

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, waarin de bevoegdheden van de Gemeenteraad omschreven zijn.

        Artikels 6.12 t.e.m. 6.14 van de Vlaamse Codex Wonen (2021) behandelen de toewijzing van sociale huurwoningen.

        Artikels 6.22 t.e.m. 6.28 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen (2021) behandelen de toewijzingsregels.

 

Feiten en context

Sinds 1 januari 2024 is het toewijzingsbeleid voor sociale huurwoningen in Vlaanderen ingrijpend veranderd. De toewijzingsraad speelt hierbij een centrale rol. Dit orgaan, opgericht op initiatief van Wonen in Limburg, functioneert als samenwerkingsverband tussen sociale verhuurders, lokale besturen en welzijnspartners en is actief in elk deelwerkingsgebied (DWG) van de organisatie.

De toewijzingsraad werkte een ontwerp-toewijzingsreglement uit. Het ontwerp-toewijzingsreglement wordt nu voorgelegd aan de betrokken gemeentebesturen.

Met de vorming van de nieuwe woonmaatschappijen is er sinds 1 januari 2024 ook een nieuw toewijsmodel in werking getreden. De Vlaamse overheid schetste een breed kader, waarbinnen de toewijzingsraden van de woonmaatschappijen een concrete invulling uitwerken.

De toewijzingsraad bestaat uit een afvaardiging van alle lokale besturen binnen het deelwerkingsgebied aangevuld met relevante huisvestings- en welzijnsactoren.

Het huidige ontwerp-toewijzingsreglement is tot stand gekomen na grondige inhoudelijke bespreking binnen de toewijzingsraden op de volgende data: 18 september 2023, 8 november 2023, 11 december 2023, 2 mei 2024, 21 juni 2024, 19 september 2024, 22 april 2025, 4 september 2025.

 

De bepalingen in onderhavig reglement hebben betrekking op het sociale huurpatrimonium van Wonen in Limburg deelwerkingsgebied Noord-West, bestaande uit volgende steden en gemeenten: Beringen, Bocholt, Halen, Hamont-Achel, Hechtel-Eksel, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Leopoldsburg, Lommel, Lummen, Peer, Pelt en Tessenderlo-Ham.

De gemeenteraad kan het ontwerp-toewijzingsreglement echter enkel amenderen voor wat betreft de bepalingen van strengere woonbinding en de specifieke doelgroepen binnen de eigen gemeente.

 

Op basis van het nieuwe regelgevend kader en het beschreven traject heeft de toewijzingsraad een ontwerp-toewijzingsreglement opgesteld. Hierbij is lokaal maatwerk mogelijk voor:

 

  1. Strengere lokale bindingsvoorwaarde en voorrangsbepaling

 De toewijzingsraad heeft ervoor gekozen geen strengere lokale woonbinding in te voeren. Dit besluit is gebaseerd op het feit dat de huidige langdurige woonbinding binnen de meeste gemeenten van het deelwerkingsgebied al strenger is dan de eerdere lokale binding. De raad wil geen extra criteria hanteren die de bestaande langdurige woonbinding overstijgen. Daarnaast streeft men naar een uniforme werkwijze binnen de woonmaatschappij, zodat het proces voor alle kandidaat-huurders helder en gelijkwaardig blijft. Een uitgebreide motivatie hiervoor is terug te vinden in de nota ‘impact strengere lokale woonbinding’ die als bijlage bezorgd werd en die opgemaakt was voor de gemeentes die onder de werking van het vroegere Kempisch Tehuis vielen en aparte afspraken hierover hadden.

Er wordt met andere woorden voorrang verleend aan wie de afgelopen tien jaar minstens vijf jaar ononderbroken in de gemeente woonde.

Daarnaast besloot de toewijzingsraad om naast de langdurige woonbinding een voorrangsregel toe te passen voor kandidaat-huurders met een langdurige woonbinding binnen het deelwerkingsgebied. In tegenstelling tot een strengere woonbinding geldt deze voorrang voor alle gemeenten binnen het deelwerkingsgebied, mits consensus tussen de betrokken gemeenten. Deze voorrangsregel neemt een tweede plaats in de rangorde in, na de langdurige gemeentelijke woonbinding.

Deze regeling biedt voordelen voor kandidaat-huurders die geen geschikte woning in hun eigen gemeente kunnen vinden, maar op deze manier wel in een naburige gemeente kunnen blijven wonen en zo verbonden blijven met hun sociale netwerk. Het weerspiegelt de solidariteit binnen het deelwerkingsgebied van de woonmaatschappij, waarbij gemeenten gezamenlijk streven naar een betaalbaar en kwalitatief woonaanbod voor iedereen.

Binnen het patrimonium van de woonmaatschappij geldt dat kandidaat-huurders met langdurige woonbinding aan het deelwerkingsgebied voorrang krijgen.

 

  1. Het afbakenen van specifieke doelgroepen (pijler 3)

Volgens artikel 6.27, §1, tweede lid BVCW kunnen specifieke doelgroepen voorrang krijgen waarvan de noden algemeen bekend zijn.

Binnen deelwerkingsgebied Noord-West zijn volgende doelgroepen opgenomen:

         Kandidaat-huurder vanaf 65 jaar;

         Kandidaat-huurder met een fysieke of mentale beperking;

         Kandidaat-huurder in beschut wonen of een tewerkstellingsprogramma

Daarnaast kunnen andere doelgroepen worden afgebakend. Hiervoor is een uitgebreide motivatie vereist, die ter goedkeuring aan de bevoegde minister moet worden voorgelegd (art. 6.27, §1, derde lid BVCW). In dit kader zijn de volgende doelgroepen opgenomen:

         Alleenstaande ouders;

         Getroffen bewoners o.w.v. de realisatie van de Noord-Zuid Limburg.

 

Versnelde toewijzing (Pijler 2)

Daarnaast schrijft de regelgeving ook voor dat Wonen in Limburg de gemeente op de hoogte brengt van de beslissingen met betrekking tot de versnelde toewijzingen (pijler 2).
De toewijzingsraad heeft besloten dat de volgende doelgroepen in aanmerking komen voor versnelde toewijzing via pijler 2 (art. 6.24 – 6.26 BVCW):

         Kandidaat-huurder die dak- en thuisloos is of dat dreigt te worden;

         Kandidaat-huurder die als jongere met begeleiding zelfstandig woont of gaat wonen;

         Kandidaat-huurder met een geestelijk gezondheidsprobleem die zelfstandig woont of gaat wonen;

         Kandidaat-huurder die in slechte huisvesting woont;

         Kandidaat-huurder die zich in bijzondere sociale omstandigheden bevindt.

Voor versnelde toewijzingen wordt standaard een begeleidingsovereenkomst opgesteld, waarbij Wonen in Limburg en de betrokken welzijnsactoren afstemmen. De bepalingen omtrent Pijler 2 zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement toewijzingen.

 

Argumentatie

Binnen het lokaal woonoverleg worden jaarlijks de toewijzingen besproken, wat kan leiden tot bijsturingen van het toewijzingsreglement. Eventuele wijzigingen worden besproken binnen de toewijzingsraad, die ook op eigen initiatief het reglement kan aanpassen binnen het geldende regelgevende kader en met inachtneming van de goedkeuringsprocedure.

De toewijzingsraad stelt voor om wijzigingen aan het toewijzingsreglement twee keer per jaar (april en oktober) als vast agendapunt op de gemeenteraden binnen het deelwerkingsgebied te bespreken. Op deze manier kunnen de gemeenten, afhankelijk van de lokale noden, bestaande doelgroepen bijsturen en/of nieuwe doelgroepen toevoegen, alsook het beleid evalueren.

 

BESLUIT

eenparig aangenomen.
 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het ontwerp goed van toewijzingsreglement van deelwerkingsgebied Noord-West binnen Wonen in Limburg, zoals toegevoegd in bijlage bij dit besluit.

Artikel 2:

De gemeenteraad neemt kennis van de genomen beslissingen door woonmaatschappij  Wonen in Limburg op advies van de toewijzingsraad, met betrekking tot de versnelde toewijzingen (Pijler 2).

Artikel 3:

Dit besluit en het goedgekeurde reglement worden ter kennis gebracht van Wonen in Limburg en van de toezichthoudende overheid.

Artikel 4:

Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

OZ.35.

Secretariaat en juridische zaken - varia

 

Conform het huishoudelijk reglement hebben de raadsleden het recht om aan het einde van de openbare zitting, na afhandeling van de agenda, vragen te stellen over aangelegenheden van het lokaal bestuur.

De

 

De audio-opname kan je terugvinden bij de koppelingen.

 

Raadslid Elif Can krijgt het woord en heeft een opmerking over de bomenkap in Bolderberg. Dit is goedgekeurd in de vorige legislatuur. Ze zegt vertrouwen te hebben in de administratie en vraagt hoe de buurt correct kan geïnformeerd worden. Er is ook een financieel luik, de boscompensatie, hoeveel vloeit hiervan terug naar Bolderberg? Ze vraagt of er een degelijke controle wordt uitgevoerd.

Voorzitter Mario Borremans antwoordt hierop dat het niet de taak is van de gemeenteraad om omgevingsvergunningen te bespreken. De boscompensatie is voor ANB.

Schepen Isabelle Thielemans zegt een goed vertrouwen te hebben in de ambtenaren. We hebben een rechtsgeldige vergunning afgeleverd ongeacht in welke legislatuur. De gele affiches hebben er gehangen en de buurt heeft de kans gehad om te reageren op een lopende omgevingsvergunning.. Het kappen van de bomen is een archeologische studie waarvoor de gemeente niet bevoegd is. We moeten hier geen enkele les uit trekken, we staan achter de ambtenaren. De 120.000 euro die betaald wordt voor bescheiden woonaanbod verdwijnt vooreerst in de grote pot die gebruikt wordt voor sociaal wonen. De woningen onder andere aan De Rijzillen worden verkocht onder de prijs. De boscompensatie is voor ANB, hier hebben we geen impact op. Wanneer er omgevingsvergunningen worden afgeleverd wordt hier toezicht op gedaan.

 

Raadslid Tony Lespoix krijgt het woord en wil nog eens terugkomen op de bladkorven. Dit is een reglement van 2001. Hij vraagt hoe het reglement in elkaar zit. Is het een verplichting van de inwoners om deze bladkorven te vullen of doen ze het uit eigen wil. Een laanboom is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Er zijn drie straten in Heusden-Zolder waar een externe firma de bladkorven komen legen. Waarom worden de inwoners op sommige wijken moreel verplicht om de bladeren te verzamelen?

Voorzitter Mario Borremans antwoordt hierop dat we ondersteund worden door externe firma's.

Raadslid Tony Lespoix zegt ook dat de riolen verstopt raken.

Voorzitter Mario Borremans zegt hierop dat dit enkel momentopnames zijn. Men kan de werkplaats bellen om de bladkorven leeg te maken. We doen al meer voor de inwoners in Bolderberg en ondersteunen hen waar mogelijk.

Schepen Mario Carremans merkt op dat er de voorbije weken grote snoeiwerken zijn geweest in Bolderberg.

Voorzitter Mario Borremans zegt al extra ondersteuning te bieden, maar dit staat niet in het reglement. Dit hebben we zelf beslist enkele jaren geleden op het schepencollege. Het reglement van 2001 wordt opgezocht en zal bezorgd worden.

 

Raadslid Yasin Gül krijgt het woord en zegt dat hij werkt voor een nutsleidingbedrijf en moet dikwijls onderhandelen met andere nutsbedrijven. Hij vraagt of hij als afwezig mag genoteerd worden bij punt 19.

Voorzitter Mario Borremans zegt dat dit niet gaat omdat het punt gestemd is.

Raadslid Yasin Gül wenst iedereen fijne feesten.

 

Voorzitter Mario Borremans bedankt iedereen voor de constructieve wijze van vergaderen, alsook het publiek. Hij nodigt iedereen uit, ook het aanwezige publiek, om een glaasje te nuttigen om het jaar af te sluiten.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.